Soort van dag 6: hazelaar

(6 januari 2023)

Mensen die allergisch zijn voor de pollen van hazelaars zullen het al gemerkt hebben: de eerste hazelaars staan in bloei. Eind november zag ik er al één, bij landgoed Gunterstein in Breukelen. Sinds de jaarwisseling gaat het hard en nu zijn ze al op veel plekken bloeiend te zien.
De hazelaar wordt beschouwd als de eerste bloeiende plant van onze inheemse wilde flora. Uit de Natuurkalender blijkt dat vijftig jaar geleden de hazelaars pas half februari bloeiden. (Er zijn ook verschillende ‘exotische’ planten en heesters die al bloeien. Maar die vallen niet onder de biodiversiteit van Nederland.)

De hazelaar is een inheemse struik die zes meter hoog kan worden. Een typische bosrandplant die goed schaduw kan verdragen. Van nature komen ze niet voor in zeeklei- en laagveengebieden. Maar dankzij de mens zie je ze nu bijna overal.
Aan één struik zitten aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen. De hangende katjes zijn de mannelijke bloemen. Ze produceren veel stuifmeel dat meegenomen wordt door de wind. En dan is het afwachten of het terecht komt op de rode stempels van de vrouwelijke bloempjes van een andere struik. Vervolgens ontwikkelt zich de noot, omhuld door een bladvormig vruchtomhulsel.
De hazelaar is voor de bestuiving dus niet afhankelijk van insecten. Wel levert de struik stuifmeel aan honingbijen die vroeg in het jaar actief zijn.
Hazelnoten zijn voedzaam en gezond en niet alleen voor ons. Gaaien, muizen, eekhoorn, spechten: ze lusten allemaal hazelnoten. Vind je noten met een gaatje erin, dan is de hazelnootboorder (een snuitkever) bezig geweest. Die legt een eitje in de noten als ze nog onrijp en groen zijn. Deze noten zijn niet meer eetbaar.

In Nederland vind je ook hazelaars die van elders komen en die aangeplant zijn. Hierbij gaat het om de boomhazelaar (Turkse hazelaar) en de lambertusnoot. Je vindt deze soorten vooral in parken, plantsoenen en tuinen. Ook zijn er gekweekte hazelaars, met extra lekkere noten.

Hazelaars leveren vooral noten in vochtige, koele zomers. Dus de klimaatverandering heeft twee gevolgen voor deze struik: vroegere bloei en bij warme droge zomers minder noten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢𝘷𝘢𝘯𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢

Soort van dag 5: ree (en damhert)

(5 januari 2023)

Ik word altijd blij als ik onderweg een ree zie. Gisteren zag ik ze langs de Friese IJsselmeerkust, vandaag pal langs de A6 in Flevoland. Verder zie ik ze regelmatig langs de A2 bij Everdingen en de A12 bij Bunnik en in de duinen of het bos. Kortom: reeën vind je (bijna) overal in Nederland.

In Nederland komen nog andere hertensoorten voor: edelhert en damhert (en soms vindt men een ontsnapt sikahert, muntjak of Chinees waterhert). Hertachtigen hebben o.a. gemeenschappelijk dat de mannetjes een gewei dragen dat jaarlijks wordt afgeworpen en opnieuw en groter aangroeit.

Reeën leven van nature in bosachtige streken met open plekken en aangrenzende velden. Je vindt deze cultuurvolgers ook op heidevelden, rietvelden, duinen en akkerbouwgebieden; als er maar voldoende voedsel, dekking en rust is.

Reeën eten kruiden, grassen en scheuten, bladeren en knoppen van bomen en struiken. Maar ze lusten ook bessen, landbouwgewassen, twijgen, eikels, beukennootjes en paddenstoelen.

De vacht van een ree is in de zomer zandgeel tot roodbruin, in de herfst verkleurend tot grijsbruin. Een ree heeft geen staart waardoor zijn witgele achterwerk (spiegel) goed opvalt. Het heeft de grootte van een flinke hond. Verder valt de gitzwarte neus op.

