Soort van dag 156: zandhagedis

(5 juni 2023)

Een leuke ontmoeting afgelopen zaterdag: op de Brunssumerheide zagen we deze zandhagedis. Ik neem aan een vrouwtje, want de mannetjes hebben in de voortplantingstijd (voorjaar en zomer) opvallend groene flanken. Vrouwtjes, maar ook jonge dieren, zijn bruin van kleur.
In Nederland komen van nature vier soorten hagedissen voor: hazelworm, muurhagedis (alleen in Maastricht), levendbarende hagedis en zandhagedis. Op ravon.nl vind je een herkenningskaart hagedissen; hierop kun je de verschillen tussen de hagedissen goed zien.
Zandhagedissen hebben voorkeur voor open, zandige terreinen met lage vegetatie. Je vindt ze daarom vooral in duin- en heidegebieden. De grootste dichtheden komen voor op de Veluwe en in de duinen (m.u.v. Zeeland).
De zandhagedis kan (inclusief staart) maximaal 21 cm lang worden. Hij eet allerlei ongewervelde dieren, vooral geleedpotige, zoals kevers, spinnen, sprinkhanen, muggen en vlinders en hun rupsen. Voordat hij op jacht gaat, warmt hij zich eerst op in de zon. Zandhagedissen worden zelf gegeten door egels, reigers, buizerd, torenvalk, uilen, klauwieren en kraaien.

Zandhagedissen overwinteren onder de grond, in een verlaten zoogdierhol of in een zelf gegraven hol. Eind maart / begin april komen ze uit winterslaap. Eerst komen de mannetjes tevoorschijn, twee weken later volgen de vrouwtjes. De voortplantingsperiode duurt tot begin juni. Dan vallen vooral de groengekleurde mannetjes op die actief op zoek zijn naar een partner. In juni en begin juli zul je vooral vrouwtjes zien die op zoek zijn naar een geschikte plek om de eitjes af te zetten. Het vrouwtje legt haar eieren 5-10 cm diep op een open zandplek. Na de eiafzet worden er minder zandhagedissen waargenomen. Het is dan sowieso warmer waardoor de hagedissen niet in de zon hoeven te zitten om op te warmen voordat ze op jacht gaan. De zonnewarmte broedt de eieren uit. Vanaf begin augustus komen de jonge zandhagedisjes uit hun eieren.

Op zich gaat het goed met de zandhagedis in Nederland. De populaties groeien, maar er komen nauwelijks nieuwe leefgebieden bij. Dat komt door de versnippering van de natuur in Nederland. Dat de populaties groeien, komt doordat er meer ruimte voor dynamiek is in de duinen en op heideterreinen. Zo is er meer open zand beschikbaar voor de eiafzet. De zandhagedis is een echte zonaanbidder en profiteert van het warmer wordende klimaat. De zandhagedis heeft op de Rode Lijst de status โ€˜kwetsbaarโ€™.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜™๐˜ˆ๐˜๐˜–๐˜•, ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 155: koekoek

(4 juni 2023)

Een week geleden besteedde ik aandacht aan de kleine karekiet. Toen kwam ook de koekoek aan de orde. Die legt haar eieren o.a. in de nesten van de kleine karekiet. Over deze broedparasiet valt nog veel meer te vertellen.

Koekoeken zie en hoor je bij ons alleen in de zomer. Half april keren ze terug uit tropisch Afrika. Volwassen koekoeken trekken na de eileg weer weg (juli, augustus). Met verschillende tussenstops keren ze terug naar de regenwouden van Congo. De jonge vogels vertrekken veel later (september, oktober).

Mannetjes zijn blauwgrijs en hebben een gestreepte witte buik. Vrouwtjes zijn grijs of roestbruin. Koekoeken hebben de grootte van een duif. Als een koekoek zit, laat hij vaak z’n vleugels afhangen. In de vlucht lijkt hij op een sperwer. Dat heeft een groot voordeel: de koekoek merkt aan de paniekreacties waar mogelijke waardvogels zitten. De soort heeft spitse vleugels en een lange staart. Alleen de mannetjes roepen โ€˜koekoekโ€™.

