Soort van dag 346: grote zilverreiger

(12 december 2023)

Een vogel die ik in mijn jeugd nooit zag, maar nu bijna dagelijks, is de grote zilverreiger. Hij staat zelfs op ons lijstje met tuinvogels. Tot begin deze eeuw was de grote zilverreiger nog een zeldzame verschijning in ons land, maar tegenwoordig zijn witte reigers in een weiland een algemeen beeld. Hij heeft duidelijk geprofiteerd van de aanleg en bescherming van natte gebieden, zowel bij ons als in zijn broedgebieden in Zuid- en Oost-Europa. Ook heeft de vogel door klimaatverandering zijn verspreidingsgebied naar het noorden kunnen uitbreiden en wordt de vogel beschermd via de Europese Vogelrichtlijn.
De grote zilverreiger zie je vooral van de nazomer tot april in grote delen van ons land. Ze zijn dan te vinden in polders met sloten en in moerassige gebieden. Slapen doen ze in groepen in grote en kleine moerasbossen. Een bijzonder gezicht, die witte vlekken in de bomen als het donker is. De vogels worden door vrijwilligers op hun slaapplaatsen geteld. Zo is bekend hoeveel vogels er bij ons overwinteren (jaarlijks tussen de 8.000 en 16.000 exemplaren). Bij langdurige vorst trekken ze verder. Dat is een verschil met de blauwe reiger. Die blijft gewoon in ons land, of het nu vriest of niet.

Ze broeden ook in ons land, met zoโ€™n driehonderd paar. Ze doen dat in kolonies in overjarig riet en in wilgen, vaak samen met andere koloniebroeders. De grootste kolonies bevinden zich in de Oostvaardersplassen en de Lepelaarsplassen.
Grote zilverreigers eten graag vis, amfibieรซn en kleine zoogdieren zoals muizen. In muizenrijke jaren verblijven er โ€™s winters meer grote zilverreigers in ons land.

In ons land komt ook de kleine zilverreiger voor. Deze is niet alleen kleiner dan de grote, maar ook te herkennen aan zijn kortere nek, zwarte snavel en gele tenen (foto rechtsonder). De grote zilverreiger heeft het grootste deel van het jaar (in elk geval in de winter) een gele snavel en geheel zwarte poten. De kleine zilverreiger vind je altijd bij water. Hij jaagt daar vooral op stekelbaarsjes en andere kleine vissen. De grote zilverreiger vind je ook in graslanden.
Tot 1979 werd de kleine zilverreiger als dwaalgast beschouwd. Nu broeden er enkele tientallen paren in ons land. Enkele honderden overwinteren in m.n. het Deltagebied en op Texel. Ook komen ze op doortrek door ons land.

Begin 20e eeuw werden de witte reigers flink bejaagd. De veren werden gebruikt als versiering van dameshoedjes. In die tijd werden hoeden ook wel versierd met dwergsterns. Deze praktijk was in 1899 de aanleiding om de Vogelbescherming op te richten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฐ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 345: fijnspar

(11 december 2023)

En staat de kerstboom al? Heb je gekozen voor een neppe of een echte? Een groot deel van onze kerstbomen zijn fijnsparren die op โ€˜akkersโ€™ groeien en na vier tot zes jaar worden โ€˜geoogstโ€™ (gekapt). Op de website van MilieuCentraal lees je meer over kerstbomen.

Ook in onze bossen staan fijnsparren. Deze zijn aangeplant, net zoals andere soorten sparren en andere exotische naaldbomen. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de fijnspar ligt in Scandinaviรซ en de hogere gebieden van Centraal-Europa (daarvan ligt de Harz het dichtst bij ons land). Fijnsparren zijn vanaf de 19e eeuw op grote schaal in productiebossen in West-Europa aangeplant, vooral vanwege het hout (vurenhout). Van het Nederlandse bosoppervlak bestond begin dit jaar 2,7 % uit fijnsparrenbossen. Daarnaast vind je de boom in gemengde bossen.

