(13 oktober 2023)
Het is momenteel vrij rustig met kleine vogeltjes in onze tuin. Tenminste, ik zie ze nauwelijks tussen al het blad dat nog aan de bomen zit. Maar ik hoor ze wel, o.a. de pimpelmezen. Dit ‘neefje’ van de koolmees broedt regelmatig in onze tuin en is ook te vinden op het voer dat we in de winter aanbieden.
Pimpelmezen lijken op koolmezen, maar ze zijn kleiner en hebben een blauw petje en blauwachtige vleugels. Koolmezen zitten vaak op de grond om hun kostje bij elkaar te scharrelen, pimpelmezen zitten hoger in bomen en struiken.
In de broedtijd eten pimpelmezen vooral allerlei geleedpotigen zoals spinnen en insecten en hun larven. Het zijn goede bladluisbestrijders. Deze behendige vogels weten goed op dunne twijgjes te balanceren en kunnen met gemak ondersteboven aan een vetbol hangen. In de winter eten ze zaden van m.n. berk, haagbeuk, Spaanse aak en riet. Uit het riet halen ze ook insecten die daarin overwinteren.
Pimpelmezen speuren ’s ochtends naar voedsel. Later in de middag keren ze terug naar plekken met voedsel om ervan te eten. Door pas later op de dag te eten zijn ze overdag lichter en wendbaarder en kunnen ze makkelijker vluchten voor roofvogels zoals sperwers.
Pimpelmezen zijn algemeen voorkomende broedvogels. Overal waar bomen staan, zijn wel pimpelmezen te vinden. Bij de laatste tuinvogeltelling stond hij op nummer 3 (na de huismus en de koolmees). De zang begint met een heldere triller (een ‘belletje’) en loopt daarna af. De zang schijnt per regio te variëren. Hier kun je de zang en de roep van een pimpelmees horen.
Van nature broeden ze in boomholtes, maar doen dat ook in nestkasten. Hierin slapen ze ook in de winter, dus het is nu een goede tijd om alvast nestkasten op te hangen.
Bij ons in de tuin is het elk voorjaar weer spannend naar wie de nestkasten gaan: koolmezen, pimpelmezen of ringmussen. Wil je graag pimpelmezen, hang dan nestkasten op met een wat kleiner gat (28 mm). Hier passen koolmezen niet doorheen. (Al heb ik die wel bezig gezien om het vlieggat groter te maken.)
Onze broedvogels zijn standvogels, dus die blijven in de winter hier. In de herfst komen daar overwinteraars uit het noorden en oosten van Europa bij. Ook komen in de herfst pimpelmezen op doortrek door ons land, met een piek rond half oktober. In strenge winters gaan overigens veel pimpelmezen dood.
Op zich gaat het goed met de pimpelmees. Hij weet zich aan te passen aan de klimaatverandering (hogere temperaturen in het voorjaar waardoor het voedselaanbod eerder beschikbaar is dan dat er jonge vogels zijn). Inmiddels broeden pimpelmezen tien dagen eerder dan vergeleken met 1986. Verder schijnen ze minder eieren te leggen dan vroeger. Een pimpelmees kan wel tot dertien eieren leggen, maar begint pas te broeden als ze allemaal in het nest liggen. Als je minder eieren legt, kun je eerder met broeden beginnen en heb je dus eerder jongen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘯𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳𝘱𝘶𝘯𝘵.𝘣𝘦