Het vrouwtje legt wel 10 tot 25 eieren, per nest een exemplaar. Ze hoeft geen energie te steken in broedzorg, dus kan ze al haar energie steken in veel eieren leggen. Een koekoekvrouwtje legt haar ei in het nest van de soort waar zij zelf is grootgebracht. De eikleuren zijn er zelfs op aangepast. Kleine karekiet, heggenmus, graspieper, witte en gele kwikstaart zijn de belangrijkste waardvogels. Als een vrouwtje een ei wil gaan leggen, slaakt ze een kreet die verdacht veel lijkt op die van de sperwer. De waardvogel verlaat dan haar nest.

De koekoek eet bijna uitsluitend insecten. Vooral harige of felgekleurde rupsen (die door andere vogels worden gemeden) staan bij de koekoek op het menu. De haartjes worden via een braakbal weer uitgespuugd. Het rupsendieet wordt aangevuld met kevers, krekels, sprinkhanen, oorwormen en libellen.

De koekoek vind je vooral in de duinen, moerasgebieden en kleinschalig cultuurlandschap. Ze zijn te vinden in relatief open terreinen met enkele hoge uitkijkposten. Vanaf deze uitkijkposten speuren ze naar nesten van waardvogels.

Sinds 2004 staat de koekoek als kwetsbaar op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. De koekoek is o.a. afhankelijk van hoe het gaat met de waardvogels. Daarnaast moet er ook genoeg voedsel zijn. Er zijn momenteel zoโ€™n 7.000 โ€˜broedparenโ€™.

Veel dieren die een vergelijkbare vorm van broedparasitisme vertonen, zijn naar de koekoek vernoemd, zoals koekoekshommels en koekoekswespen. Koekoeksbloemen zijn genoemd naar het witte schuim dat vaak op de plant te vinden is; men dacht dat het spuug van de koekoek was (soort van dag 141). Dat vogels in andere streken overwinteren, is nog maar vrij kort bekend. Men dacht bijvoorbeeld dat koekoeken in de herfst in sperwers veranderden. Er zijn verschillende spreekwoorden en gezegden die โ€˜koekoekโ€™ bevatten. โ€˜Koekoekโ€™ werd vaak gebruikt om de naam van de duivel te vermijden. De koekoek was gewijd aan de Noorse god Thor.

De afbeelding van de koekoek is afkomstig van Kev via Pixabay. De harige rups is er een van de grote beer.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ด๐˜ค๐˜ช๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ช๐˜ข๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 154: gewone rolklaver

(3 juni 2023)

Een van de mooiste klaversoorten vind ik de rolklaver. Er komen in ons land verschillende soorten voor: gewone, moeras- en smalle rolklaver. Niet alleen de bloemen zijn mooi en vrolijk van kleur; dat geldt ook voor veel van de bezoekers. Verder is het vaak de combinatie van gewone rolklaver met andere planten die de plant zo aantrekkelijk maakt. Bijvoorbeeld met rietorchis en wikkesoorten.

Rolklavers hebben vijftallige bladeren, in tegenstelling tot andere klaversoorten die drietallige bladeren hebben. De onderste twee blaadjes zijn dicht tegen de stengel geplaatst. Gewone rolklaver is zeer variabel van voorkomen. De plant bloeit van mei tot oktober met goudgele bloemen die in hoofdjes van twee tot zeven bloemen bij elkaar staan. De knoppen en jonge bloemen zijn vaak rood aangelopen. De bloemen worden bestoven door verschillende bijensoorten en hommels. Een specialist op rolklaver is de grote harsbij. De peulen zijn lang, smal en rolrond (vandaar de naam โ€˜rolโ€™klaver). Als de zaden rijp zijn, worden ze weggeschoten.