Een volwassen mannetje heeft een gewei met drie tot zes vertakkingen. Tussen oktober en januari wordt het gewei afgeworpen. De paartijd (bronsttijd) valt in juli en augustus. Eind mei / begin juni worden de reekalfjes geboren.

Reeën hebben in Nederland alleen de wolf als natuurlijke vijand. Jonge kalfjes kunnen door roofvogels, vossen en wilde zwijnen worden gegeten. Bedreigingen zijn verder het verkeer, loslopende honden en de jacht.

Een ree zul je niet zo gauw verwarren met een edelhert. Dat is echt een stuk groter. Je vindt edelherten vooral op de Veluwe en bij de Oostvaardersplassen.

Een damhert (rechtsonder) staat wat betreft formaat in tussen ree en edelhert. Damherten zijn roodbruin met vage witte vlekken, maar ze kunnen ook wit of zwart zijn. De staart van een damhert is opvallend lang. De mannetjes hebben een zogenaamd blad- of schoffelgewei. Tussen de verschillende ijstijden kwamen in onze streken damherten voor. Na de laatste IJstijd zijn ze door de Romeinen geherintroduceerd. Ik ken ze o.a. van de Amsterdamse Waterleidingduinen, Westenschouwen en de Friese Wouden (en natuurlijk van hertenkampen).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘻𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Soort van dag 4: strekspinnen

(4 januari 2023)

Een spin in de gang! Niet zo gek als je weet dat er in een gemiddeld huis zo’n 1500 spinnen leven. Meestal zie ik trilspinnen. Maar dit is een andere soort, een strekspin.

In Nederland komen 630 verschillende soorten spinnen voor. Al deze spinnen zijn makkelijk herkenbaar als spin: ze hebben allemaal acht poten en zes of acht ogen en hun lichaam bestaat uit twee delen (een kopborststuk en een achterlijf). Maar om een soort precies op naam te brengen, is wat ingewikkelder.

In Nederland komen vijftien verschillende strekspinnen voor waarvan er zes tot de echte strekspinnen (Tetragnatha) horen. Die zijn allemaal bruin en lijken erg op elkaar. Ik weet niet welke echte strekspin ik gisteravond gefotografeerd heb (links).

Strekspinnen hebben een lang achterlijf. Zeer typerend voor strekspinnen is dat hun poten zeer lang en fijn zijn. In rust verankeren ze zich met de vier achterste poten en camoufleren zich door de voorste vier poten te strekken zodat ze minder opvallen, bijvoorbeeld op een plantenstengel. Dat zie je op de rechterfoto (zomer 2022).

Strekspinnen zie je vooral buiten, maar deze zat binnen. Hij (of zij?) is wellicht naar binnen gegaan om te overwinteren. Spinnen in huis zijn nuttig. Ze rekenen af met allerlei insecten zoals muggen, vliegen, motten, papiervisjes en oorwurmen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.


𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘲𝘶𝘦𝘴𝘵.𝘯𝘭

Soort van dag 3: meerkoet

(3 januari 2023)

In weilanden en op grote wateroppervlakken zie je nu grote groepen meerkoeten. Deze watervogel wordt vaak ten onrechte ‘eend’ genoemd. Als je goed kijkt, zie je dat het echt een heel ander soort watervogel is. Meerkoeten zijn verwant aan rallen en waterhoentjes (over die laatste een andere keer).

Mannetjes en vrouwtjes zien er gelijk uit. Hun veren zijn donkergrijs-zwart. Ze hebben een witte bles, een witte snavel met een zweem roze en rode ogen. De grote poten zijn blauwgroen met gespreide zwemlobben. Hiermee kunnen ze over water en waterplanten rennen. Hier hoor je het geluid dat ze maken.

Meestal zie je ze dobberend, zwemmend of duikend. Maar ze kunnen ook goed vliegen. Dat doen ze ’s nachts als ze grote afstanden moeten afleggen.