Fijnsparren wortelen vrij ondiep en zijn daarom gevoelig voor droogte en stormen. De naalden zijn bij sparren alleenstaand (bij dennen staan ze in tweetallen). Bij verwonding produceert de boom hars die de wond afdekt. Ook is hars bedoeld om vraat door dieren tegen te gaan. De bomen bloeien in mei, met aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen (foto rechtsboven). De kegels zijn langwerpig en hangen. De zaden zijn gevleugeld en worden door de wind verspreid. Ze worden o.a. gegeten door eekhoorns en kruisbekken (soort vinken). Een fijnspar kan 40 m hoog worden en wordt bij ons doorgaans 100 tot 150 jaar oud (maar in productiebossen haalt de boom uiteraard die leeftijd niet). In de gebieden waar ze van nature thuishoren, worden ze veel ouder. De oudst bekende boom ter wereld is een fijnspar in Zweden: 9.950 jaar oud.

Sparrenbossen vind ik saai en onprettig om in te lopen: donker, vochtig, weinig onderbegroeiing, de bodem bedekt met een dik tapijt van naalden en bomen die allemaal te dicht op elkaar staan in onnatuurlijke rijen. Een natuurlijk sparrenbos of een oud productiebos (van meer dan vijftig jaar oud) is gelukkig wel gevarieerder. Door de gesloten kroonlaag is er nauwelijks onderbegroeiing, maar wel een interessante moslaag. Het aanplanten van sparren leidde tot de vestiging van vuurgoudhaan en sijs als broedvogels in ons land. Verder profiteerden goudhaan, zwarte mees en sperwer ervan. Ook voor de eekhoorn zijn sparrenbossen een belangrijk leefgebied.
Productiebossen met sparren kunnen uitzonderlijk rijk aan paddenstoelen zijn. Voor de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe zijn begin deze eeuw ook de sparrenbossen geรฏnventariseerd. Het bleek dat er veel paddenstoelensoorten voorkomen die op de Rode Lijst staan, vooral in de wat oudere, mosrijke bossen. De onderzoekers hebben in 2016 een lijst samengesteld met de meest waardevolle Drentse sparrenbossen. In een aantal heeft Staatsbosbeheer het kapbeheer inmiddels aangepast; drie bossen op de Hondsrug zijn uitgeroepen tot paddenstoelreservaat en hier zal helemaal niet meer gekapt worden. Maar het gevaar voor deze paddenstoelen is nog niet gewekenโ€ฆ

De omstandigheden zijn in ons land van nature niet optimaal voor de fijnspar. Daar komen klimaatverandering (warme en droge zomers, stormen) en stikstofdepositie bij. Fijnsparren, en ook lariksen, verzwakken daardoor en zijn vatbaar voor virussen, schimmels en insecten. Zoโ€™n insect is de letterzetter, een inheemse bastkever. Door de aantasting van de larve onder de schors gaan de bomen dood. Vooral de productiebossen, waar maar รฉรฉn soort boom staat, zijn er vatbaar voor. Staatsbosbeheer kapt daarom de komende jaren in veel bossen de sparren en vervangt deze door inheemse soorten (en exoten die bestand zijn tegen klimaatverandering). Dit probleem speelt overigens niet alleen in ons land: in de Duitse bossen is de letterzetter een echt groot probleem.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ด๐˜ต๐˜ข๐˜ข๐˜ต๐˜ด๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ท๐˜ข๐˜ฌ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ญ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ท๐˜ฃ๐˜ฏ๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข

Soort van dag 344: mycena’s

(10 december 2023)

Veel paddenstoelen, en dan vooral plaatjeszwammen, kunnen niet zo goed tegen de kou. Toch kun je de kleine paddenstoeltjes van het geslacht mycena ook in de winter vinden. Zodra het zachter weer wordt, komen na een vorstperiode nieuwe exemplaren tevoorschijn.

Mycena is een groot geslacht, met in ons land zoโ€™n honderd verschillende soorten. Daar zitten ook heel zeldzame bij. In het algemeen zijn mycenaโ€™s klein tot middelgroot met een kegel- of klokvormige hoed. In vochtige toestand is de hoed vaak doorschijnend gestreept. De paddenstoeltjes zien er fragiel uit. De relatief lange steel is dun en zonder ring en hij breekt makkelijk af. Is de steel taai, dan heb je waarschijnlijk met een taailing te maken. De sporen zijn wit. Sommige soorten hebben wit of rood melksap.
Mycenaโ€™s zijn afbrekers van organisch materiaal. Ze breken m.n. de stof lignine af; dat kun je zien aan de verbleking van bladeren en van hout waarop de schimmel voorkomt.