De gewone rolklaver groeit vooral op matig voedselrijke grond; de plant komt o.a. voor in de duinen en in laag grasland. De plant verdraagt droogte en zilte bodems. Als soort uit de vlinderbloemenfamilie heeft gewone rolklaver wortelknolletjes waarin in symbiose met rhizobiumbacteriรซn stikstof uit de lucht wordt gebonden. Het is een soort die ook veel uitgezaaid wordt, bijvoorbeeld in bermen.

Verschillende vlinders hebben de rolklaver als waardplant. De Sint-Jansvlinder (linksboven) en het bruin dikkopje zetten hun eitjes alleen op de verschillende soorten rolklaver af. Het icarusblauwtje (linksonder) gebruikt daarnaast ook andere klaversoorten. Verder zijn er nog verschillende motjes die de rolklaver als waardplant hebben. Er is een snuitkever die gespecialiseerd is op rolklaver. Ook kun je er gallen op vinden van verschillende soorten galmuggen. Koeien lusten rolklaver graag. De plant schijnt een gunstige invloed te hebben op de smaak van de melk.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 153: stippelmotten

(2 juni 2023)

Heb je ook wel eens in juni kaalgevreten bomen of struiken gezien, vol met spinsels, zoals bijvoorbeeld op de foto links midden? Dan is de kans groot dat de rupsen van stippelmotten hier aan het werk zijn geweest. Wereldwijd bestaan er 700 soorten stippelmotten, ook wel spinselmotten genoemd. De rupsen maken gezamenlijk stevige, taaie spinsels die als bescherming dienen. Hierin vindt ook de verpopping plaats.

Deze rupsen kunnen in korte tijd hun waardplant kaalvreten. Deze herstelt weer snel na de verpopping van de rupsen. De rupsen zijn ongevaarlijk voor mens en dier. Vanwege de spinsels worden ze vaak verward met de eikenprocessierups of de bastaardsatijnrups. De rupsen van de stippelmotten zijn echter niet behaard, in tegenstelling tot de eikenprocessierupsen (op eik) en bastaardsatijnrupsen (op m.n. duindoorn, meidoorn, walnoot en wilg; deze overwinteren in nesten op de waardplant).

Er komen in ons land verschillende soorten stippelmotten voor van het geslacht Yponomeuta. De vlinders lijken erg veel op elkaar. Deze kunnen slechts met moeite met de microscoop uit elkaar gehouden worden. Maar aan de hand van de waardplant kun je wel zeggen met welke soort je te maken hebt.

Op de fotoโ€™s zie je spinsels die ik in onze tuin heb gefotografeerd: linksboven kardinaalsmutsstippelmot (op wilde kardinaalsmuts), rechtsboven de meidoornstippelmot (op meidoorn) en linksonder vogelkersstippelmot (op vogelkers). De meidoornstippelmot kun je ook vinden op krentenboompje, dwergmispel, sleedoorn, kers, kerspruim, abrikoos en pruim. Verder is er bijvoorbeeld nog een appelstippelmot (op verschillende soorten appel), de wilgenstippelmot (op verschillende soorten wilg) en de hemelsleutelstippelmot (op hemelsleutel en andere vetplanten). Op de foto rechtsonder zie je volgevreten rupsen.

De volwassen stippelmotten vliegen van juli tot in oktober. De vrouwtjes zetten hun eitjes af op de  schors van de waardplant. Al in de herfst komen de rupsjes uit maar pas in het voorjaar beginnen ze met eten. Ze beginnen met het mineren van jonge, pas uitgekomen blaadjes (d.w.z.: ze maken hier gangen in). Als de rupsen groter zijn, maken ze de spinsels en kunnen ze dus zoals gezegd een hele boom of struik kaalvreten. Tegen half juni zijn de rupsen uitgegeten en verpoppen ze zich. Vervolgens komen de vlinders tevoorschijn. Deze hebben een spanwijdte van twee centimeter. Ze zijn satijnwit met zwarte stipjes; vandaar de naam stippelmot (foto midden rechts).