De meerkoet voedt zich hoofdzakelijk met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten. Ook eten ze zaden, gras en bessen.

In Nederland is de meerkoet een algemene broedvogel, met zo’n 140.000 broedparen. Vanaf half maart leggen ze de eerste eieren. Ze hebben twee tot drie nesten in een jaar. Per keer kunnen ze vijf tot tien eieren leggen. Maar de jongen worden niet allemaal groot. Er liggen veel rovers op de loer. Ik zag zo eens in drie dagen tijd het aantal van vijf jongen teruglopen tot één.

Tijdens het broedseizoen verdedigen meerkoeten hun territorium fel tegen indringers. Dat kunnen de buurmeerkoeten zijn maar ook andere watervogels. Daarbij kunnen ze behoorlijk ‘gemeen’ zijn: ik heb eens gezien dat ze de pulletjes van een eend verdronken. Vanwege dit gedrag houden sommige mensen niet van meerkoeten.

Het nest van een meerkoet bestaat uit riet en waterplanten. In de stad gebruiken ze ook afval. In de film De Wilde Stad zit een aandoenlijk fragment van hoe een paartje meerkoet hun eerste nest bouwt.

Vanaf augustus gaan meerkoeten groeperen: ze zitten dan met honderden bij elkaar en foerageren dan voornamelijk op weilanden. In de winter worden de groepen aangevuld met honderdduizenden doortrekkers en wintergasten. Als het gaat vriezen, zitten de meerkoeten bij elkaar in een wak. Dan kunnen we ze goed van dichtbij bekijken.

Helaas vallen er in de winter vaak verkeersslachtoffers. Bij ons op de dijk zien we dat bij vorst als ze op de weg gaan zitten. Maar ook in het voorjaar als ze hun eerste nest gaan maken.

Hier lees je waarom ik elke dag over een soort schrijf.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Soort van dag 2: groot dooiermos

(2 januari 2023)

Ze zijn er altijd maar vooral in de winter vallen ze op: korstmossen. In Nederland komen zo’n 700 verschillende soorten voor, dus voordat je die allemaal (her)kent…

Het hier afgebeelde groot dooiermos is makkelijk te herkennen en komt zeer algemeen voor. Je vindt het op schors van bomen en op steenachtige ondergronden zoals beton, baksteen, cement en stoeptegels. Het groeit zelfs op asbest.
De kleur is meestal geel tot oranje, maar op beschaduwde plaatsen kan het ook groen zijn. In de ‘bekertjes’ worden de sporen van de schimmel gevormd.
Het is leuk om details te bekijken. Dat kan met een loep. Maar je kunt ook een foto maken en die uitvergroten.

Korstmossen zijn organismen waarbij een alg (of een blauwalg) en een schimmel samenwerken. Ze hebben daar beide profijt van. Korstmossen zijn geen planten en dus ook niet verwant aan mossen.
Korstmossen zijn gevoelig voor luchtvervuiling, vooral voor zwaveldioxide. Het gevoeligst zijn de vertakte korstmossen (struikvormige en baardmossen). De korst- en bladvormige (zoals groot dooiermos) zijn minder gevoelig voor luchtvervuiling.
Groot dooiermos is bovendien een indicator voor voedselrijkdom. Omdat ammoniak de groei bevordert, is deze soort korstmos zeer algemeen in gebieden met intensieve veehouderij.
Hier vind je een overzicht van korstmossen die een indicator zijn voor ammoniak.

Hier vind je meer informatie over korstmossen.

Hier lees je waarom ik elke dag over een soort schrijf.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘭𝘸𝘨.𝘯𝘭

Soort van dag 1: klein kruiskruid

(1 januari 2023)

Deze soort staat op nummer 1 van de eindejaarsplantenjacht, georganiseerd door FLORON. Ook in onze moestuin staan meerdere bloeiende exemplaren. (De foto’s zijn overigens van een ander moment. Ze hebben bij ons nog geen pluizen.)

