Soort van dag 196: smalle weegbree

(15 juli 2023)

In Nederland komen verschillende soorten weegbree voor: grote weegbree, getande weegbree, hertshoornweegbree, ruige weegbree, smalle weegbree, zandweegbree en zeeweegbree. Smalle weegbree komt van al deze soorten het meeste voor.

Smalle weegbree is een typische graslandplant en is te vinden in zowel droge als vochtige graslanden, op alle soorten bodems. Je kunt de plant dus op veel plekken tegenkomen, ook als stoepplantje. Hoe hoog de plant wordt, verschilt per standplaats. Uit stuifmeelonderzoek van bodemprofielen blijkt dat de opkomst van smalle weegbree 5.000 jaar geleden in onze contreien gelijk op ging met de achteruitgang van de iep. Dat heeft alles te maken met de opkomst van de landbouw en het daarvoor rooien van bos.

Smalle weegbree is een overblijvende plant met een wortelrozet. De bladeren zijn lijnlancetvormig en hebben nerven die min of meer parallel aan elkaar lopen. Uit het wortelrozet komt de diep gegroefde bloeistengel omhoog. De talrijke bruinachtige bloemetjes staan in een aar bij elkaar. Wat vooral opvalt zijn de lange meeldraden met lichtgele helmknoppen. De plant bloeit van mei tot in de herfst. Bestuiving vindt hoofdzakelijk plaats door de wind. Ook insecten zoals driehoekszweefvliegen (links onder) en platvoetjes (links midden) die op het stuifmeel af komen, kunnen een handje helpen. Het zaad vormt als het met vocht in aanraking komt, een slijmlaag. Zo blijft het aan de voetzolen en vacht van dieren (en schoenzolen) plakken. Op deze manier worden de zaden verspreid.

Smalle weegbree is voor meer insecten de (favoriete) gastheer dan andere weegbreesoorten. Zo is er een snuitkever waarvan de larve zich in onrijpe zaden ontwikkelt. Deze snuitkever kan een schimmel meebrengen die leidt tot de knikaarziekte.
Smalle weegbree is waardplant voor verschillende dagvlinders (o.a. de veldparelmoervlinder) en motten zoals de weegbreemot (rechts onder). De veldparelmoervlinder is een zeer zeldzame vlinder, ondanks dat smalle weegbree zo algemeen voorkomt. De soort overwintert als rups in hoge overstaande vegetaties en stelt hoge eisen aan zijn microklimaat. Meer over deze vlinder lees je hier.

Bladeren van de smalle weegbree worden graag door vee, paarden en konijnen gegeten. Ook mensen kunnen de bladeren eten. Verder kende en kent de plant allerlei medische toepassingen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ

Soort van dag 195: waterhoen

(14 juli 2023)

Rond deze tijd komen de tweede nesten van de waterhoentjes uit. Vorig jaar zagen we in juli de ouders en hun pulletjes in onze tuin lopen (fotoโ€™s links). Ook dit jaar zit er weer een nest in de sloot naast ons huis. Gisteren hoorde ik de ouders; zien deed ik ze niet.
De nesten maken de vogels in het riet of tussen andere oeverplanten. Het schijnt dat vrouwtjes soms hun eieren in de nesten van andere waterhoenders leggen. Waterhoentjes hebben รฉรฉn tot drie legsels per jaar, met vijf tot negen eieren. Veel jongen vallen ten prooi aan snoeken en ratten. Ook aan blauwe reigers, want bij het eerste nest zat die steeds vanuit onze tuin naar het nest te loeren. Jongen van de eerste leg die al deze predatoren overleefd hebben, helpen de ouders bij het verzorgen van de kuikens van de tweede leg.

Waterhoentjes worden ook wel waterkippen genoemd. Net zoals meerkoeten trouwens. Meerkoeten en waterhoenders horen tot dezelfde familie (rallen) maar zien er toch echt anders uit. Meerkoeten zijn zwart met een witte snavel en hebben een witte bles op het voorhoofd. Waterhoenders zijn bruin met een wit achterwerk en witte veren op de flanken; verder hebben ze een rood met gele snavel en een rode bles op het voorhoofd. Ze hebben lange, groengele tenen. Daarmee kunnen ze makkelijk over op het water drijvende bladeren lopen.