Ondanks de bescherming van de spinsels hebben de rupsen van stippelmotten veel natuurlijke vijanden. De rupsen dienen als voedsel voor jonge vogels, met name voor mezen en zangvogels. Verder zijn er roofkevers die de rupsen eten. Er zijn sluipwespen die hun eitjes in de rupsen afzetten. Uit de rups komt dan geen mot maar een sluipwesp.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ค๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฑ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ฐ๐˜ฑ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ข.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 152: duinroos

(1 juni 2023)

De open, droge binnenduinen van Texel zijn nu bespikkeld met de bloemen van het duinroosje zoals hier bij De Bollekamer. Het grootste deel van dit dwergstruikje zie je niet: dat bevindt zich onder het zand. De wortels kunnen heel diep reiken, tot aan het zoete grondwater en diepere, kalkhoudende grondlagen. Duinroosjes verschijnen pas in de duinen als de duindoorn verdwenen is doordat de duinen voor deze soort te kalkarm zijn geworden. Iets zuidelijker van De Bollekamer komen dan ook veel minder duinroosjes voor want die duinen zijn jonger en kalkrijker. Hier staan o.a. duindoorn, meidoorn en hogere rozensoorten.

Het duinroosje (officieel: duinroos) is een typische soort van droge, zonnige duinhellingen. Ten zuiden van Wassenaar is ze zeldzaam. Langs het IJsselmeer wordt het duinroosje ook op sommige plekken gevonden. Vind je ze elders in het land, dan zijn het meestal aanplantingen.

Duinroosjes worden meestal niet hoger dan 90 cm. Zoals alle rozen hebben duinroosjes stekels (en geen doorns). Ze hebben geveerd blad. De rozenbottels zijn vrij klein, glanzend paarszwart en niet behaard.

De bloemen zijn 1,5 tot 2 cm in doorsnee en meestal roomwit. Soms vind je ook roze exemplaren. De bloemen hebben geen nectar, geuren niet en hebben bestuivers veel stuifmeel te bieden. De struik bloeit in mei en juni; soms is er nog een tweede bloei van augustus tot oktober. Het duinroosje is een van de eerste rozensoorten die in cultuur is genomen. Arboretum Belmonte in Wageningen heeft bijvoorbeeld een hele collectie (de Doorenboscollectie).

Rozen in het algemeen zijn waardplanten van kleine, onopvallende vlinders. Op rozen vind je ook allerlei gallen. De meest opvallende is de mosgal. Rozenkevers zijn talrijk op duinroosjes. Ze eten o.a. van de bloemknoppen. Op duinroosjes zit een bepaalde roestschimmel: gladde roosroest.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

Bronnen: Nederlandse oecologische flora, Flora van Nederland, Wikipedia

Soort van dag 151: otter

(31 mei 2023)

Vandaag (de laatste woensdag van mei) is het Wereld Otter Dag. Eind jaren โ€™80 was de otter in Nederland officieel uitgestorven. Oorzaken: verkeer, jacht, verdrinking in fuiken, gif, watervervuiling en verdwijning van geschikt leefgebied. In 2002 is de otter weer uitgezet in de Weerribben. Vandaar heeft het dier zich geleidelijk aan over delen van ons land verspreid. Ook bij ons in de omgeving (Nieuwkoopse Plassen) komt de otter sinds 2013 weer voor. En de opmars gaat verder. Sinds dit jaar zijn ze ook terug in de Biesbosch. Er zouden nu zoโ€™n 450 individuen in ons land leven. Op de foto zie je een opgezet exemplaar uit het bezoekerscentrum van It Fryske Gea bij de Ketliker Skar.

