Soort van dag 236: mieren

(24 augustus 2023)

In Nederland komen 104 mierensoorten voor (wereldwijd zijn er ongeveer 12.000 beschreven). Ze zijn makkelijk herkenbaar. Opvallend is het knikje (hoek) in hun sprieten. Aan hun wespentaille kun je zien dat ze nauw verwant zijn aan wespen. Sommige soorten hebben een angel waarmee ze kunnen steken.

Op de fotoโ€™s zie je links bosmieren. Rechts zie je van boven naar beneden: glanzende houtmieren, een (vage) gele weidemier, wegmieren met vleugels die net uit de grond komen en een koningin wegmier zonder vleugels.
De zwarte wegmier is de meest algemeen voorkomende mierensoort van ons land, gevolgd door de gewone steekmier. Ook de gele weidemier is algemeen, maar die zie je minder vaak omdat de werksters lichtschuw zijn. Ze zitten vooral in grasland (en gazons). Bosmieren maken prachtige koepelnesten in bossen en op heides.

Mieren leven in kolonies. De meeste mieren in ons land maken hun nest onder de grond, maar er zijn ook soorten zoals de glanzende houtmier die dat in dood hout doen. Het grootste deel van de mieren zijn werksters: onvruchtbare vrouwtjes zonder vleugels, ontwikkeld uit bevruchte eitjes. Ze zijn allemaal dochters van de koningin en zussen van elkaar. Die werksters hebben verschillende taken. Er zijn werksters die op verkenning gaan en voedsel zoeken. Andere werksters zorgen voor de eitjes, larven en poppen. En er zijn โ€˜soldatenโ€™ die het nest beschermen en gangen graven.
Is het mierennest voldoende ontwikkeld, dan krijgen sommige eitjes extra voeding. Hieruit ontstaan de nieuwe koninginnen. Uit onbevruchte eitjes ontstaan mannetjes van wie de enige taak is: paren. Nieuwe koninginnen en mannetjes hebben vleugels. Bij gunstige weersomstandigheden komen ze massaal naar buiten voor de bruidsvlucht. Nieuwe koninginnen en mannetjes van meerdere nesten vliegen tegelijk uit om inteelt te voorkomen. Als de koninginnen bevrucht zijn, bijten ze hun vleugels af en verdwijnen voor de rest van hun leven (10-25 jaar!) onder de grond. Afhankelijk van de soort beginnen ze een nieuwe kolonie of sluiten ze bij een bestaande aan. Haar leven lang legt ze eitjes. Werksters kunnen enkele jaren oud worden. Mannetjes leven kort: als ze zich van hun taak hebben gekweten, sterven ze. De paartijd is van eind juni tot eind september, afhankelijk van de soort en het weer.

Larven krijgen eiwitrijk voedsel bestaande uit allerlei ongewervelden. De werksters hebben koolhydraten nodig. Dat halen ze o.a. uit honingdauw, de afscheiding van blad- en schildluizen. Sommige soorten houden zelfs bladluizen als een soort vee. Ze beschermen ze tegen lieveheersbeestjes met mierenzuur. De gele weidemier houdt ondergronds wortelluizen. Deze produceren ook honingdauw.

Uiteraard hebben mieren vijanden. In de eerste plaats zijn dat mieren uit andere nesten als ze elkaar moeten beconcurreren op ruimte en voedsel. Gedode mieren worden aan de larven gevoerd. Mieren worden gegeten door gespecialiseerde spinnen, amfibieรซn (vooral padden), vogels (groene specht) en reptielen. Poppen van wegmieren worden opgegraven door fazanten en kippen. Tijdens de bruidsvlucht verschijnen vaak kokmeeuwen, spreeuwen en gierzwaluwen die zich te goed willen doen aan de eiwitrijke koninginnen.

Over mieren in het algemeen en de verschillende soorten is nog zoveel meer te vertellen. Op deze website vind je heel veel informatie over mieren: https://www.nlmieren.nl/.