Waterhoenders zoeken hun voedsel zowel aan de waterkant als op het land, zoals bij ons in de tuin. Ze eten o.a. boomknoppen, plantendelen, kroos, zaden, bessen, wormen, slakken, insecten, vogeleieren en visjes.

Waterhoentjes zie je minder vaak dan meerkoeten. Aan de ene kant omdat er gewoon minder van zijn. Aan de andere kant omdat ze schuwer zijn en zich het liefst in de oeverbegroeiing ophouden. Als ze op het land foerageren, dan is dat altijd in de buurt van water zodat ze bij gevaar snel weg kunnen schieten in de oeverbegroeiing.

De grootste kans op het zien van een waterhoen heb je in de lage delen van West-Nederland. In Nederland broeden 28.000-40.000 paar waterhoenders (tegen 140.000 paar meerkoeten). In de winter blijven deze in ons land. Daar komen dan nog wintergasten uit Denemarken en Duistland bij. Als het streng vriest, verplaatsen de vogels zich naar open water. De aantallen nemen de laatste tientallen jaren om nog onduidelijke redenen af. Het waterhoen staat daarom op de Oranje Lijst van Nederlandse broedvogels. Op deze lijst staan broedvogels die, als we niets doen, binnen korte tijd op de Rode Lijst zullen belanden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•

Soort van dag 194: morgensterbrand

(13 juli 2023)

Helaas hebben we dit jaar geen bloeiende paarse morgensterren in onze tuin. De planten staan er wel, maar ze zijn aangetast door een zogenaamde brandzwam (of brandschimmel), namelijk de morgensterbrand. Als je op waarneming.nl kijkt, zie je dat morgensterbrand zeldzaam is. Toch zien we deze schimmel bijna jaarlijks in onze tuin.
Op de foto linksboven zie je een bloeiende paarse morgenster van vorig jaar. Het zijn tweejarige planten die na de bloei afsterven. Het is elk jaar afwachten of de nieuw opgekomen exemplaren bloeien of dat ze geรฏnfecteerd zijn. We hebben overigens wel elk jaar bloeiende gele morgensterren. Zouden die er geen / minder last van hebben? (Het kan natuurlijk ook zijn dat tussen de besmette exemplaren gele morgensterren zitten.)

Soort van dag 165 waren de roesten (roestschimmels). Deze parasitaire schimmels doorlopen in principe vijf stadia op twee verschillende waardplanten (bijvoorbeeld de peer-jeneverbesroest). Brandzwammen zijn ook parasitaire schimmels maar houden het bij รฉรฉn waardplant. Verder infecteren ze de hele plant (de meeste roesten doen dat niet). De schimmel leeft in de hele plant, maar de sporen worden in bepaalde plantendelen gevormd. Dat kunnen de bladeren zijn, maar vaak zijn het delen van de bloemen zoals meeldraden of vruchtbeginsel. Als die plantendelen hun normale functie verliezen, vallen de branden pas echt op. Bij paarse morgenster worden de sporen in de bloemknoppen gevormd; daarom zie je daar geen normale ontwikkeling van de bloemen. Overigens ziet de hele plant er anders uit als die besmet is; hij is grover.

De sporen zijn donker en poederig. Ze lijken op roetdeeltjes en het weefsel waarin de sporen gevormd worden, lijkt wel verbrand. Vandaar dat deze schimmels brandzwammen worden genoemd. Rijpe sporen worden door wind en regen verspreid. De sporen kunnen lange tijd, tot wel tien jaar, in de grond overleven. Om helemaal zeker te zijn van de soort moeten de sporen microscopisch onderzocht worden.