Dat de otter het redelijk redt, komt door de verbeterde waterkwaliteit en verbetering van hun leefgebieden. Wel eist het verkeer nog veel slachtoffers. Een otter steekt namelijk liever een weg over het droge over in plaats van zwemmend eronderdoor. Daarom worden op allerlei plekken voor een veilige oversteek faunapassages en rasters aangelegd. Op de fotoโ€™s zie je rechts faunavoorzieningen bij de Korenmolenweg in Wilnis (loopplank onder een brug en afrastering). Links zie je een onderdoorgang en rasters langs de provinciale weg bij Woerdense Verlaat. Met deze voorzieningen moeten otters zich veilig kunnen verplaatsen tussen de Nieuwkoopse Plassen en de Vinkeveense en Vechtplassen. En wellicht passeren ze daarbij ook wel ons huisโ€ฆ

Een otter is een marterachtige, net zoals de das. Zijn kop-romplengte is 60-95 cm en zijn staartlengte 35-50 cm. Otters zijn met hun slanke lichaam goed aangepast aan een leven in het water. Ze hebben bijvoorbeeld ook zwemvliezen. Ze verplaatsen zich ook lopend.
Otters eten vooral vis. Ze lusten ook amfibieรซn, rivierkreeften, kleine watervogels en hun eieren, bruine rat, woelrat en muskusrat. Heeft de otter een grote prooi gevangen, dan klemt hij deze tegen zijn borst en gaat aan land om zijn vangst te verorberen. Ze jagen op zicht. โ€™s Nachts en in troebel water gebruiken ze hun snorharen.

Otters hebben grote territoria (1-2 km2 of 8-12 km oeverlengte) en trekken daarin veel rond. Ze leven solitair (behalve een moeder met jongen). Het leefgebied van een mannetje overlapt dat van verschillende vrouwtjes. Naast water hebben ze een goed begroeide oevervegetatie met meerdere schuilplaatsen nodig. Geschikte schuilplaatsen (โ€˜holtsโ€™) zijn bijvoorbeeld holtes tussen de wortels van bomen langs watergangen, opengescheurde stammen van knotbomen, holen van beverratten en ruimtes onder bruggen. Ook worden er kunstmatige holts aangebracht.

De kans om een levende otter te zien, is klein. Otters zijn schuw en โ€™s nachts actief. Sporen zul je veel sneller aantreffen: prenten, wissels (plekken waar otters in en uit het water gaan), afgekloven vissenkoppen en zogenaamde โ€˜spraintsโ€™ (otterpoep) waarmee otters hun territorium afzetten en met elkaar communiceren. Via beelden van wildcameraโ€™s kunnen we de otters bekijken, zoals hier in de Nieuwkoopse Plassen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ก๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 150: zwartgerande tuinslak

(30 mei 2023)

Een veel voorkomende tuinslak is de zwartgerande. Er bestaat ook een witgerande tuinslak: deze is wat kleiner en minder algemeen. Deze wordt vooral in Zuid-Limburg en het heggenlandschap van de grote rivieren aangetroffen. De zwartgerande komt in loofbossen, tuinen, struwelen en ruigten voor.

De huisjes van de zwartgerande tuinslak komen in allerlei kleurvormen voor: donkere banden op een gele, roodbruine of zalmkleurige ondergrond. De banden kunnen ook ontbreken of juist wit zijn. Exemplaren met veel donkere strepen leven op plaatsen met veel begroeiing, minder gestreepte slakken leven vaak op open plekken zoals graslanden. Recent onderzoek wijst uit dat tuinslakken op warmere plekken zoals de stad steeds vaker een geel huisje hebben. Ze kunnen beter tegen warmte en droogte dan slakken met een donker huisje. Want geel weerkaatst het meeste zonlicht en zo zullen slakken met een geel huisje minder snel opwarmen. Zo kunnen ze zich aanpassen aan de klimaatverandering.
Zwartgerande tuinslakken hebben maximaal vijf banden. De verdikte mondrand van volgroeide slakken is gewoonlijk donker (zelden licht) van kleur. In het algemeen zijn de huisjes rechtsgewonden.

In tegenstelling tot de segrijnslak is de zwartgerande tuinslak vooral een afvaleter. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit dood plantaardig materiaal. Daarnaast eten ze brandnetels, boterbloemen, algen, paddenstoelen en dode dieren (bijvoorbeeld dode regenwormen). Ze brengen dus minder schade toe aan tuin- en moestuinplanten dan de segrijnslak (mits er genoeg ander voedsel is).