Naast de inheemse mieren komen ook steeds vaker exoten voor. Die zijn bijvoorbeeld meegelift met pot- en kuipplanten en verspreiden zich over ons land via aankopen bij tuincentra. Bekende voorbeelden zijn de plaagmier en het mediterrane draaigatje. Ze veroorzaken met hun superkolonies veel overlast en bovendien concurreren ze inheemse mieren weg.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฏ๐˜ญ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ฐ๐˜จ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ช.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต๐˜ถ๐˜ช๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 235: grote kattenstaart

(23 augustus 2023)

Op vochtige en natte plakken die niet te voedselarm zijn, kun je de grote kattenstaart aantreffen. In onze tuin staan ze op allerlei plekken, zelfs in een droge border en tussen de tegels. De aren met paarsrode bloemen zijn erg opvallend, vooral ook omdat de plant meer dan een meter hoog kan worden. Als de bloemen nog in knop zitten, voelen de aren zacht aan: als โ€˜kattenstaartenโ€™. Op de foto rechtsboven zie je kattenstaarten samen met gewone wederik.
De stengels van grote kattenstaart zijn kantig. De lancetvormige blaadjes zijn tegenoverstaand of staan in kransen van drie. In de oksels van de bovenste blaadjes staan de paarsrode bloemen in schijnkransen. De bloemen zijn vijf- of zestallig. De kroonblaadjes zien er een beetje kreukelig uit.

Wij vinden bloemen mooi, maar ze zijn er natuurlijk in eerste instantie voor de voortplanting. In bloemen vind je daarvoor meeldraden (met helmknoppen die stuifmeel bevatten) en stampers die bestaan uit stempel, stijl en vruchtbeginsel. De bedoeling is dat er stuifmeel op de stempel komt (door wind of bestuivers). Dat stuifmeel kan natuurlijk van de eigen bloemen komen, maar veel planten willen zelfbestuiving voorkomen. En dat gebeurt op verschillende manieren. Een is al besproken bij parnassia. Ook tweehuizigheid (dus aparte mannelijke en vrouwelijke planten) gaat zelfbestuiving tegen. Grote kattenstaart heeft een eigen, unieke methode.
Van grote kattenstaart bestaan namelijk drie vormen die bij elkaar in de buurt staan. Bij de ene vorm hebben alle bloemen een korte stijl en middellange en lange meeldraden. Bij de tweede vorm hebben de bloemen een middellange stijl en korte en lange meeldraden. En tenslotte is er een vorm waarbij de bloemen een lange stijl en korte en middellange meeldraden hebben. Het stuifmeel van de lange meeldraden is blauwgroen. Het stuifmeel van korte en middellange meeldraden is geel. Op de foto linksboven zie je bloemen met lange stijlen en valt het gele stuifmeel op. Rechtsonder is de stijl middellang en zie je de lange meeldraden uitsteken.
Hoe werkt dit? Stel, een hommel landt op een bloem met korte meeldraden. Bij het verzamelen van nectar (onderin de bloem) krijgt zij stuifmeel op haar kop. Als zij vervolgens naar een bloem gaat met een korte stijl, wordt daar het stuifmeel op de stempel afgezet. Deze bloem heeft middellange en lange meeldraden. Het stuifmeel daarvan komt op de buik van de hommel terecht en kan vervolgens in een bloem met middellange of lange stijlen op de stempel afgezet worden.

Kattenstaartbloemen worden door allerlei bestuivers bezocht: wilde bijen, zweefvliegen en dagvlinders. Een bij die gespecialiseerd is op grote kattenstaart, is de kattenstaartdikpoot. De grootte van deze bij is helemaal afgestemd op de bloem. Hoewel grote kattenstaart algemeen voorkomt, is deze dikpootbij zeldzaam. Om รฉรฉn broedcel (onder de grond) van voldoende stuifmeel te voorzien heeft ze stuifmeel van 245 bloemen nodig. Dus een maai- en slootkantbeheer waarbij bloeiende planten gespaard worden, is erg belangrijk voor deze bij.
Op de collage zijn rechts een klein geaderd witje en de gewone pendelvlieg op grote kattenstaart te zien. Links zie je ook nog een korsetzweefvlieg verstopt zitten.

Van de kattenstaartfamilie komen in ons land verder waterpostelein en de zeldzame kleine kattenstaart voor. Kruipende kattenstaart is een Zuid-Europese soort die aan het inburgeren is. Tot de kattenstaartfamilie horen ook de granaatappel en de hennastruik (bekend van de kleurstof henna).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต๐˜ถ๐˜ช๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 234: purperreiger

(22 augustus 2023)

Een vogel die we momenteel bijna dagelijks in de polder achter ons huis zien, is de purperreiger. We genieten er nog even van, want binnenkort is hij weg. Eind augustus / begin september vertrekken de purperreigers die bij ons gebroed hebben, naar Afrika. Daar verblijven ze ten zuiden van de Sahara. In april-mei komen ze weer terug.

Purperreigers hebben het formaat van een blauwe reiger, maar zijn donkerder en slanker. In de vlucht vallen vooral de ver uitstekende poten met lange tenen op. Ook de manier van vliegen is anders dan van een blauwe reiger. Purperreigers hebben een kenmerkende bruinoranje nek met zwarte strepen. Jonge exemplaren zijn geelbruin en houden dat kleed tot en met het tweede jaar.