Er bestaan uiteraard nog veel meer soorten brandzwammen. Veel ervan komen in grassen (inclusief granen) en zeggen voor. Stuifbrand is bijvoorbeeld een soort die in gerst voorkomt. In plaats van graankorrels verschijnen er roestbruine sporenmassaโ€™s in de aren. Anemoonbrand komt voor in bosanemoon en boterbloembrand in verschillende soorten boterbloem. Beide soorten brandzwammen ontwikkelen sporen in blazen op de bladeren. Speenkruid heeft zijn eigen brandzwam. Ook inheemse duizendknopen zoals perzikkruid kunnen aangetast zijn met een brand (waterpeperbrand); deze zit in de bloemblaadjes. Op soorten uit de anjerfamilie kunnen verschillende branden voorkomen zoals muurbrand (in muur), zeepkruidbrand (in zeepkruid) en koekoeksbloemmeeldraadbrand (in zeepkruid, koekoeksbloemen). Ik ga er eens beter op letten.

Een bekende exotische brandzwam is builenbrand (foto rechtsboven). Deze komt voor op maรฏs. Zowel maรฏs als builenbrand komen oorspronkelijk uit Mexico. De โ€˜builenโ€™ (gallen) die ontstaan, worden in Mexico gegeten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜—๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜จ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 193: kleine rode weekschild

(12 juli 2023)

Op bloeiende schermbloemigen zoals peen kunnen massaal kleine langwerpige rode kevers zitten. Vaak zijn ze โ€˜in copulaโ€™ (parend). Het zijn zogenaamde soldaatjes (weekschildkevers) en in deze tijd van het jaar gaat het meestal om de kleine rode weekschild, รฉรฉn van de meest algemeen voorkomende soldaatjes.
Net zoals bij alle kevers zijn de voorvleugels van weekschildkevers veranderd in verharde dekschilden, alleen zijn ze minder verhard (weker) dan bij bijvoorbeeld lieveheersbeestjes. De schilden bedekken de achtervleugels. De weekschilden worden soldaatjes genoemd, omdat de kleuren aan militaire gala-uniformen doen denken.

In Nederland komen vijftig soorten weekschildkevers voor, verdeeld over verschillende geslachten. Het zijn allemaal langwerpige kevers met tamelijk lange draadvormige antennen. De kleur is vaak zwart, bruin, geel(bruin) of rood. Om weekschildkevers van elkaar te onderscheiden moet je letten op de kleur van poten, antennen en het lijf. De kleine rode weekschild is overwegend (oranje)rood. De rode dekschilden eindigen in zwart. De pootjes zijn rood met zwarte voetjes. De kleine rode weekschild is net iets kleiner dan de meeste van zijn familieleden.
Op de foto rechtsboven zie je de bleekgele weekschildkever, ook wel geel soldaatje genoemd. Deze heeft in tegenstelling tot de kleine rode weekschild geen zwarte vlekken op het einde van de dekschilden. Op de foto daaronder staat een zwartpootsoldaatje.

De larven van soldaatjes leven op de bodem en eten insectenlarven en slakken. Ze zijn daarom geliefd bij (moes)tuiniers. De volwassen insecten vind je op allerlei bloemen, vooral schermbloemigen. Hier zie je ze bijvoorbeeld op engelwortel. Ze zonnen, paren en zoeken daar naar voedsel. Ze eten van nectar en stuifmeel, maar het zijn vooral vleeseters. Ze loeren op andere insecten die de bloemen bezoeken. Gisteren zag ik er รฉรฉn een vliegje achtervolgen die zich te goed deed aan de nectar van lavas. Toen het niet lukte om hem te vangen, vloog het soldaatje naar een ander bloemscherm. Want vliegen kunnen ze ook.

Leuk weetje: als de kevers niet op de bloemen zitten maar verstopt onder de bloemen of tussen de bladeren, dan is er onweer op komst.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ต ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฑ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ช๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ

Soort van dag 192: peen

(11 juli 2023)

Er zijn van die bloemen waar ik eindeloos naar kan kijken, en dan vooral naar de vele bezoekers. Dat geldt vooral voor schermbloemigen. In Nederland komen van deze familie ongeveer vijfenveertig soorten in het wild voor. Eerder besteedde ik al aandacht aan fluitenkruid en de reuzenberenklauw (een invasieve exoot). Een van de schermbloemigen die momenteel bloeit, is de (wilde) peen.

