Het begon op 11 juni. Op die dag vielen me de vele insecten op die zich op en rond een speerdistel in onze tuin bevonden. Toen ik wat beter keek, zag ik dat deze speerdistel vol zat met bladluizen. Dat trok allerlei insecten aan die van de honingdauw (afscheiding van bladluizen) snoepen of die bladluizen eten. Ook zag ik een tweestippelig lieveheersbeestje haar eitjes leggen aan de onderkant van een blad. Het leek me leuk om te volgen wanneer die eitjes zouden uitkomen en om gelijk naar alle andere beestjes op en rond de speerdistel te kijken. Op 20 juni verscheen de eerste larve van het tweestippelig lieveheersbeestje. Op 24 juni werd het eerste bloemhoofdje paars. Een mooi moment om een verslagje te maken van al mijn waarnemingen gedurende die twee weken.
Ik heb geprobeerd de beestjes zo min mogelijk te verstoren. Het enige wat ik soms deed was hier en daar een blaadje optillen om eronder te kijken. Dat is trouwens geen pretje, want speerdistels hebben vele scherpe stekels.
In totaal heb ik meer dan vijftig soorten gezien en op naam kunnen brengen (met Obsidentify en de hulp van mensen uit verschillende Facebookgroepen). Onder deze soorten zitten ook toevallige bezoekers die zich niet door de stekels laten afschrikken.
Hierbij laat ik jullie meegenieten aan de hand van een aantal fotocollages.

Speerdistel
Allereerst iets over de speerdistel zelf. Op de foto links zie je het ‘studieobject’. Op de foto rechtsboven zie je een rozet van dezelfde plant van afgelopen maart. De speerdistel is in principe een tweejarige plant die afsterft als hij gebloeid heeft en zaad heeft gevormd.
Speerdistels zijn zogenaamde vederdistels. Hierbij zijn de haren van de pluizen veervormig vertakt. In de collage zie je het pluis van de kale jonker, ook een veerdistel, die inmiddels bijna uitgebloeid is.
Rechtsonder zie je het eerste bloeiende bloemhoofdje. Deze werd bezocht door een puntbijvlieg.
Volgens de Oecologische Flora hebben alle distelachtigen (= vederdistels, distels, klitten, wegdistel, zaagblad en soorten van het geslacht centaurie waartoe o.a. knoopkruid behoort) dezelfde ‘distelfauna’. En die is zeer uitgebreid. Bovendien trekken al die beestjes weer andere organismen aan. Dus volop leven in, op en rond een distelplant.

Bladluizen, mieren en vliegen
Op distelachtigen zijn talrijke bladluissoorten te vinden. Welke we hier zien, weet ik niet.
Bladluizen scheiden zogenaamde honingdauw uit. Dat trekt insecten aan die ervan eten. Het bekendst hiervan zijn de mieren (zoals de wegmieren op de foto), die zelfs hun ‘melkvee’ verdedigen tegen vijanden. Ook allerlei soorten vliegen die van nectar houden, vind je op honingdauw zoals deze herfstvlieg.

Tweestippelig lieveheersbeestje
Op de eerste foto paren er twee; dit zijn andere dan de eierleggende op de tweede foto. Op 11 juni werden de eitjes gelegd, op 20 juni verscheen de eerste larve. Eerst bleven de larven nog bij elkaar zitten en daarna waaierden ze over de plant uit. De larven eten de resten van hun eitje op en ik meen op de laatste foto ook een larve te zien die een broertje of zusje leegzuigt. Meer over lieveheersbeestjes vind je hier.

Nog meer lieveheersbeestjes
Bovenaan het schaakbordlieveheersbeestje en zijn larve en daarnaast het roomvleklieveheersbeestje. Onderaan zie je het Aziatische lieveheersbeestje met imago’s, eitjes en larven.

Snorzweefvlieg
Larven van verschillende soorten zweefvliegen eten ook bladluizen, zoals bijvoorbeeld van de snorzweefvlieg die je op de foto ziet. Voor snorzweefvliegen is het niet altijd veilig zoals uit de tweede foto blijkt waar er een door een strontvlieg wordt leeggezogen. Op de foto linksonder zie je een larve van een zweefvlieg, mogelijk van een snorzweefvlieg. Op de foto rechtsonder zie je mieren die een (dode?) larve wegslepen.

Strontvlieg en de ‘vliegenvernietiger’
Strontvliegen die andere vliegen vangen en leegzuigen, werden zelf belaagd door een schimmel (Entomophthora muscae). Op 11 juni hingen er twee besmette strontvliegen hoog in de plant; de resten ervan hangen er nog steeds.

Parasitaire wespen
Ik heb opvallend veel wespensoorten gezien. Hierbij gaat het zowel om parasitaire wespen die parasiteren op bladluizen of larven, als om bladwespen waarvan de larven van de plant eten. In de collage zie je bovenaan een bladluizendoder (what’s in a name), een wesp die parasiteert op een larve en een opvallende sluipwesp (Glyphicnemis profligator). Daaronder nog drie afbeeldingen van sluipwespen.

Nog meer bladluiseters
Er zijn nog meer beestjes die het op bladluizen hebben voorzien zoals grote langlijf (de larven hiervan), volwassen bleekgele weekschildkevers (gele soldaatjes) en de gewone oorworm.

Nog meer disteleters
Niet alleen bladluizen eten van de plant. Ik heb geen rupsen gezien; rupsen van o.a. de distelvlinder en het distelhermelijntje zijn er pas in de zomer. Wel zag ik mijnen van mineervliegjes, een nymf van de groene schildwants en de larve van een schildpadtor (die zich camoufleert met zijn uitwerpselen en vervellingshuidjes).

Spinnen
Spinnen vangen zowel de (vliegende) bladluizen als andere vliegende beestjes in hun web. Rechts zie je een strekspin en daaronder haar eikapsel waarvan ik meerdere op de speerdistel zag. Verder nog een jonge kruisspin en een onbekende spin met haar weefsel boven in de plant.

Eén gedachte over “Natuursprokkel 10: Distelfauna”