Purperreigers broeden in kolonies in moerasgebieden. In Nederland zijn zoโ€™n dertig kolonies, vooral in de laagveengebieden van Friesland, Overijssel en het Groene Hart. Vier jaar geleden zijn we met een excursie mee geweest naar de kolonie in de Nieuwkoopse Plassen. Een mooie ervaring.
Hun nesten maken deze vogels op een veilige plaats, bijvoorbeeld in oud riet of wilgenstruweel. In 2020 waren er in ons land ongeveer 1.200 broedparen. Een dieptepunt was de periode 1970-1990. Er waren toen nog maar 220 broedparen. Dit kwam enerzijds door ernstige droogte in de Sahel en anderzijds doordat de biotopen van de broedplaatsen waren verslechterd. Gelukkig zijn beide factoren verbeterd. In een artikel van Sovon kwam ik tegen dat de vogels vroeger werden vervolgd en gegeten. In de Tweede Wereldoorlog ging een boer de kolonie van Nieuwkoop in om te โ€˜oogstenโ€™. Buurtbewoners konden die vogels dan bij hem kopen.
De purperreiger staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. In Nederland wordt op vele manieren gewerkt aan verbetering van het leefgebied van deze soort. Nederland vormt de uiterste noordgrens van het broedareaal van de purperreiger dat zich vooral in Zuid- en Oost-Europa maar ook in Afrika bevindt.

Purperreigers foerageren in een gebied met een straal van 20 km rondom de broedkolonie. Het veenweidegebied met de vele sloten is ideaal als foerageergebied. Na het broeden verlaten ze grotendeels de kolonie en verblijven ze โ€™s nachts op slaapplaatsen (in bomen) in de buurt van hun favoriete foerageergebied. Het is dus belangrijk dat niet alleen broedgebieden beschermd worden, maar dat er ook voldoende mogelijkheden zijn om te foerageren. (Waar โ€˜onzeโ€™ purperreigers slapen, hebben we nog niet ontdekt.)
Purperreigers zoeken hun voedsel in ondiep water met een rijke oeverbegroeiing. De purperreiger eet vooral vis en amfibieรซn, maar hij lust ook waterinsecten, muizen, mollen en rivierkreeftjes.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฐ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ข๐˜ณ๐˜ต๐˜ช๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ญ ๐˜ถ๐˜ช๐˜ต ๐˜“๐˜ช๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ข

Soort van dag 233: duindoorn

(21 augustus 2023)

De (vrouwelijke) duindoornstruiken zitten momenteel vol oranje bessen, wachtend op vogels die ervan komen eten. Ook wij kunnen ze eten; de bessen zijn bovendien heel gezond. Soms zitten ze in februari nog aan de struiken (foto linksonder), maar die bessen gisten of zijn gewoon niet lekker meer. Vogels die er dan nog van eten, kunnen dronken worden.

De duindoornfamilie bestaat uit zoโ€™n vijftig soorten waarvan รฉรฉn in ons land inheems is. Andere soorten uit deze familie, namelijk de olijfwilgen, worden wel aangeplant en verwilderen. Duindoornsoorten zijn door een bruine of zilverkleurige beharing of schubjes beschermd tegen uitdroging. Ze kunnen goed op plaatsen groeien waar nog nauwelijks bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden. Dat is bijvoorbeeld het geval in de duinen waar duindoorn een van de soorten is die helm opvolgt als de duinen niet meer stuiven. Duindoornsoorten hebben wortelknolletjes met een bacterie erin die in staat is om stikstof uit de lucht te binden. Het zijn steppeplanten die veel licht nodig hebben.
Na de laatste IJstijd was duindoorn een van de eerste en meest aanwezige houtachtigen in onze streken. Toen er andere bomen en struiken kwamen en er bodemvorming plaatsvond, beperkte hun leefgebied zich tot kustduinen, rivierbeddingen en hooggebergte. In ons land komen ze vooral in de kuststreek voor, maar ook in het binnenland op drooggevallen zandplaten en opgespoten zandvlakten.

Duindoorn is tweehuizig; daarom zie je ook struiken zonder bessen. De struiken vormen een uitgebreid wortelstelsel waarmee ze zand kunnen vasthouden. Uit de worteluitlopers groeien nieuwe struiken. De struiken bloeien in mei voordat het blad uitloopt (foto rechtsboven, net na de bloei). Bestuiving vindt plaats door de wind. In de vrouwelijke bloemen wordt het vruchtbeginsel beschermd door de kelkbuis. Dat groeit na de bevruchting uit tot een schijnbes met daarin een nootje. De hele plant, ook de bessen, is door zilverachtige schilfertjes bedekt. Aan de twijgen zitten scherpe takdoorns.