Peen is van oorsprong een plant uit Zuid- en Midden-Europa en Zuidwest-Aziรซ. Het is een verwilderd cultuurgewas dat al meer dan 4000 jaar geleden in onze streken voorkwam, blijkt uit archeologische opgravingen. De wortel die wij eten, is een cultuurvariรซteit van de wilde peen en vermoedelijk in de 14e eeuw vanuit Afghanistan ingevoerd. De wilde en gecultiveerde kunnen onderling met elkaar kruisen. Dat was de reden om vroeger alle witte schermbloemigen te verwijderen rond percelen waar wortelzaad werd gekweekt. Dus niet alleen wilde peen, maar ook soorten zoals fluitenkruid, omdat deze planten ziektes op gekweekte peen zouden kunnen overbrengen.

Peen is tweejarig: het eerste jaar zie je alleen het blad, het tweede jaar bloeit de plant en sterft na de zaadvorming. Peen is een stijfbehaarde plant met een lange dunne penwortel die van binnen wit is. De bladeren zijn peterselieachtig fijn verdeeld. De bloeischerm is veelstralig. Na de bloei (juni tot oktober) buigen de stralen zich boogvormig naar binnen en de bloeiwijze lijkt dan net op een vogelnestje. De bloemen zijn wit of roze. Het middelste (onvruchtbare) bloemetje is rood of paarszwart. De functie van dit bloemetje is niet bekend.
Een van de dingen waarop je kunt letten bij schermbloemigen, is de aanwezigheid of afwezigheid van omwindsels en omwindseltjes. Een omwindsel zijn de schutblaadjes op de overgang van de bloemstengel naar het scherm. Omwindseltjes zijn de schutblaadjes aan de voet van de schermpjes. Bij peen zijn beide aanwezig. De omwindselbladen zijn opvallend lang en veerdelig.

Peen is een soort van droge, matig voedselrijke graslanden. Je vindt hem o.a. op dijken, in bermen en in de duinen. Op arme zandgronden en zware kleigronden doen ze het minder goed.

Wat betreft de bloembezoekers: dat zijn er legio! Een bepaalde soort maskerbij is gespecialiseerd op peen (en dolle kervel). Verder trekken de bloemen andere solitaire bijen, graafwespen, sluipwespen, bladwespen, zweefvliegen, sluipvliegen, enzovoort, enzovoort. Op de fotoโ€™s zie je linksboven doodskopzweefvliegen, daaronder kleine rode weekschilden (โ€˜soldaatjesโ€™) en daaronder de pyjamaschildwants.
Niet alleen hebben de bloemen van peen veel bezoekers, de plant is ook waardplant van de koninginnenpage. Op de foto rechtsboven zie je de rups (op venkel) en daaronder de vlinder. Ook verschillende motjes gebruiken peen als waardplant en eten (afhankelijk van de soort) van bladeren, stengel, schermen of zaden. Ook zijn er snuitkevers waarvan de larven op peen leven. Verdorde stengels van peen en van andere schermbloemigen zijn belangrijk als overwinteringsplaats voor allerlei soorten insecten en spinnen. Daarom kun je in het najaar deze stengels het beste laten staan.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 191: kerkuil

(10 juli 2023)

Zelf was ik er niet bij, maar ik mag de fotoโ€™s gebruiken. Ze zijn gemaakt door Dirk Oudijk uit Wilnis. Vorige week werden bij hem vier jonge kerkuilen geringd, vier vrouwtjes. Het is niet de enige plek bij ons in de buurt waar kerkuilen nestelen. Bij onze buren (zorgboerderij en natuurkampeerterrein Amstelkade) kun je in de afwasruimte de kerkuilen via een webcam volgen. Wij zien ze โ€™s avonds laat zo nu en dan bij ons in de buurt vliegen. De witte schimmen vallen vooral op als ze laag onder een lantaarnpaal door vliegen. Je kunt kerkuilen ook volgen via de webcam van โ€˜Beleef de lenteโ€™.

In Nederland broeden zes soorten uilen: oehoe, ransuil, bosuil, steenuil, kerkuil en velduil. Die laatste heb ik nog nooit gezien. Het is de enige uil die overdag vliegt. De oehoe is de grootste uil. Ransuilen, te herkennen aan de omhooggerichte oorpluimen, zijn wel eens over onze tuin gevlogen. Bosuilen horen we vooral in de winter โ€™s nachts in de verte roepen. Steenuilen, de kleinste soort, zitten hier ook in de buurt, maar ik ken ze vooral uit het rivierengebied. Kerkuilen zijn herkenbaar aan het hartvormige gezicht en de lichte kleur. Ze zijn net iets groter dan een kauw. In tegenstelling tot de andere uilensoorten (die tot de echte uilen horen) maken kerkuilen geen typisch uilengeluid, maar krijsen ze (alarmroep) of blazen ze (mannetje, territoriumroep).