Intrigerend is de voortplanting van landslakken. Ze zijn hermafrodiet, dus mannetje en vrouwtje tegelijk. Ze bevruchten elkaar wederzijds. Dat is wel zo handig want een partner vinden gaat niet zo snel bij slakken. Als ze elkaar gevonden hebben, wordt er een liefdespijl afgeschoten. Deze komt in de huid van de andere slak te zitten. Hiermee wordt een hormoon geรฏnjecteerd dat de zaadlozing stimuleert. Na de beschieting worden de lichamen tegen elkaar aangedrukt en vindt er overdracht van sperma plaats. Dat duurt zoโ€™n tien minuten. Na de bevruchting worden de eitjes in de grond afgezet en dat duurt enkele uren. Na een paar weken komen de eitjes uit. Huisjesslakken die net uit het ei zijn gekropen, hebben al een huisje op hun rug. Na twee of drie jaar zijn ze geslachtsrijp. Tuinslakken kunnen ongeveer zeven jaar oud worden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜š๐˜ญ๐˜ข๐˜ฌ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ด๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ด, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 149: grote klaproos

(29 mei 2023)

Gisteren, op eerste Pinksterdag, bloeide bij ons in de tuin de eerste grote klaproos, ook wel gewone klaproos genoemd. Wat een intense kleur rood heeft die toch! Heel passend, want rood is ook de kleur van Pinksteren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden de slagvelden in Vlaanderen vol bloeiende klaprozen. De Canadese arts en dichter John McCrae beschreef dit in zijn gedicht โ€œIn Flanders Fieldsโ€. Klaprozen zijn daarom in de landen van het Gemenebest van Naties het symbool van de Eerste Wereldoorlog.

Klaprozen zijn eenjarige pioniersplanten. Vroeger waren ze te vinden op graanakkers, maar door bemesting en onkruidbestrijding vind je ze daar (bijna) niet meer. Wel komen ze soms massaal op in omgewerkte bermen en op dijk- en spoortaluds. Of in de moestuin, zoals bij ons. Als de bodem met rust wordt gelaten, verdwijnen ze. Omdat het zaad lang kiemkrachtig is, verschijnen ze weer als er in de bodem wordt geroerd. Klaprozen zitten ook in veel eenjarige bloemenmengsels.

Soorten van het geslacht Papaver hebben allemaal wit melksap. Daarin zitten alkaloรฏden: stoffen die inwerken op het centraal zenuwstelsel van mens en dier. Van het melksap uit de onrijpe vruchten van de slaapbol, bijvoorbeeld, wordt opium gemaakt.

De klaproossoorten uit ons land (grote, bleke en ruige klaproos) komen oorspronkelijk uit het gebied rond de Middellandse Zee. Het zijn zogenaamde archeofyten. Dit zijn plantensoorten die tussen de laatste ijstijd en 1500 na Christus (bewust of onbewust) door menselijk toedoen in ons land zijn beland en inmiddels zijn ingeburgerd. Volgens Heukelsโ€™ Flora van Nederland gaat het om 131 soorten. Veel archeofyten zijn graanonkruiden (zoals klaprozen en korenbloem) en zijn met de opkomst van de landbouw naar onze omgeving gekomen. Ook de Romeinen hebben veel planten geรฏntroduceerd (eetbare planten, kruiden, sierplanten).

Terug naar de grote klaproos. Voor de bloei zijn de knoppen geknikt. De bloem wordt geheel omgeven door twee kelkbladen die bij het ontluiken eraf vallen. De vier kroonbladen van de grote klaproos zijn vuurrood, met meestal een zwarte vlek aan de voet. De kroonbladen zijn groot en breder dan lang; ze overlappen elkaar voor een groot deel. Ook kunnen ze lichter van kleur zijn, tot wit aan toe. De bloemen bevatten geen nectar, maar leveren wel veel stuifmeel. Hier komen allerlei insecten op af. In onze tuin zie ik er verschillende soorten hommels en zweefvliegen op. De insecten worden gelokt door de grote kroonbladen die zij overigens niet als rood maar als ultraviolet zien.