De schijnbessen worden door allerlei soorten vogels gegeten: kraaiachtigen, lijsterachtigen en spreeuwen. Ze poepen de nootjes uit en zorgen zo voor de verspreiding. Vinkachtigen zoals groenlingen en muizen eten juist graag van de nootjes. In de ondoordringbare duindoornstruwelen kunnen allerlei kleine zangvogels veilig broeden. Bij gebrek aan konijnenholen maken bergeenden en tapuiten soms hun nest onder duindoorns.
Duindoorn heeft een voorkeur voor kalkrijke bodems. Als de bodem kalkarmer wordt, neemt de gevoeligheid van duindoorn voor aaltjes (nematoden) toe. Daardoor kan soms over grote oppervlakten de duindoorn vrij plotseling afsterven. Er is ook een vlindersoort die daaraan kan bijdragen, namelijk de bastaardsatijnvlinder. Deze vlinder gebruikt allerlei bomen en struiken als waardplant, maar heeft in de kuststreek een voorkeur voor duindoorn. De soort overwintert als jonge rupsen die bij elkaar zitten in zogenaamde winternesten (foto rechts midden). Deze nesten zitten vaak aan het einde van takken waar ze veel zon vangen. In het voorjaar worden de rupsen weer actief (foto rechtsonder) en in juni zijn ze vlinder. De rupsen hebben sterk irriterende haren die jeuk en uitslag bij mensen kunnen veroorzaken. Daarom wordt de soort soms actief bestreden (uitknippen van nesten).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ด๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 232: dansmuggen

(20 augustus 2023)

Vandaag is het Wereldmuggendag. Deze dag is niet bedoeld om muggen in het zonnetje te zetten, maar om wereldwijd aandacht te besteden aan ernstige ziektes die vrouwtjesmuggen kunnen overdragen als ze bij mensen bloed zuigen. Bij de steekmuggen (dag 205) heb ik hier al even aandacht aan besteed.

Vandaag aandacht voor een groep muggen die helemaal niet gevaarlijk is maar soms toch overlast kan veroorzaken: de dansmuggen.
Hoe onderscheid je ze van de steekmuggen? Het meest opvallende is dat bij dansmuggen (in rust) de vleugels korter zijn dan het achterlijf; bij steekmuggen zijn de vleugels langer. Verder houden dansmuggen in rust hun voorpoten naar boven gericht (zie o.a. foto linksboven). Steekmuggen houden in rust hun achterpoten naar boven. Dansmuggen hebben korte monddelen, een gebocheld borststuk (zie de van opzij genomen fotoโ€™s) en vrij grote transparante (witte) vleugels die ze in rust boven hun lichaam vouwen.
Dansmuggen worden ook wel vedermuggen of pluimmuggen genoemd. De mannetjes hebben namelijk twee opvallend grote veervormige antennes waarmee ze de feromonen (signaalhormonen) van een vrouwtje kunnen opvangen. Bij vrouwtjes zijn de antennes behaard.

Volgens het Nederlands soortenregister komen in ons land 465 soorten dansmuggen voor (tegenover 35 soorten steekmuggen). De dansmuggenfamilie is in ons land dan ook het soortenrijkst en het talrijkst van alle muggenfamilies. Bij waarneming.nl kun je ze alleen als โ€˜dansmug onbekendโ€™ invoeren, want van foto kun je de meeste soorten niet van elkaar onderscheiden. Daar heb je een microscoop voor nodig.

Dansmuggen zijn de muggen die โ€™s avonds grote zwermen kunnen vormen tussen hoge bomen of op luwe plekken op dijken. Ze voelen zich ook aangetrokken tot licht. Ik zie ze dan ook veel rond de buitenlamp bij onze voordeur waar ook de spinnen zich ophouden. Het zijn de mannetjes die โ€˜dansenโ€™ (op en neer bewegen) en zo de vrouwtjes lokken. Binnen de zwerm wordt gepaard. Rond het IJsselmeer kan er in mei of juni sprake zijn van zwermen die een gevaar vormen voor het verkeer.
In de winter kun je ook wolken met dansende muggen zien. Dan gaat het vaak om wintermuggen, een aparte familie.