Het belangrijkste voedsel van kerkuilen zijn veldmuizen. Daarnaast eten ze ook andere woelmuizen, ware muizen, spitsmuizen en soms een vogel. Het aantal eieren hangt samen met de veldmuizenstand. Zijn er nauwelijks veldmuizen, dan beginnen ze niet eens aan een legsel. In een goed jaar hebben ze twee en soms zelfs wel eens drie legsels. Van nature broeden ze in boomholtes, maar in ons land doen ze dat vooral in speciale nestkasten in gebouwen. Ze jagen het liefst in een gevarieerd halfopen landschap. Hun prooi vinden ze op gehoor.

Volwassen kerkuilen blijven in de buurt van hun broedplaatsen. Jonge kerkuilen zwerven, vooral als het veldmuizenseizoen minder goed is. De aantallen fluctueren, afhankelijk van het voedselaanbod en de winters. In koude maar ook natte winters sterven er veel kerkuilen. Andere bedreigingen zijn het gebruik van bestrijdingsmiddelen, verkeer, verdwijnen van geschikte nestplaatsen en de uniformiteit van het cultuurlandschap. In de jaren โ€™70 werd de kerkuil in Nederland met uitsterven bedreigd. Van honderd broedpaar destijds zit de populatie nu op zoโ€™n drieduizend broedpaar. Sinds 2004 is het beschermingswerk van kerkuilen ondergebracht in een aparte stichting.

Waarom worden de uilen eigenlijk geringd? Het ringen levert informatie op: hoe oud ze worden, waar ze naar toe trekken enzovoort. Bij het ringen worden de vogels ook gewogen en gemeten. Uiteindelijk gaat het erom dat de soort beter beschermd wordt. Aan de hand van braakballenonderzoek wordt gekeken wat kerkuilen eten. Zo krijgt men ook een beeld van welke muizen ergens voorkomen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•, ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฌ๐˜ถ๐˜ช๐˜ญ.๐˜ค๐˜ฐ๐˜ฎ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 190: blauwtjes

(9 juli 2023)

Dit weekend (7 t/m 9 juli) is de landelijke Tuinvlindertelling. Vorig jaar bestond de top10 uit: dagpauwoog, atalanta, klein koolwitje, citroenvlinder, kleine vos, bont zandoogje, bruin zandoogje, groot koolwitje, gehakkelde aurelia en boomblauwtje. Meer informatie vind je op hier. Vandaag aandacht voor de blauwtjes.

Wereldwijd zijn er 5.200 soorten blauwtjes. Hiervan komen tachtig soorten in Europa en zestien soorten in ons land voor. Op de website van de Vlinderstichting vind je een herkenningskaart waarop tien soorten blauwtjes staan.

Op de fotoโ€™s zie je linksboven het ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ถ๐˜ธ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ. Deze soort heeft geen oranje op de onderzijde van de vleugels. De waardplanten zijn heel divers: sporkehout, wegedoorn, klimop, hulst, struikhei, kornoelje, kardinaalsmuts, grote kattenstaart en de exoot vlinderstruik.
Op de foto linksonder zie je het ๐˜ฃ๐˜ณ๐˜ถ๐˜ช๐˜ฏ ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ถ๐˜ธ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ. Deze lijkt veel op het vrouwtje van het icarusblauwtje (bovenaan rechts). Ik heb deze gefotografeerd op Texel; het is dan ook een vlinder die je in ons land vooral in de kuststreek kunt aantreffen. Waardplanten zijn reigersbek en zonneroosjes.
Op de foto rechtsonder zie je een ๐˜ฌ๐˜ญ๐˜ข๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ถ๐˜ธ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ. Deze heb ik gefotografeerd op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg. In Nederland wordt deze soort als verdwenen beschouwd, maar soms komt er nog een exemplaar de grens over. De waardplant van het klaverblauwtje is rode klaver (bloemen en zaden).
De andere twee zijn fotoโ€™s van het ๐˜ช๐˜ค๐˜ข๐˜ณ๐˜ถ๐˜ด๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ถ๐˜ธ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ. Bovenaan het vrouwtje, daaronder een foto van de onderzijde van de vleugels van het mannetje. Het icarusblauwtje is het meest algemene blauwtje van ons land. Waardplanten zijn rolklaver, kleine klaver en hopklaver.