De mycenaโ€™s zijn een veelvormige groep. Sommige zijn in het veld goed op naam te brengen, voor andere heb je een microscoop nodig.
Sommige mycenasoorten komen alleen op afgestorven delen van รฉรฉn soort plant voor. Dat kan je helpen om de naam te achterhalen. Zo zijn er twee hele kleine witte mycenaโ€™s (soms zonder lamellen) die je op afgevallen blad kunt vinden: de een op beukenblad (dat is dan de kleine beukenbladmycena), de ander op afgevallen eikenblad (de witte eikenbladmycena). Vind je een mycena op afgevallen elzenkatjes, dan heb je te maken met de plooirokmycena zijn. Op staande stengels van overjarig riet kun je de rietmycena vinden. Ik heb me voorgenomen om eens naar deze specifieke kleine soorten op zoek te gaan. Ik hoop vooral de varenmycena te kunnen vinden: een zeldzame mycena op dode delen van varens, piepklein (doorsnede hoed 2-4 mm) en met oranje randjes langs de lamellen. Om dat te kunnen zien, heb je wel een loep nodig.
Ook de standplaats kan helpen bij het vinden van de juiste soort. De prachtmycena vind je bijvoorbeeld alleen op beukenhout op kalkrijke bodems. De blauwgrijze schorsmycena vind je alleen op schors van levende wilgen.

De collage is vooral bedoeld om een beeld te geven van de veelvormigheid van dit paddenstoelengeslacht.
Op de foto in het midden zie je een zeer algemeen voorkomende mycena, namelijk de helmmycena. Helmmycenaโ€™s zijn voor een mycena vrij groot en kunnen allerlei tinten grijsbruin en bruin hebben. De hoed heeft een doorsnede van 1-6 cm. Eerst is die kegelvormig, dan klokvormig en vervolgens breed uitgespreid (met een bultje). Als je de hoed tegen het licht houdt, zie je dwarsverbindingen tussen de plaatjes. Verder is kenmerkend dat de steel taai is wat bij andere mycenaโ€™s vrijwel niet voorkomt. De plaatjes krijgen bij het ouder worden een roze tint. Ze ruiken naar rauwe aardappel (anderen vinden dat ze naar meel, radijs of komkommer ruiken). Je vindt helmmycenaโ€™s op dood hout van allerlei soorten loofbomen, ook op begraven hout. Ze zijn het hele jaar te vinden.
Op de foto rechtsonder zie je de grote bloedsteelmycena. Deze scheidt bij beschadiging donkerrood bloedsap af. Je vindt hem op dood hout van allerlei loofboomsoorten (m.n. eik en beuk) en komt algemeen voor. De kleine bloedsteelmycena vind je op strooisel van heide en naaldbomen.

De naam mycena klinkt overigens niet echt Nederlands; het is dan ook de wetenschappelijke naam van dit paddenstoelengeslacht. Het komt van het Griekse woord voor schimmel (ฮผฯฮบฮทฯ‚ (mรฝkis)). Waarom deze soorten geen 100% Nederlandse naam hebben (op de elfenschermpjes en het heksenschermpje na), weet ik niet. In het Engels heet mycena โ€˜bonnetโ€™, in het Duits โ€˜Helmlingโ€™.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜—๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜, ๐˜ฃ๐˜ข๐˜ด๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ถ๐˜ณ๐˜ด๐˜ถ๐˜ด ๐˜ฑ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 343: heksenboter en andere slijmzwammen

(9 december 2023)

Een hele fascinerende รฉn fotogenieke groep organismen zijn de slijmzwammen. Het zilveren boomkussen is al uitgebreid aan de orde geweest. Daarbij heb ik ook uitgelegd wat slijmzwammen zijn en vooral: wat niet. Slijmzwammen zijn geen planten, geen dieren en zelfs geen schimmels (zwammen). Het zijn eencelligen (amoebozoa) die in een kolonie leven. En daardoor zijn ze ook zonder microscoop te zien.
Wereldwijd zijn zoโ€™n duizend soorten slijmzwammen bekend; in ons land komen ruim driehonderd soorten voor. Elk jaar worden weer nieuwe ontdekt.