Dansmuggen zijn er van enkele millimeters tot een centimeter groot. Hun lichaam is groen of (licht)bruin. Ze leggen hun eitjes in het water. Daar komen wormachtige larven uit. Deze zijn rood van kleur omdat hun huid hemoglobine bevat, een eiwit dat zuurstof uit het water bindt. Omdat de rode beweeglijke diertjes voor predatoren goed opvallen, houden ze zich vooral in de modderlaag op of leven ze tussen onderwaterplanten. De larven eten dood organisch materiaal en algen; er zijn ook soorten die dierlijk plankton eten. Ze zijn voedsel voor allerlei kleine en grote waterdieren. Larven van dansmuggen worden als indicator voor waterkwaliteit gebruikt.
Volwassen dansmuggen eten nauwelijks iets, hooguit wat nectar of stuifmeel. Na de paring en ei-afzetting gaan ze dood. Dansmuggen zijn belangrijk voedsel voor andere insecten, spinnen, vogels en vleermuizen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ด-๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 231: parelamaniet

(19 augustus 2023)

Het hele jaar door zijn er wel paddenstoelen te zien, maar de komende tijd zullen het er veel meer worden. Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels die zich in de grond, op mest, op mos of in dood of levend plantaardig materiaal zoals hout bevinden. Het netwerk van schimmeldraden (zwamvlok of mycelium) samen met de bijbehorende paddenstoelen heet een zwam.
Een soort die je nu kunt zien, is de parelamaniet. Ik zag deze vorige week in de bossen bij Hilversum. Afhankelijk van het weer (na een natte periode) kunnen de vruchtlichamen van de parelamaniet al vanaf juni aangetroffen worden, tot in de herfst.

Schimmels vormen een intrigerende groep van organismen. Sommige schimmels leven samen met planten (de symbionten). Andere zijn parasieten. Een groot deel zijn zogenaamde saprofyten: zij zijn de opruimers van de natuur. In ons land komen meer dan 10.000 soorten schimmels voor die overigens lang niet allemaal paddenstoelen vormen. Sommige paddenstoelen zijn makkelijk te herkennen, andere zijn zelfs voor deskundigen moeilijk op naam te brengen. Geur, smaak, gevoel, uiterlijk, standplaats: allemaal veldkenmerken die een aanwijzing kunnen geven over met welke paddenstoel je te maken hebt. Daarnaast kun je sporen onder de microscoop bekijken of naar reacties met bepaalde chemische stoffen kijken. ObsIdentify (dus alleen op zicht) is niet altijd betrouwbaar wat betreft het op naam brengen van paddenstoelen. (Maar je kunt uiteraard ook gewoon genieten van de veelkleurigheid en veelvormigheid. En o ja: paddenstoelen aanraken kan gerust, ook giftige.)

Plaatjeszwammen zijn paddenstoelen die het meest overeen komen met het beeld dat veel mensen van paddenstoelen hebben. Ze hebben een hoed met daaronder zogenaamde plaatjes (lamellen). Tussen de plaatjes (lamellen) worden de sporen gevormd. In Nederland komen volgens het soortenregister meer dan 2.200 soorten plaatjeszwammen voor.
Een geslacht binnen de plaatjeszwammen zijn de amanieten. Hiervan komen in Nederland 25 soorten voor, waaronder de welbekende vliegenzwam en de dodelijk giftige groene knolamaniet. De parelamaniet is gekookt niet giftig maar kan verward worden met de wel giftige panteramaniet.
Amanieten hebben onderaan de steel een knol omgeven door een schede of beurs. Net onder de hoed zit bij de meeste een manchet (ring). Op de hoed zie je meestal de restanten van het omhulsel wat de paddenstoel heeft omgeven voordat die uit de grond kwam (de โ€˜stippenโ€™). Bij amanieten zitten de plaatjes los van de steel; de plaatjes zijn altijd wit.

De hoed van de parelamaniet is bruin (donkerbruin of vleeskleurig bruin) met lichtgrijze of bruinrode plakvormige stippen die er makkelijk afspoelen. De jonge hoed is bolrond en wordt later gewelfd tot vlak. Bij beschadiging wordt het weefsel rozerood (de paddenstoel โ€˜bloostโ€™). Hiermee onderscheidt de soort zich van de panteramaniet en de grauwe amaniet: het beschadigde weefsel hiervan verkleurt niet.
De schimmeldraden van de parelamaniet leven in symbiose met boomwortels, namelijk van eik, beuk, spar, den en lariks. De schimmel helpt de boom aan voedingsstoffen en krijgt daar suikers (koolhydraten) voor terug.