Klein kruiskruid is een zeer algemene soort, dus geheid dat je hem ergens ziet: tussen de stoeptegels, tegen een muur, op een geschoffeld stuk grond, in de moestuin, in bloembakken, langs de weg, enzovoort. Het is een pionier die vooral op (zeer) voedselrijke grond te vinden is.

Het is een eenjarige, kortlevende plant. Binnen een jaar komen meerdere generaties voor. Een plant kan in zes weken tijd ontkiemen, groeien, bloeien en rijpe zaden vormen. Een plant heeft gemiddeld meer dan duizend zaden! Aan de pluizen kun je zien dat de soort verwant is aan de paardenbloem (allebei uit de composietenfamilie, dus met meer bloemen bij elkaar in een hoofdje). Voor de bestuiving zijn insecten niet per sé nodig: de soort kan ook zichzelf bestuiven.
Er zijn ook kruiskruiden die er een beetje op lijken, maar die bloeien nu niet. Kenmerkend zijn de zwarte puntjes op de omwindselblaadjes (de groene blaadjes aan de buitenkant van het hoofdje).

Soms zie je oranje ‘roest’ op de plant. Dat is de Australische composietenroest. Deze schimmel komt sinds 1961 in Europa en sinds 1972 in Nederland voor. Verder kunnen de planten aangetast worden door grauwe schimmel. (En zo hebben we op de eerste dag eigenlijk al drie soorten te pakken.)

Ook op zoek naar winterbloeiers? T/m 3 januari kun je nog meedoen met de eindejaarsplantenjacht. Zie https://www.floron.nl/plantenjacht . Hier vind je ook een zoekkaart met winterbloeiers die je zou kunnen vinden.

Hier lees je waarom ik elke dag over een soort schrijf.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘌𝘤𝘰𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Terug- en vooruitblik

Op de laatste dag van 2020 heb ik de agenda op mijn website bijgewerkt. Alle activiteiten daarin zijn uiteraard onder voorbehoud. Maar ik hoop in 2021 toch weer vaker met jong en oud op stap te kunnen dan in 2020!

Per saldo kijk ik positief terug op het afgelopen jaar, ondanks de belemmeringen door corona.

Allereerst privé: we zijn voor het eerst grootouder geworden! Heerlijk om met onze kleinzoon bezig te zijn. We hebben al veel mooie wandelingen gemaakt. We hebben ons in 2020 erg verbonden gevoeld met onze naaste familie, misschien wel meer dan anders.

Ik heb de natuur en mijn tuin nog intenser beleefd dan anders. Via Facebook deel ik mijn ervaringen met veel mensen. En dat wordt gewaardeerd. De afbeelding hierbij is een collage van de natuur in onze tuin eind december: alle seizoenen zijn daarin terug te vinden voor wie daar oog voor heeft.

Wat betreft werk viel het niet tegen. Wel minder natuurlessen op scholen kunnen doen en weinig verhalen kunnen vertellen. Ik heb in opdracht verschillende materialen ontwikkeld (energieles, leskist ‘Natuur rond de school’). De workshops in de zomer voor kinderen en ouders en de herfstbelevingsactiviteit voor groep 3 en 4 van de basisscholen in De Ronde Venen en Vianen waren een groot succes. Ook heb ik bij verschillende bso’s en in het Amsterdamse Bos een activiteit kunnen doen. Het was fijn samenwerken met mensen van De Woudreus in Wilnis en van Natuur is een Feest.

Voor het komende jaar wil ik dit positieve gevoel vasthouden. Kijken naar wat wél mogelijk is. Eén van de dingen waaraan ik ga werken is een educatief boek over planten. Dat staat al heel lang op mijn lijst om te doen. En daarvoor moet ik er veel op uit en dingen uitproberen. Heerlijk. Wordt vervolgd!

Ik wens jullie allemaal een goed en gezond 2021 toe, met veel mooie natuurervaringen.