Er worden drie groepen slijmzwammen onderscheiden. De bekendste en opvallendste zijn de plasmodiale slijmzwammen, ook wel myxomyceten genoemd. Deze vormen een zogenaamd plasmodium (een slijmmassa). Hierbij zijn de cellen samengesmolten tot รฉรฉn cel met meerdere (honderdduizenden) celkernen die zich synchroon delen. Deze slijmzwammen kunnen heel klein zijn, maar er komen ook heel grote voor zoals het zwart reuzenkussen. Die kan een oppervlak van een paar vierkante meter beslaan en meer dan twintig kilo wegen. Op basis van het plasmodium kun je de soorten vaak niet van elkaar onderscheiden, wel op basis van de vruchtlichamen die heel divers van vorm en kleur kunnen zijn; sommige zien er paddenstoelachtig uit. Veel soorten kunnen overigens alleen met een microscoop precies op naam gebracht worden.

Een heel opvallende slijmzwam is heksenboter, ook wel bekend onder de namen hondenkots, trollenkots en runbloem. Na een periode van regen en warmte kunnen van juni tot in november op boomstronken ineens felgele klodders verschijnen. De klodders kunnen overigens ook wit of oranje zijn. De slijmzwam verplaatst zich over het rottende hout, op zoek naar voedsel (bacteriรซn, schimmels en andere micro-organismen). Hij laat daarbij een slijmspoor achter. Zo โ€˜weetโ€™ hij dat hij al op die plek geweest is en daar niet hoeft terug te keren.
Na een bepaalde โ€˜triggerโ€™ gaan slijmzwammen vruchtlichamen vormen en komen ze niet meer van hun plaats. Sommige slijmzwammen vormen heel veel vruchtlichamen (bijvoorbeeld kleine bolletjes op een steeltje). Heksenboter niet: deze bestaat uit รฉรฉn groot vruchtlichaam waarin sporen gevormd worden. Die worden verspreid door de wind (of door beestjes zoals springstaarten). De sporen zijn een soort eencellige organismen die kunnen kruipen en zwemmen in een vochtige omgeving. Na samensmelting van twee sporen en deling van de cellen ontstaat er een nieuwe slijmerige massa. Op dit filmpje kun je de ontwikkeling en beweging van heksenboter in time lapse zien. Heksenboter is de inspiratie geweest voor de film โ€˜The Blobโ€™ (1958,1988).

In de collage zie je links drie keer heksenboter. Op de middelste foto kun je goed het slijmspoor zien. Op de onderste zie je het vruchtlichaam.
Rechts bovenaan zie je twee stadia van dezelfde gewone boomwratten. Deze worden ook wel blotebilletjeszwam of bloedweizwam genoemd. Eerst zijn de vruchtlichamen oranjeroze en naarmate de sporen rijpen, worden ze bruiner.
Daaronder zie je een draadwratje (mogelijk een fopdraadwratje). Deze slijmzwam vormt meerdere vruchtlichamen met een kort steeltje. Rechts onderaan is het ijsvingertje. Deze hoort tot een andere groep slijmzwammen. Hierbij worden de sporen aan de buitenkant van de vruchtlichamen gevormd.

Hier zie je meer vormen van (vruchtlichamen van) slijmzwammen. Je vind ze op stukken rottend hout, dode takjes en afgevallen bladeren. Het hele jaar door zijn er wel slijmzwammen te vinden. De ene soort vind je het jaar rond, andere alleen in de zomer of de herfst.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. Heksenboter is voorgedragen door Bart de Koning.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ฎ๐˜บ๐˜น๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜บ๐˜ค๐˜ฆ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ข๐˜ด๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ถ๐˜ณ๐˜ด๐˜ถ๐˜ด ๐˜—๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜”๐˜บ๐˜น๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜บ๐˜ค๐˜ฆ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 342: gewone wilgenroosjesgalmug

(8 december 2023)

In sommige wilgen zie je de hele winter rozetjes van verdorde bladeren hangen. Deze rozetjes worden โ€˜wilgenroosjesโ€™ genoemd (niet te verwarren met de plant wilgenroosje) en worden veroorzaakt door een galmug. Net zoals de galwespen zijn galmuggen als volwassen insect klein en onopvallend. Hun bestaan verraden ze door de gallen die door de planten gevormd worden als reactie op de larfjes van de galmuggen. Gallen van galmuggen kun je vinden op knoppen, bladeren, vruchten, stengels en wortels.
In ons land komen ruim 350 verschillende galmugsoorten voor. Daar zitten ook soorten bij die geen gallen veroorzaken. Van een aantal soorten eten de larven dood organisch materiaal of schimmels. Ook zijn er soorten waarvan de larven predator of parasiet zijn.
De larven van galvormende galmuggen verteren hun voedsel grotendeels buiten hun lichaam. Ze prikken met hun mond een cel van de plant aan, vervolgens zuigen ze de inhoud op en dan spugen ze dat weer uit, samen met enzymen voor de vertering. Na enige tijd wordt zoโ€™n half verteerd druppeltje weer opgezogen en in het diertje verder verteerd. De plant reageert op het uitspugen met het vormen van een gal.