Er zijn blauwtjes die voor hun voortplanting afhankelijk zijn van mieren. Het ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ช๐˜ข๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ถ๐˜ธ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ, bijvoorbeeld, zet haar eitjes af op de bloemknoppen van de klokjesgentiaan. De rups eet tien dagen van de bloem en laat zich vervolgens op de grond vallen. Hij scheidt dan een geur af die hetzelfde is als de geur van de larven van de bossteekmier en de moerassteekmier. Als zoโ€™n mier voorbij komt, neemt die rups mee naar het mierennest. Daar wordt de rups gevoed met miereneitjes, mierenlarven en prooien van de mieren. De volgende zomer is de rups helemaal ontwikkeld. Hij verpopt zich in het nest en verlaat dat als volwassen vlinder. Wel snel, anders wordt hij aangevallen door de mieren.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด

Soort van dag 189: gehakkelde aurelia

(8 juli 2023)

Dit weekend (7 t/m 9 juli) is de landelijke Tuinvlindertelling. Vorig jaar bestond de top10 uit: dagpauwoog, atalanta, klein koolwitje, citroenvlinder, kleine vos, bont zandoogje, bruin zandoogje, groot koolwitje, gehakkelde aurelia en boomblauwtje. Meer informatie vind je op hier. Vandaag aandacht voor de gehakkelde aurelia.

Ik vind de gehakkelde aurelia รฉรฉn van de mooiste vlinders: oranje met zwarte vlekken en een gekartelde rand. Met dichtgeklapte vleugels lijkt hij net een dor blaadje (bruin met een C-vormig wit vlekje). Dat is wel zo handig, want deze vlinder overwintert als volwassen vlinder tussen afgevallen blad (en in boomholtes en takkenbossen). Ook de rups is goed gecamoufleerd: hij zit in zโ€™n eentje op de bovenkant van een blad en lijkt net op een vogelpoepje.
De gehakkelde aurelia heeft verschillende planten als waardplant: vooral de grote brandnetel maar ook hop, ruwe iep, ribes-soorten, boswilg en hazelaar. De rupsen groeien het hardst op brandnetel. De volwassen vlinder eet nectar van verschillende planten. Als ze in het voorjaar ontwaken, eten de vlinders eerst nectar van sleedoorn en wilgen. Later in het jaar zie je ze op akkerdistel, braam en koninginnekruid. In het najaar eten ze ook rottend fruit.
Er zijn twee generaties. Nu vliegt de eerste generatie, tot in de tweede helft van augustus. Daarna zie je tot begin oktober de tweede generatie vliegen; deze gaat in winterslaap en ontwaakt weer in maart/april.

De gehakkelde aurelia is een warmteminnende soort van bosranden, struwelen, open plekken in het bos, parken en tuinen. Het verspreidingsgebied in Nederland varieerde de afgelopen eeuw nogal. In de jaren โ€™80 bijvoorbeeld kwam de soort alleen beneden de grote rivieren voor. Nu zijn ze overal in Nederland te vinden, het ene jaar met meer exemplaren dan het andere jaar. In Engeland denken ze dat het voorkomen in de 19e eeuw een flinke knauw kreeg toen er op minder plekken hop werd geteeld (doordat veel lokale brouwerijen verdwenen). Gehakkelde aurelia zou namelijk aanvankelijk een voorkeur hebben gehad voor hop als waardplant. Pas later heeft de soort de grote brandnetel als waardplant ontdekt. Nu komt de soort in vrijwel heel Groot-Brittanniรซ voor. Ook de warmere zomers zullen eraan bijdragen dat de soort steeds noordelijker voorkomt. Maar dan moet het ook weer niet te droog zijn, want aan verlepte brandnetels hebben de rupsen niks. Met de Tuinvlindertelling komt er enige duidelijkheid over hoe het nu met de soort (en andere vlindersoorten) gesteld is na de droge zomer van 2022.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 188: koolwitjes