(Voor mensen die meer willen weten over paddenstoelen: op 1 september start een digitale basiscursus waarbij je ook huiswerkopdrachten krijgt. Zie hier voor meer informatie . Ik heb me er in elk geval voor aangemeld want over paddenstoelen kan ik nog veel leren.)

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฑ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 230: grasklokje

(18 augustus 2023)

Klokjes hebben kenmerkende, prachtige bloemen. In onze tuin hebben we daarom, naast het kruipklokje (oorspronkelijk uit Kroatiรซ), drie inheemse soorten staan: grasklokje, ruig klokje en prachtklokje. De laatste twee komen voor in Zuid-Limburg, maar zijn verder in ons land (zeer) zeldzaam. Daarentegen komen ze beide op allerlei plekken verwilderd voor, o.a. in stedelijk gebied. Want het zijn prachtige tuinplanten die ook nog eens makkelijk uitzaaien, is mijn ervaring. Vooral het ruig klokje duikt overal in onze tuin op. Het grasklokje is een wat bescheidenere soort en groeit van nature op meer plekken in ons land. Zo zag ik ze vorige week op de Westerheide bij Laren, maar ik ken ze ook uit Zeeland en van wegbermen in het oosten en zuiden van het land.

Voor mijn dertiende of veertiende verjaardag kreeg ik het boekje โ€˜Beschermde planten en dierenโ€™. Dat boekje heb ik vaak ingekeken en ook meegenomen op vakanties naar Zuid-Limburg. Er staan 53 planten in die op 6 augustus 1973 beschermd werden verklaard, waaronder alle orchideeรซn en alle klokjes die in Nederland voorkomen. Het criterium was niet alleen dat de planten zeldzaam of bedreigd waren, maar ook of ze โ€˜noodden tot plukkenโ€™ (of uitgraven). Zeldzame soorten met onopvallende bloemen waren niet in de lijst opgenomen.
Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet Natuurbescherming. Veel van de eerder beschermde soorten zijn dat niet meer; er zijn wel nieuwe bijgekomen. Op Wikipedia vind je de lijst met wettelijk beschermde plantensoorten. Daaruit blijkt dat de drie genoemde klokjes nu niet meer bij wet beschermd zijn. Blijkbaar geldt het criterium โ€˜plant noodt uit tot plukkenโ€™ niet meer. Van de klokjes (geslacht Campanula) is alleen het kluwenklokje nog beschermd.

Het grasklokje is een vrij lage plant. Het heeft een bladrozet met kleine, ronde bladeren. De daaruit opstijgende dunne stengels hebben lijnvormige blaadjes (vandaar: grasklokje). De klokjes zijn zachtblauw (zelden wit), knikkend en ongeveer 1,5 cm lang en in doorsnede. De plant bloeit van mei tot in de herfst. Je vindt hem op droge, min of meer voedselrijke en grazige gronden. Ook vind je ze op muren.

Klokjes worden vooral door bijen bezocht waaronder een aantal specialisten. Ook in onze tuin (dat buiten het gebied valt waarin klokjes van nature voorkomen) heb ik de grote klokjesbij gezien. Op de foto linksonder zie je een mannetje (gekromd achterlijf) op prachtklokje. De mannetjes slapen vaak in de klokjes door zich met hun kaken vast te klemmen. Ze blijven daar om te wachten op de vrouwtjes die later uitvliegen. Klokjesbijen zijn actief van begin mei tot eind augustus. Ze zijn ook te vinden op kaasjeskruid. Andere specialisten zijn bijvoorbeeld de gewone klokjeszandbij en de klokjesdikpoot. Op de foto onderaan in het midden zie je een tweekleurige zandbij op een klokje. Verder is er een snuitkever gespecialiseerd op klokjes. Ook zijn er vlinders zoals een aantal dwergspanners die klokjes (mede) als waardplant hebben. Een voorbeeld daarvan is de zwartvlekdwergspanner (foto rechtsonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต๐˜ถ๐˜ช๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 229: veldsprinkhanen

(17 augustus 2023)