De vrouwtjes van de gewone wilgenroosjesgalmug leggen hun eitjes tussen de knopschubben van de eindknop van een wilg. Dat kunnen verschillende soorten wilg zijn zoals kruipwilg (foto rechtsonder) of schietwilg (overige fotoโ€™s). De galvorming heeft tot gevolg dat de tak niet verder in de lengte uitgroeit. Wel komen de bladeren uit en die blijven in een rozet staan, dus zonder stengel ertussen. Van een rozet zijn de buitenste blaadjes het grootst, de binnenste klein. In een rozet bevindt zich รฉรฉn larve. Die zit veilig opgeborgen tussen de blaadjes en heeft er genoeg te eten. In de herfst verkleurt de gal van groen naar bruinzwart. De larve wordt een pop. En zo brengt het insect de winter door.
Soms zitten er in een rozet meerdere larven. Dan gaat het om galmugsoorten die hun eitjes in bestaande gallen leggen.
Van het geslacht waartoe de gewone wilgenroosjesgalmug behoort, komen in ons land meer dan twintig soorten voor. Zij hebben allemaal de wilg als waardplant. Elke soort veroorzaakt weer een ander soort gal. Ook galmuggen van andere geslachten, galmijten en bladwespen veroorzaken gallen op wilgen.

Er zijn veel planten die galmuggen als waardplant gebruiken. Bij verschillende planten heb ik fotoโ€™s van gallen geplaatst: bij zwarte toorts, beuk, brandnetel en boerenwormkruid.
Onder de galvormers zijn ook soorten die schadelijk zijn voor de land- en tuinbouw. De koolgalmug bijvoorbeeld legt haar eitjes in de groeipunt van een koolplant en deze gaat verloren. Wel lopen de zijknoppen uit en zo ontstaat โ€˜draaihartigheidโ€™. Op peren vind je de perendikkopgalmug en op frambozenstruiken de frambozenschorsgalmug. Onder de parasitaire galmuggen zijn er daarentegen soorten die in de land- en tuinbouw ingezet worden voor de bestrijding van plaaginsecten zoals bladluis en spint.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜—๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜จ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜Œ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜‰๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ 63(5) 2003

Soort van dag 341: kolgans

(7 december 2023)

In de polders rond ons huis zien we momenteel overal groepen ganzen. Het gaat om kolganzen die op de toendraโ€™s van Noordwest-Rusland en Siberiรซ broeden, en in West-Europa overwinteren. In toenemende mate zijn ze ook in Friesland en het rivierengebied als broedvogel te vinden. Het gaat hierbij om een paar honderd broedparen. Het aantal kolganzen dat bij ons overwintert, bedraagt maximaal 900.000 exemplaren. Dat is 80% van de wereldpopulatie. Ze zijn hier van oktober tot in maart. Vaak zie je ze samen met andere ganzen zoals grauwe gans, rietganzen en brandgans.
Niet alleen in de polders rond Wilnis zijn ze te zien. In het rivierengebied, Friesland en Zeeland komen ze in groten getale voor. Het is altijd een spectaculair gezicht om ze rond zonsondergang naar hun slaapplaatsen te zien trekken. Ook โ€™s morgens trekken ze over, op weg naar de graslanden om te foerageren (op maximaal 30 km vanaf de slaapplek). Bij ons in de buurt slapen ze op de ondiepe plassen van de Groene Jonker. Ze zijn daar veilig voor landroofdieren. Ze overnachten niet alleen op water, maar ook op zandplaten, omgeven door water. Bij strenge vorst trekken de kolganzen naar open wateren van de rivieren en het Deltagebied. Bij het rondtrekken zie je ze in V-formaties vliegen en hoor je hun hoge, juichende roep. Helaas gaan ze bij ons ook op de wieken voor overvliegende helikopters.
Kolganzen eten graag eiwitrijk gras en dat is overal in ons land te vinden. Daarnaast eten ze ook oogstresten. Omdat ons land belangrijk is voor overwinterende ganzen en ons land voor deze dieren een Europese beschermingsplicht heeft, is er per provincie een ganzenbeleid. In de provincie Utrecht, bijvoorbeeld, is een aantal ganzenrustgebieden aangewezen. Grondgebruikers ontvangen hiervoor een vergoeding. Buiten de aangewezen gebieden mogen ganzen verjaagd worden; eventuele schade wordt vergoed. In sommige gevallen mogen de ganzen verjaagd worden met ondersteunend dodelijk afschot. Dit winterseizoen mogen in Friesland maximaal 22.500 kolganzen afgeschoten worden (plus 14.000 brandganzen en 12.000 grauwe ganzen). Afgelopen winter zorgden deze drie ganzensoorten samen voor ruim 34 miljoen euro aan schade.