(7 juli 2023)

Dit weekend (7 t/m 9 juli) is de landelijke Tuinvlindertelling. Vorig jaar bestond de top 10 uit: dagpauwoog, atalanta, klein koolwitje, citroenvlinder, kleine vos, bont zandoogje, bruin zandoogje, groot koolwitje, gehakkelde aurelia en boomblauwtje. Meer informatie vind je op hier. Vandaag aandacht voor de koolwitjes.

Koolwitjes zijn wit met zwarte vlinders. In Nederland komen drie soorten algemeen voor: groot koolwitje, klein koolwitje en klein geaderd witje. Recent is er vanuit het zuiden een vierde soort bijgekomen: het scheefbloemwitje. Daarnaast zijn er nog andere witjes (in totaal veertien, waaronder oranjetipje en citroenvlinder). Koolwitjes overwinteren als pop. Hier vind je informatie over hoe je de koolwitjes van elkaar kunt onderscheiden.

Op de collage zie je links de rupsen van het groot koolwitje. Die zitten in onze moestuin op de koolplanten waar we ze vanaf halen. We bieden ze een alternatief in de vorm van Oost-Indische Kers die ze ook lusten. Bovenaan rechts is een mannetje groot koolwitje. Grote koolwitjes hebben veel zwart in de vleugelpunten. Vrouwtjes hebben twee zwarte vlekken op het midden van de voorvleugel. Bij mannetjes ontbreken die vlekken. Groot koolwitje heeft twee, soms drie, generaties. Je ziet ze vooral bij moestuinen en in de buurt van bebouwing.

In het midden rechts is het klein koolwitje. Deze is kleiner dan het groot koolwitje en heeft veel minder zwart in de vleugelpunten. Ze hebben stippen op de voorvleugels die vooral bij de vrouwtjes opvallen. Het klein koolwitje kun je het hele jaar zien. Volgens de Vlinderstichting is 9 januari de vroegste datum waarop een klein koolwitje is gezien. De laatste datum is 28 december. Er zijn drie generaties en in hele gunstige jaren zelfs vier. De rups is groen met een gele rugstreep. Klein koolwitje kun je overal wel tegenkomen. Het scheefbloemwitje lijkt erg op het klein koolwitje.

Onderaan rechts is het klein geaderd witje. Deze vlinder vliegt in twee generaties. De voorjaarsvlinder heeft opvallende aders. De onderzijde van de achtervleugels is grijsgroen bestoven (bij de andere geelachtig). De zomervlinder is moeilijk van het kleine koolwitje te onderscheiden. De rups lijkt op die van het klein koolwitje, maar dan zonder gele rugstreep. Het klein geaderd witje heeft een voorkeur voor vochtige, natuurlijke gebieden.

De belangrijkste waardplanten voor de koolwitjes zijn kruisbloemigen; wilde en gecultiveerde. De rupsen van het klein geaderd witje vind je vooral op wilde kruisbloemigen zoals look-zonder-look, pinksterbloem en herik. Klein koolwitje heeft allerlei wilde en gecultiveerde kruisbloemigen (zoals koolsoorten) als waardplant. Ook komen rupsen van deze vlinder voor op reseda. Rupsen van het groot koolwitje vind je op wilde maar vooral op gecultiveerde kruisbloemigen (allerlei koolsoorten). Daarnaast vind je ze ook op ook Oost-Indische kers.

Als nectarplanten gebruiken ze de waardplanten, verschillende distelachtigen (o.a. akkerdistel), rode klaver, grote kattenstaart, koninginnekruid en verschillende tuinplanten zoals vlinderstruik, lavendel en stijf ijzerhard.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 187: akkerdistel

(6 juli 2023)

Er zijn veel planten met โ€˜distelโ€™ in de naam. Kruisdistel en zeedistel zijn schermbloemigen. Andere โ€˜distelsโ€™ horen tot de composietenfamilie zoals de geslachten distel, vederdistel en melkdistel. Tot de distelachtigen horen ook planten die niet gestekeld zijn zoals knoopkruid en klis. De herkomst van het woord โ€˜distelโ€™ is onduidelijk. Mogelijk is het een woord dat in onze streken al gebruikt werd voordat de Germanen (met hun Indo-Germaanse taal) zich hier vestigden.