Ineke Bams

Lente beleven met peuters in coronatijd

Dit jaar verzorg ik in De Ronde Venen elk seizoen een activiteit voor peuters en hun (groot)ouders. Dat gaat uit van Mama Lokaal, onderdeel van Ouders Lokaal, en is mogelijk dankzij een subsidie van Groen doet goed.
In de winter hebben we vogels gekeken. Erg leuk en gezellig om met een groep op stap te gaan. Voor de lente stonden activiteiten met planten gepland. Maar hoe doe je dat, in deze tijd van corona, als je elkaar niet in het echt kunt ontmoeten?
Mama Lokaal in Mijdrecht heeft elke week een meeting via Zoom en we bedachten dat het leuk zou zijn als ik de kinderen een verhaal zou vertellen en ideeën zou geven wat je buiten in de lente met planten kunt doen.
Bij deze meeting waren twee peuters en hun moeder aanwezig. De ene peuter heeft een tuin, met een kip, appelboom en groentetuin. Hij speelt veel in de tuin, maar houdt niet van vieze handen krijgen. De andere woont in een appartement en gaat dagelijks een rondje wandelen in het park. Hij verzamelt daar vooral stenen. Beide kinderen missen hun vriendjes. ‘Het is saai’, zei een van de moeders. Hopelijk hebben mijn tips ze weer nieuwe ideeën gegeven die ze met hun kind kunnen doen.

Voor deze meeting had ik verschillende tips verzameld. En die deel ik graag zodat nog meer peuters en hun ouders kunnen genieten van de lente in tuin of park.

Bloemen plukken
Het boek dat ik voorlas was ‘Anna en de lente’ van Kathleen Amant. Een ander leuk boek is ‘Saar in de lente’ van Pauline Oud.
Anna plukte een bos bloemen in de tuin. Dus we hadden het over bloemen plukken. Van bloemen kun je een boeketje van maken, voor mama bijvoorbeeld. Maar je kunt de bloemen ook drogen in een bloemenpers of tussen de bladzijden van een dik boek. Je kunt op een blanco kaart met een strook tweezijdig plakband je kind bloemetjes laten plakken. Met bloemen, blaadjes en/of steentjes kun je ook kunstwerken maken zoals mandala’s. Laat ze lekker hun gang gaan. Maak er een foto van en stuur die naar opa en oma.
Wist je dat je ook met bloemen kunt verven? Met paardenbloemen gaat dat zeker. En probeer samen met je kind ook eens andere bloemen uit.

Alle zintuigen
Bij bloemen zoeken kijk je vooral. Je kunt kinderen gericht laten zoeken naar bloemen van een bepaalde kleur. Of verzamel alle kleuren van de regenboog. En welke bloem vind jouw kind het mooist?
Proeven kan ook. Er zijn veel bloemen die je kunt eten, maar daarvoor moet je zelf natuurlijk wel zeker weten dat je de goede plant hebt. Je kunt de bloemetjes van dovenetels uitzuigen (en opeten). En een salade versieren met viooltjes en madeliefjes.

Salade, versierd met viooltjes, madeliefjes en bloemen van koolzaad en rucola

Veel bloemen geuren lekker. Welke bloem ruikt het lekkerst?
En je oren? Bloemen maken geen geluid maar wel de hommels, bijen en zweefvliegen die de bloemen bezoeken. Dus luister maar eens goed.
En tenslotte kun je aan bloemen en blaadjes voelen. Aai het gras, een bloem, een boom, een blaadje of mos. En kriebel elkaar met een grasspriet.

Zaaien
Heel leuk is om met kinderen bloemen en groentes te zaaien. Neem dan wel zaden van planten die snel opkomen, anders is het saai.
Je kind kan zelf de potjes met grond vullen en de zaadjes erin doen. Dagelijks nat maken met een gieter of de plantenspuit. En dan kijken hoe het groeit.
Geschikte bloemen zijn zonnebloemen (wie heeft de hoogste) en goudsbloemen (kun je ook in een salade of bloemenboter doen). Makkelijke groentes zijn radijsjes, tuinkers en erwten.