Kolganzen horen tot hetzelfde geslacht als de grauwe gans en de rietganzen. Volwassen kolganzen herken je aan de witte vlek (kol) bij de snavel, de roze snavel en de donkere strepen (vegen) op de buik. Ze zijn kleiner dan grauwe ganzen en rietganzen. Bij jonge kolganzen ontbreken de kol en de strepen.
Er is een gans die veel op de kolgans lijkt, namelijk de zeldzame dwerggans. Deze is kleiner en goed herkenbaar aan o.a. een gele oogring.

Ganzen zijn trouwe dieren. Ze zijn trouw aan hun partner en aan de plekken die ze bezoeken. Ze gebruiken veelal dezelfde slaap- en broedplaatsen. Het is leuk om een groep ganzen te observeren. Binnen zoโ€™n grote groep zie je kleine groepjes. Dat zijn de gezinnen. De ouders zorgen ervoor dat hun jongen voldoende ruimte hebben om gras te eten. Verder zie je altijd een paar ganzen met de kop omhoog: zij houden de wacht.
Soms zul je ganzen met een halsring zien. Hierop staat een nummer dat je met een telescoop kunt aflezen zonder de ganzen te hoeven storen. Door het nummer op een bepaalde website (geese.org) in te voeren worden allerlei gegevens over de ganzen bijgehouden. De vogels schijnen er geen hinder van te ondervinden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฐ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ง๐˜ข๐˜ถ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ/๐˜ถ๐˜ต๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜Ž๐˜ข๐˜ฏ๐˜ป๐˜ฆ๐˜ฏ – ๐˜จ๐˜ณ๐˜ข๐˜ป๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด ๐˜ฐ๐˜ฑ ๐˜ต๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜ท๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜จ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ด (1997), ๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ซ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 340: struikvormige korstmossen

(6 december 2023)

Op allerlei soorten bomen kun je plukjes struikvormige korstmossen aantreffen. Zeker in de winter vallen ze op omdat dan het blad aan de bomen ontbreekt. Korstmossen zijn een samenlevingsvorm van een schimmel en een (blauw)alg en hebben niets met mossen te maken. Ook die kun je trouwens op bomen tegenkomen.
Bij de takmossen zijn de โ€˜takkenโ€™ afgeplat (bandvormig) en de uiteinden van de takken spits. Bij de geweimossen zijn de โ€˜takkenโ€™ eveneens afgeplat, maar zijn de uiteinden stomp. Ook op de grond kun je struikvormige korstmossen tegenkomen zoals rendiermossen. Een bijzondere vorm van struikvormige korstmossen op bomen zijn de baardmossen. De takken hiervan zijn rond en kunnen 10-20 cm lang worden. In Nederland komt maar een beperkt aantal baardmossoorten voor die zeldzaam tot zeer zeldzaam zijn.