Een heel algemeen voorkomende soort is de akkerdistel, een vederdistel. Bij vederdistels zijn de pappushaartjes (het pluis) met kleine haartjes bezet; ze zijn dus gevederd. Andere vederdistels zijn moesdistel, speerdistel, kale jonker en de zeldzamere wollige distel, aarddistel en Spaanse ruiter.
Akkerdistels zijn overblijvend en hebben wortelstokken. De stengels zijn nauwelijks gestekeld, de bladeren wel. De planten zijn tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2,5 cm en staan met twee tot vijf bij elkaar. De bloemen zijn lila / lichtpaars en soms wit. De plant bloeit van juni tot september. Het zijn pioniers en ze groeien op allerlei voedselrijke plekken.

Akkerdistels zijn echte insectentrekkers. Bij veel distels is de nectar alleen bereikbaar voor langtongige insecten: hommels, andere bijen, vlinders en sommige zweefvliegen. Maar bij akkerdistel kunnen ook korttongige terecht. De oliehoudende vruchtjes zijn geliefd bij zaadeters zoals de putter (ook wel distelvink genoemd). Verder leven er allerlei specialisten op distels en akkerdistels, te veel om op te noemen. Kom je bleke, niet bloeiende akkerdistels tegen, dan heb je te maken met de parasiet akkerdistelroest. Verder bieden (akker)distels een goede schuilplaats aan vogels.
Op de bovenste rij fotoโ€™s zie je van links naar rechts: gal van distelgalboorvlieg, groene distelschildpadtor, pluimvoetbij en akkerhommel. Op de tweede rij fotoโ€™s: kleine gewone weekschild, blinde bij, een geurgroefbij en Sint-Jansvlinders. En onderaan: groot dikkopje en distelvlinder. De distelvlinder is een trekvlinder die in Zuid-Europa overwintert en o.a. de akkerdistel als waardplant heeft.

Hoe belangrijk de akkerdistel ecologisch gezien ook is, akkerbouwers zijn er niet blij mee. Uit een klein stukje wortelstok kan al een nieuwe plant groeien. En het pluis zorgt ervoor dat de zaden zich over enkele tientallen meters kunnen verspreiden.
Om te voorkomen dat distels zich naar akkerland verspreiden bestonden en bestaan er distelverordeningen. In provincie Friesland staat in de verordening dat gemeente of provincie je kan verplichten om je grond van distels (akkerdistel, speerdistel en kale jonker) te zuiveren. Ook Zeeland heeft nog een actieve distelverordening, zo blijkt uit dit bericht van begin juni. Hierbij gaat het om akkerdistel en akkermelkdistel. In de provincie Utrecht is m.i.v. 1 april 2021 de provinciale verordening opgeheven omdat het niet meer paste bij de huidige visie op maaibeheer. Voor zover ik heb kunnen nagaan, hebben andere provincies ook geen distelverordening meer. Op de website van de provincie Noord-Holland kun je een informatieblad distelbestrijding vinden.
Verspreiding van distels kan voorkomen worden door maaien voor de bloei; vaak moet er meerdere keren gemaaid worden (en dat gaat uiteraard ten koste van andere bloeiende planten en dieren die daarvan afhankelijk zijn). Een andere maatregel is het aanhouden van distelvrije zones om landbouwpercelen van 30 of 50 meter. Heb je als akkerbouwer eenmaal last van akkerdistels, dan zijn er ter bestrijding verschillende chemische middelen toegestaan. Uitsteken is ook een optie, maar erg arbeidsintensief. Misschien kan de roestschimmel een handje helpen?

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ธ๐˜ฆ๐˜ฃ๐˜ด๐˜ช๐˜ต๐˜ฆ๐˜ด ๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ท๐˜ช๐˜ฏ๐˜ค๐˜ช๐˜ฆ๐˜ด