Na de bevruchting groeit de stamper uit tot een doosvrucht. Als deze rijp is, verschijnen onder het โ€˜dekseltjeโ€™ gaatjes. De wind schudt de zaaddoos heen en weer en strooit zo de zaden uit.

De kroonbladen van de bleke klaproos zijn licht oranjerood en kleiner dan die van de grote klaproos (foto rechtsonder). Ze overlappen elkaar gedeeltelijk. De kroonbladen van de ruige klaproos, tenslotte, zijn rood met een zwarte vlek. Ze zijn veel kleiner dan die van de grote en bleke klaproos en ze bedekken elkaar niet.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ

Soort van dag 148: kleine karekiet

(28 mei 2023)

We horen ze weer volop: de kleine karekieten in de rietkraag langs de Kromme Mijdrecht. Hij zit ook weer in het overjarig riet in onze tuin. Het was me tot gisteren niet gelukt om deze kleine vogel op de foto vast te leggen. Meestal zitten ze laag in het riet, maar dit mannetje zat ineens hoog in het riet te zingen. Ik had gelukkig mijn fototoestel bij de hand. Gauw een paar fotoโ€™s gemaakt en toen was hij alweer weggedoken.

Het is een onopvallend gelig bruin vogeltje dat allerlei soorten insecten eet. Je kunt hem wat betreft uiterlijk makkelijk verwarren met andere kleine bruine vogeltjes zoals de bosrietzanger, maar niet wat betreft geluid. De kleine karekiet zingt een vrij eentonig krassend liedje (“krr-krr-kiet-kiet-kiet”). De bosrietzanger zingt juist heel gevarieerd. De meeste zangvogels hoor je in de loop van juli niet meer; de kleine karekiet blijft nog lang doorgaan.

Overal waar riet staat, kun je de kleine karekiet verwachten. Zelfs in smalle rietkragen langs vijvers in woonwijken. Tijdens het broedseizoen moeten gemeentes deze rietkragen dan ook met rust laten. Rietoevers mogen voor eind augustus niet gemaaid worden. De meeste kleine karekieten zitten in de Oostvaardersplassen.

Vanaf april keert de kleine karekiet terug uit Afrika. Ze broeden van mei tot eind juli augustus. Het vrouwtje weeft een diep komvormig nest tussen de rietstengels. Daarin worden vier eieren gelegd. Kleine karekieten beginnen vaak direct aan een tweede nest als een eerste legsel mislukt. Tot begin september kun je nog jonge kleine karekieten zien die gevoerd worden.

Een vogel die we momenteel ook horen (en die zich ook moeilijk laat fotograferen), is de koekoek. Koekoeken zijn broedparasieten. Ze kiezen vaak het nest van de kleine karekiet uit om te parasiteren. Deze nesten zijn namelijk heel stevig en diep. Het koekoeksjong kruipt eerder uit het ei dan de kleine karekieten. Als zijn ‘pleegouders’ niet kijken, gooit hij de andere eieren uit het nest. Toch blijven de karekieten hem als hun kind behandelen en ze zullen hem voeden tot hij groot genoeg is om voor zichzelf te kunnen zorgen. Hier zie je een filmpje waarop een kleine karekiet het veel grotere koekoeksjong voert.

Van eind juli tot begin oktober gaan de kleine karekieten weer naar Afrika. Daar verblijven ze in de mangrovebossen langs de West-Afrikaanse kust. De kans op overleven hangt samen met de hoeveelheid neerslag in dat gebied. In een droog seizoen zijn er weinig insecten en zullen minder kleine karekieten de reis naar Nederland overleven. Ditzelfde is bekend van de purperreiger en de rietzanger die ook in West-Afrika overwinteren. In Nederland gaat het goed met de kleine karekiet.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 147: gele lis

(27 mei 2023)

De kanten van vaarten, sloten en plassen worden nu opgefleurd door de gele lis. Ik krijg er geen genoeg van om in mijn tuin naar deze schitterende bloemen te kijken en naar al het leven dat erop te vinden is.