Lentespeurtocht of -bingo
En als je erop uit gaat, kun je op zoek gaan naar de lente aan de hand van een bingo- of speurtochtkaart. Als je googelt, vind je er veel. Leuke vind je bijvoorbeeld op https://www.jasperderuiter.com/downloads/ en op https://kleuteridee.nl/lente/#hoeken.

Veel plezier! Geniet van de natuur, je kind en blijf gezond!

Bloemen uit eigen tuin

20 maart: Wereldverteldag

Verhalen zijn zo oud als de mensheid. Verhalen verbinden en verklaren. Mensen kunnen niet zonder verhalen. En bij elke gelegenheid is er wel een passend verhaal.
Dat verhalen verbinden blijkt helemaal op Wereldverteldag (WorldStorytellingDay). Ieder jaar wordt rondom 20 maart wereldwijd het verhalen vertellen gevierd. Dit jaar is het thema ‘Voyages’ (Reizen). En dat is natuurlijk heel breed op te vatten. Het reisverhaal kan gaan over een reis van A naar B. Maar ook over een innerlijke reis, de reis van een vluchteling of de ontwikkeling van kind tot oudere. Op de website van Stichting Vertellen staan de verschillende vertelevenementen in Nederland ter gelegenheid van Wereldverteldag.

Wereldverteldag vind ik een mooi moment om de derde poot van mijn bedrijf, verhalen vertellen, wat meer onder de aandacht te brengen. Ik vertel namelijk graag verhalen. Als vijfjarig kind hield ik tijdens het middagdutje de ziekenzaal wakker met mijn versie van Hans en Grietje. Mijn broers en zussen vermaakte ik met zelfverzonnen verhalen onderweg in de auto. Pas later bedacht ik dat ik eigenlijk wel zou willen leren om echt goed verhalen te vertellen. Daar heb ik allerlei cursussen en workshops voor gevolgd. En inmiddels vertel ik regelmatig verhalen. In de week van 20 maart mag ik zelfs wel drie keer vertellen!

Op woensdagochtend 18 maart vertel ik verhalen aan ouderen van de Protestantse Gemeente Mijdrecht. Ook andere ouderen zijn uiteraard welkom. Thema is ‘Op weg naar Pasen’. De verhalen die ik ga vertellen passen ook heel goed binnen het thema van Wereldverteldag. Wim Burger begeleidt mij muzikaal op de piano.
Het evenement vindt plaats in gebouw Irene, Kerkstraat 9 in Mijdrecht. Inloop is vanaf 9:30 uur. De voorstelling begint om 10 uur. De toegang is gratis.

Een dag later vertel ik weer voor ouderen, maar nu in Zorgcentrum Lingewaarde in Tiel waar mijn moeder woont. Daar zal ik vier (historische) verhalen vertellen die een relatie hebben met de Betuwe en het rivierengebied. Ook in die verhalen wordt gereisd, o.a. door de kozakken die ons in 1813 bevrijdden van de Franse overheersing. En door de Engelse maagd Cunera waarnaar de kerk in Rhenen is genoemd. De activiteiten in Lingewaarde zijn voor bewoners en mensen uit de buurt.

Op vrijdagavond 20 maart, Wereldverteldag zelf, vertel ik samen met andere vertellers van de Vertelkring Amstelland bij boekhandel Venstra in het Stadshart van Amstelveen. We vertellen vier totaal verschillende reisverhalen. Zelf zal ik het verhaal van Brandaan vertellen. De verhalen worden afgewisseld met muziek. Aanmelden kan via info@leerdenk.nl. Het evenement begint om 19:30 uur (tot ca. 21 uur). De kosten bedragen € 5,=.

