Soort van 336: herfstvlieg

(2 december 2023)

Insecten kunnen op verschillende manieren overwinteren: als ei, larve, pop of volwassen insect (imago). Als ze als volwassen insect overwinteren, zoeken ze daar vorstvrije plekken voor op. Sommige insecten verblijven in huizen en andere gebouwen zoals verschillende soorten vliegen, lieveheersbeestjes, grauwe schildwants, dagpauwoog en kleine vos.
Vorige week werden we ‘verrast’ door honderden vliegen op onze vliering. Blijkbaar hebben ze ergens een gaatje gevonden en zijn ze zo massaal naar binnen gekomen. Hoewel ze niet schadelijk zijn, zijn ze inmiddels wel in de stofzuiger verdwenen.

Er zijn verschillende soorten vliegen die massaal in huizen overwinteren. Bij de bromvliegen noemde ik al de clustervlieg. Verder nog gaasvliegen, grasvliegen en, zoals bij ons, de herfstvlieg.
De herfstvlieg hoort tot de familie van de echte vliegen, net zoals de schorsvlieg en de huisvlieg (ook wel kamervlieg genoemd). Herfstvliegen en huisvliegen zijn even groot: 6-7 mm. Een herfstvlieg heeft een zwartgrijs gestreept borststuk. Het achterlijf is oranjegeel met een zwarte streep. Vrouwtjes zijn minder geel dan de mannetjes en hebben kleinere ogen. Bij de mannetjes raken de ogen bovenop de kop elkaar bijna.

In de nazomer en herfst verzamelen herfstvliegen zich en gaan ze met elkaar op zoek naar een overwinteringsplaats. In de natuur zijn dat holle bomen. (Hoge) gebouwen vinden ze ook geschikt. Ze kunnen daar in de spouwmuur gaan zitten, maar ook de gebouwen zelf binnendringen. Ze zoeken daar de hoogste plekken op. Bij ons is dat dus de vliering. In de winter zijn ze in een soort ruststand. In het voorjaar ontwaken ze als het warmer wordt. Ze kunnen zich dan door het hele gebouw verspreiden, op zoek naar kieren en naden om het gebouw te verlaten. Het schijnt dat je dan het beste de ramen tegenover elkaar open kunt zetten; ze zijn dan zo buiten. Dode vliegen in gebouwen moet je verwijderen want ze trekken tapijtkevers aan. En dat is pas echt vervelend.

Herfstvliegen zien wij niet alleen nu in ons huis, maar van februari tot november ook in onze tuin op allerlei soorten bloemen. Van rechtsboven met de klok mee op: perenbloesem, bosvergeet-mij-nietje, madeliefje, fluitenkruid, boerenwormkruid en basterdhemelsleutel. Volwassen herfstvliegen eten nectar, stuifmeel en honingdauw (afscheidingsproduct van bladluizen). Maar ze komen ook af op menselijke transpiratiegeuren (ze kunnen dan zo hinderlijk om je heen blijven hangen) en traanvocht. Zweet en traanvocht van allerlei boerderijdieren vinden ze nog aantrekkelijker. In het Engels heet deze vlieg ‘face fly’, vanwege zijn gewoonte om rondom de kop van rundvee en paarden te zwermen. De herfstvliegen steken niet maar kunnen wel lichaamssappen uit wondjes opzuigen. En zo kunnen ze ziektes overbrengen zoals ‘pink eye’ (bindvliesontsteking) waarvan koeien in het ergste geval blind kunnen worden.

Als een vrouwtje eenmaal uit haar winterrust is ontwaakt en de weg naar buiten heeft gevonden, zet ze haar honderd tot tweehonderd eitjes af in verse mest, voornamelijk van koeien, varkens en paarden. De larven (maden) leven van allerlei micro-organismen die op deze mest voorkomen. Onder optimale omstandigheden duurt de ontwikkeling van eitje tot vlieg maar twee weken. In een jaar komen zo’n zeven generaties voor. De volwassen dieren van de laatste generatie gaan op zoek naar de overwinteringsplekken.

Vliegen worden natuurlijk ook door allerlei dieren gegeten. Op de foto in het midden zie je een schorsmarpissa (een springspin) die een herfstvlieg verschalkt.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘬𝘢𝘥.𝘯𝘭, 𝘋𝘪𝘦𝘳𝘱𝘭𝘢𝘨𝘦𝘯𝘪𝘯𝘧𝘰𝘳𝘮𝘢𝘵𝘪𝘦 (3, 2018), 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Eén gedachte over “Soort van 336: herfstvlieg”

Plaats een reactie