Vorige week besteedde ik aandacht aan de sabelsprinkhanen. Ik legde toen uit dat je de groep โ€˜sprinkhanen en krekelsโ€™ kunt verdelen in langsprietigen en kortsprietigen. Tot de langsprietigen horen de sabelsprinkhanen en krekels. Doornsprinkhanen en veldsprinkhanen zijn sprinkhanen met korte sprieten. Zij worden ook wel de echte sprinkhanen genoemd.
Van de doornsprinkhanen komen in ons land vijf soorten voor. Bij deze sprinkhanen zijn het niet de stevige voorvleugels die de achtervleugels beschermen, maar het halsschild. Dat is over de vleugels heen uitgegroeid en heeft een doornachtige vorm; vandaar de naam. Deze โ€˜doorntjesโ€™ maken geen geluid.
Van de veldsprinkhanen komen volgens het soortenregister in Nederland 21 gevestigde soorten voor. Het zijn de sprinkhanen die je ziet wegspringen als je door het gras over de heide loopt en waarvan je de mannetjes overdag hoort tsjirpen. Sommige hebben bijzondere Nederlandse namen, vaak gebaseerd op het geluid dat ze voortbrengen (krasser, wekkertje, locomotiefje, ratelaar, zoemertje). Veldsprinkhanen kun je het beste aan hun geluid herkennen. Met wat moeite lukt dat ook op uiterlijk. Zie ook de zoekkaart sprinkhanen en krekels.

Mannetjes veldsprinkhaan maken overdag geluid door met hun achterpoten langs hun voorvleugels te wrijven. Die gaan trillen en zo wordt het geluid voortgebracht. Hiermee lokken ze de vrouwtjes. (Krekels en sabelsprinkhanen maken geluid door hun vleugels langs elkaar te strijken en ze doen dat als het donker is.)
Vrouwtjes veldsprinkhaan hebben net zoals de sabelsprinkhanen een legbuis, maar deze zijn minder zichtbaar. Met de legbuis boren ze in de nazomer een aantal gaten in de grond en daarin zetten ze hun eitjes af. Die worden bedekt met een schuimlaag. Afhankelijk van de soort komen ze na 10 ร  20 dagen uit of in de volgende lente.
Veldsprinkhanen eten grassen; sommige soorten hebben ook andere planten op het menu staan. Zelf worden ze door een heel scala aan dieren gegeten: parasitaire wespen en vliegen, keverlarven, vogels, egels, spitsmuizen en reptielen. Ook mensen eten veldsprinkhanen. Bij ons gaat het hierbij om de Europese treksprinkhaan die daarvoor speciaal wordt gekweekt. Treksprinkhanen zijn berucht vanwege de schade die ze, al trekkend in grote zwermen, kunnen aanrichten. In ons land is de Europese treksprinkhaan in het wild uitgestorven, op een dwaalgast of ontsnapt exemplaar na.

In de collage zie je van links naar rechts: krasser, bruine sprinkhanen (maar het kunnen ook ratelaars of snortikkers zijn) en kustsprinkhaan.
De krasser is een algemeen voorkomende soort. Ze zijn meestal groen en hebben verkorte vleugels (goed te zien op de foto). Ze komen vooral in het zuiden en oosten van ons land voor, m.n. in wegbermen, heidevelden en graslanden.
De bruine sprinkhaan, ratelaar en snortikker lijken erg op elkaar en de mannetjes zijn vooral op geluid uit elkaar te houden. De bruine sprinkhaan is รฉรฉn van de talrijkste en komt door heel Nederland voor, de snortikker vind je vooral op droge heide- en grasvelden. De ratelaar wordt minder vaak in het noordwesten van ons land aangetroffen.
De kustsprinkhaan komt vooral op voedselrijkere graslanden in Laag-Nederland voor. Het is een groene of bruine sprinkhaan met vrijwel rechte zijkielen op het halsschild en lange vleugels.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฆ๐˜ต ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฑ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ช๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ด-๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 228: koninginnekruid

(16 augustus 2023)

Koninginnekruid, ook wel bekend als leverkruid, is een echte nazomerbloeier. De plant is van het geslacht Eupatorium de enige die in Europa inheems is. Andere soorten komen in Amerika voor en sommige daarvan worden bij ons ook wel in tuinen aangeplant. Wil je in je tuin gaan voor inheems en iets betekenen voor insecten, dan plant je natuurlijk de inheemse aan.

Want wat een insectentrekker is deze plant! Hierbij zien jullie een collage met vlinders op koninginnekruid. (Maar ik kan er ook zo รฉรฉn maken met (zweef)vliegen en bijen die ik op deze plant gezien heb.) De bovenste zes fotoโ€™s zijn van dagvlinders: kleine vuurvlinder, gehakkelde aurelia, kleine vos, atalanta, oranje zandoogje en citroenvlinder. De onderste fotoโ€™s zijn van nachtvlinders: een stippelmot, glad beertje, buxusmot, koperuil, halmrupsvlinder / weidehalmuiltje en bruine snuituil. Bij mijn speurtochten naar nachtvlinders in de tuin zag ik nog veel meer bezoekers op koninginnekruid: nog meer soorten nachtvlinders, steekmuggen en gewone oorwormen. Ook kwam ik de dwergvedermot tegen die koninginnekruid als waardplant heeft. Er zijn nog meer โ€˜mottenโ€™ die deze plant als waardplant hebben.