Als de plant niet bloeit, kun je haar verwarren met andere planten die aan de waterkant groeien en parallelle nerven in hun lange, zwaardvormige bladeren hebben. Bijvoorbeeld lisdodden, egelskoppen en kalmoes. Planten met parallelnervige bladeren zijn zogenaamde eenzaadlobbigen. Bij deze planten is er geen verschil is tussen kelk- en kroonbladeren (ze hebben bloemdekbladen). Het grondgetal van de bloemen is altijd drie (bij tweezaadlobbigen is dat vier of vijf). En uiteraard heeft het zaad รฉรฉn lob (vergelijk dit maar met een boon, een duidelijke tweezaadlobbige).

De bloemen van de gele lis zijn dus drietallig. Bekijk eens een bloem van dichtbij en verwonder je over de bouw en de schoonheid ervan. Kun je bijvoorbeeld de meeldraden vinden? Deze zitten verstopt achter de drie blaadjes die ongeveer recht omhoog staan (en een beetje gerafeld zijn). Dat zijn overigens geen bloemdekbladen maar onderdelen van de stijl (dus het vrouwelijke deel van de bloem). De drie kleinste gele blaadjes zijn de drie binnenste bloemdekbladen. De drie buitenste bloemdekbladen hebben een honingmerk van bruine streepjes en wijzen hommels, uiltjes en zweefvliegen de weg. (Er valt nog veel meer over de bloemen en over de bestuiving te vertellen, maar hier laat ik het even bij.)

Na de bloei ontwikkelen zich de driekantige doosvruchten. Als ze rijp zijn, gaan ze hangen. Hierbinnen zitten de platte bruine zaden opgestapeld. Ze lijken wel wat op mini-damschijven. De zaden bevatten luchtholten en worden al drijvend door het water verspreid. Gele lis staat dan ook het liefst met zijn voeten in ondiep, voedselrijk, stilstaand of zwak stromend water. Maar ze kunnen veel andere omstandigheden verdragen. Alleen in echt zuur, voedselarm en/of brak water zul je ze niet vinden.

Er zijn verschillende vlinders die (ook) gele lis als waardplant gebruiken. Er zijn verschillende kevers gespecialiseerd op gele lis: irisbladwesp, lissnuitkever (ook wel lissenboorder genoemd) en lisaardvlo.

Op de fotoโ€™s zie je van linksboven met de klok mee: gele lissen met hommel, een aardvlo, irisbladwesp, doflijfjes (een soort zweefvlieg), lissnuitkevers en bladluizen (op onrijpe zaaddoos).

De gele lis hoort tot het geslacht lis. Lissen worden door veel mensen irissen genoemd (naar de Latijnse geslachtsnaam). Een andere naam is zwaardlelie. Veel lissen worden als tuinplant gebruikt, bijvoorbeeld de blauwe lis (Zuid-Europa) en de stinkende lis (West- en Zuid-Europa; Nederland valt buiten het natuurlijke verspreidingsgebied). Er worden ook verschillende cultuurgewassen aangeplant zoals de Hollandse iris (een kruising).

Een gestileerde lis vind je o.a. in het wapen van Frankrijk, de โ€˜fleur de lisโ€™. Wel verwarrend, want โ€˜lisโ€™ is het Franse woord voor lelie (en de lis noemen ze โ€˜irisโ€™). Ook bij de scouting vind je dit symbool op vlaggen enzovoort. Maar hier is het eigenlijk een gestileerde vorm van de noordpijl van een kompas die wel erg op een โ€˜fleur de lisโ€™ lijkt.

De naam โ€˜irisโ€™ komt uit het Grieks en verwijst naar de godin van de regenboog (de brug tussen hemel en aarde). Irissen komen dan ook in alle kleuren van de regenboog voor. De herkomst van de Nederlandse naam โ€˜lisโ€™ is onduidelijk. Volgens het etymologisch woordenboek kan het verband houden met het Latijnse woord voor modder (lutum): plant die in de modder groeit.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ฆ๐˜ต๐˜บ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ ๐˜ธ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ, ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