Al deze activiteiten zijn ook in mijn agenda te vinden, samen met nog veel meer activiteiten die ik de komende tijd verzorg.
(foto: Meeuw van Bork)

Een week vol vogelactiviteiten

Vogels zijn leuk. Ik vind het heerlijk om naar onze scharrelende kippen te kijken. Ook geniet ik van de vogels in de tuin. De koolmees laat zich al sinds de jaarwisseling horen. En elke keer schiet er een winterkoning door de struiken als ik de tuin in ga. Helemaal blij word ik van een groep staartmezen. Maar ook het gedrag van eksters vind ik boeiend om naar te kijken. Omdat wij buiten wonen, komt er wel eens een fazant of roofvogel in de tuin. Of een bijzondere gast zoals de ijsvogel.

Volgens het blad Happinez maakt vogels kijken gelukkig. Vogels zoeken, observeren en luisteren: daarvoor moet je je aandacht naar buiten richten. En dan heb je geen tijd om over al je zorgen na te denken. Nu geldt dat bij mij sowieso als ik met aandacht wandel. In de winter gaat die aandacht al gauw uit naar vogels, want de rest van de natuur is in rust. Wat het extra leuk maakt, is dat je van tevoren niet weet wat je allemaal zult zien. Vogels kijken is daarom ontspannend én spannend tegelijk.

Komende week staan mijn activiteiten allemaal in het teken van (tuin)vogels. Uiteraard doe ik mee met de Tuinvogeltelling van de Vogelbescherming. Koolmees, pimpelmees, roodborst, winterkoning: die zie ik dagelijks en zullen dus wel op mijn lijst staan. Maar ik hoop ook op andere vogels.

Op woensdagmiddag 22 januari wordt de tweede druk van het Rondeveense boekje ’50-dingen-die-je-voor-je-twaalfde-in-de-natuur-gedaan-moet-hebben’ gepresenteerd. In dit boekje waaraan ik heb meegewerkt, staan verschillende vogelactiviteiten. Omdat de presentatie midden in de week van vogeltellingen voor scholen valt, leek het ons leuk om met de kinderen vooraf verschillende van deze vogelactiviteiten te doen: vogels beleven en onderzoeken (tellen), een vogelspel spelen en vogelvoercupcakes en een vogelvoederhuisje maken.

Een dag later ga ik mijn kant-en-klaarprogramma ‘Vraag het de natuur zelf!’ verzorgen op een basisschool in Abcoude. Deze keer staan natuurlijk de vogels centraal en gaan we ook de vogels op het schoolplein tellen.

Samen met Natuur is een Feest heb ik een kant-en-klaarprogramma ontwikkeld over gezonde voeding voor kleuters waarin een dierpop, Kip Clara, een hoofdrol speelt. Ik ben nu bezig met een basiscursus handpoppen. Want: hoe gebruik je een (dier)pop, hoe beweeg je haar en hoe zit het met de stem? Hiervoor verdiep ik me in het ‘eigene’ van een kip. Dat we kippen hebben, maakt het natuurlijk wel makkelijker.

Na deze week stoppen wat mij betreft de vogelactiviteiten niet. Bij de peuters van Mama Lokaal in Abcoude en Mijdrecht gaat het begin februari ook over vogels. Mijn kant-en-klaarprogramma over vogels ga ik in februari nog op een aantal andere basisscholen doen. En tenslotte ga ik samen met Bart de Koning van Natuur is een Feest een tweedaagse training geven voor mensen die ook activiteiten voor kinderen in de natuur willen gaan verzorgen; daarbij is ook aandacht voor de nieuwe les over gezond eten met Kip Clara.

Vogels kijken en tellen kan ik je van harte aanbevelen. Doe ook mee met de Tuinvogeltelling op 24, 25 en 26 januari! En wil je erop uit? Ogen en oren open, verrekijker en vogelboekje mee … meer heb je niet nodig voor een vogelsafari. Als je niet weet waar de beste plekken zijn om vogels te spotten, kijk dan eens op de website https://vogelkijkhut.nl/ voor een vogelkijkhut bij jou in de buurt. Veel plezier en geluk!

(Meer weten over mijn activiteiten? Kijk dan eens op https://inekebams.com/.)