Koninginnekruid is een composiet. De buisvormige bloemen staan in hoofdjes van vier of zes bij elkaar en die staan dicht opeen in een tuilvormige bloeiwijze. De bloempjes zijn oudroze tot rozerood van kleur; soms tref je exemplaren met groenwitte bloempjes aan. Van de exemplaren met donkere stengels zijn de bloempjes donkerder van kleur, is mijn ervaring. De bloemen verspreiden een weeรฏge geur die vooral ook โ€™s nachts goed te ruiken is. Al met al heeft de plant op het eerste gezicht wel wat weg van een schermbloemige of valeriaan. Maar valeriaan is allang uitgebloeid. Na de bloei verschijnt er zaad met wollig pluis. Het driedelige blad lijkt op een hennepblad; daarom dat de wetenschappelijke soortaanduiding cannabinum is.

Het is een plant van vochtige, voedselrijke plaatsen. Je vindt hem o.a. aan waterkanten, in moerassen, rietlanden en moerasbossen en op kapvlaktes. Je vindt deze plant op plekken waar ook moerasspirea, harig wilgenroosje, haagwinde, bitterzoet en rietgras groeien. De plant kan best hoog worden: meer dan 1,5 meter hoog.

De naam โ€˜leverkruidโ€™ verwijst naar de leverkleurige bloemen. Vroeger werd er een medicinale thee van deze plant getrokken, maar het kan (whatโ€™s in a name) de lever aantasten. De naam koninginnekruid is een verbastering van het Duitse Kunigundenkraut, vernoemd naar de heilig verklaarde Kunigunde van Luxemburg. Zij leefde van 980 tot 1033 en was de beschermheilige van zieke kinderen. Of die vernoeming terecht wasโ€ฆ Lees hier.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ถ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฉ๐˜ข๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 227: bruine kiekendief

(15 augustus 2023)

Vorige week las ik op Nature Today dat de trek van de bruine kiekendief is begonnen. Daarom nu aandacht voor deze roofvogel voor ze vertrokken zijn naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. Hoewel vertrokkenโ€ฆ in de winter verblijven altijd nog maximaal tweehonderd exemplaren in Zuidwest-Nederland.

Van de kiekendieven is de bruine de meest algemeen voorkomende soort in ons land. Het is typisch een soort van moerassen, maar je ziet ze ook in duinen en op akkers. We zien ze regelmatig, zowel rondom ons huis (vlakbij de Nieuwkoopse Plassen) als in de buurt van het Grevelingenmeer. Ze vliegen laag over rietkragen, schommelen wat, hangen biddend stil en laten zich naar beneden vallen om een prooi te grijpen. Ze eten kleine zoogdieren, jonge vogels (vandaar โ€˜kiekenโ€™dief), eieren, kikkers en aas.
In maart-april keren de vogels terug. Het mannetje begint dan gelijk met zijn baltsvluchten. Het paringsritueel schijnt spectaculair te zijn. Mannetjes maken indruk door al roepend hoog te stijgen. Samen duiken ze elkaar vasthoudend razendsnel naar beneden. Een mannetje kan meerdere vrouwtjes hebben. De nesten worden van plantmateriaal gemaakt en liggen op de grond in het riet. Ze broeden van april tot in juni en hebben รฉรฉn legsel per jaar. De jongen worden nog wekenlang gevoerd. Daarna maken ze zich op om te vertrekken. Er broeden maximaal 1.100 paar in ons land.
Vrouwtjes bruine kiekendief zijn voornamelijk bruin met een gele kop. Mannetjes zijn bruin met een grijze staart en vleugels. De toppen van de vleugels zijn zwart.

Kiekendieven zijn slanke roofvogels (slanker dan bijvoorbeeld buizerds). Hun vleugels zijn smal en de staart is afgerond. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes. Alle soorten zijn grondbroeders. Kenmerkend is verder de golvende vliegbeweging waarbij ze hun vleugels in een ondiepe V-vorm houden. In Nederland komen naast de bruine ook nog de blauwe en de grauwe kiekendief voor.
De bruine kiekendief is het symbool voor de provincie Flevoland. Toen Zuidelijk Flevoland in 1968 droog viel, werd er riet ingezaaid om de bodem sneller te laten drogen. Zo ontstonden uitgestrekte rietvelden. Het aantal bruine kiekendieven nam vervolgens enorm toe.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