Struikvormige korstmossen op bomen zijn epifyten. Dat wil zeggen dat ze op een ander organisme (in dit geval: bomen en struiken) leven zonder daar voedingsstoffen aan te onttrekken. Ze stellen daarbij wel eisen aan de ondergrond wat betreft zuurgraad en voedselrijkdom. Verder spelen vochtigheid en licht een rol.
De schors van de bomen waarop struikvormige korstmossen leven, moet zuur of neutraal zijn (dus niet basisch). Bomen met een zure schors zijn bijvoorbeeld eik, beuk, berk en els. Bomen met een neutrale (tot licht basische) schors zijn wilg, es, linde, iep, populier en esdoorn.
Korstmossen die op zure ondergronden leven, zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Tot in de jaren โ€™80 was vooral de uitstoot van zwaveldioxide het probleem. Sinds in de industrie rookgasfilters worden toegepast, gaat het stukken beter met de korstmossen. Toch zijn er lokaal gebieden waar nauwelijks struikvormige korstmossen te vinden zijn. En dat heeft te maken met de uitstoot van ammoniak door de intensieve veehouderij. Ammoniak verhoogt namelijk de pH van de boomschors (deze wordt dus minder zuur) en daardoor verdwijnen de hiervoor gevoelige korstmossoorten. Bovendien wordt de schors voedselrijker en ook dat heeft effect. Je ziet dan stikstofminnende soorten zoals bijvoorbeeld groot dooiermos.
Omdat korstmossen vrij snel reageren op veranderingen van de ondergrond, zijn ze bruikbaar als meetinstrument voor luchtverontreiniging. Al sinds 1988 is er op de zandgronden van ons land een meetnet voor korstmossen. Op bijna 70.000 bomen worden om de vijf ร  tien jaar de korstmossen geรฏnventariseerd. Hieruit blijkt dat de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en Drenthe de schoonste gebieden zijn wat betreft vervuiling door bemesting. Het noorden van Nederland is relatief schoner dan het zuiden.

In de collage zie je drie vrij algemeen voorkomende struikvormige korstmossen. Bovenaan twee fotoโ€™s van melig takmos. Deze soort komt voor op bomen met een zure of een neutrale schors. We vinden het sinds kort ook in onze tuin op de appelbomen. De โ€˜takkenโ€™ van dit korstmos zijn plat, smal en aan boven- en onderkant gelig grijsgroen. Dit korstmos vormt broedbolletjes voor ongeslachtelijke voortplanting (zie uitleg bij de leermossen). In ons land komen op melig takmos geen bekervormige vruchtlichamen voor die voor geslachtelijke voortplanting van de schimmel zorgen.
Op de foto rechtsonder zie je trompettakmos op de begraafplaats van Nes op Ameland. Jong lijkt dit korstmos wel wat op andere takmossen maar als het ouder wordt, zijn de takken wat opgeblazen en zie je de bekervormige vruchtlichamen. Trompettakmos vormt geen broedbolletjes. Deze soort vind je vooral in de noordwestelijke helft van ons land.
Op de foto linksonder zie je eikenmos (ook wel gewoon geweimos genoemd). De uiteinden van de โ€˜takkenโ€™ zijn stomp. De onderkant is witgrijs, de bovenkant grijsgroen. Deze soort vind je vooral op eiken (zure schors) zoals hier in de duinen bij Wassenaar. Je vindt het ook op rottend hout en op stenen, bijvoorbeeld op daken. Deze soort vormt broedbolletjes en heeft geen vruchtlichamen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜’๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ด๐˜ฆ๐˜ฏ (2004), ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ธ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 339: wadpieren

(5 december 2023)

Vandaag is het Wereldbodemdag. Ieder jaar organiseert de FAO (de Voedsel- en Landbouw-organisatie van de Verenigde Naties) de World Soil Day om mensen bewust te maken van het belang van een gezonde bodem voor het functioneren van ecosystemen en voor ons welzijn.
Niet alleen landbodems, maar ook gezonde onderwaterbodems zijn van groot belang. Daarom vandaag aandacht voor een soort van zoutwaterbodems: de wad- of zeepier. Achter de โ€˜wadpierโ€™ gaan overigens twee soorten schuil: de roodbruine wadpier en de zwarte wadpier (ook wel Franse tap genoemd).

Wadpieren horen tot de borstelwormen, een klasse van de rondwormen. Vrijwel alle borstelwormen leven in zee. Er zijn soorten met een lengte van een millimeter en soorten van bijna drie meter lang. In onze zoute wateren komen ruim tweehonderd soorten voor.
Het lichaam van een borstelworm bestaat uit segmenten met een paar aanhangsels (pootjes, parapoden), soms met โ€˜borstelsโ€™. Je hebt vrij zwemmende, gravende, kruipende en kokerbewonende soorten. Wadpieren horen tot de gravers. De zager (zeeduizendpoot) leeft in de bodem en kan goed zwemmen. Kokerwormen leven in een koker. Hiervan kun je de lege kokertjes soms op het strand vinden (foto rechtsonder). Sommige borstelwormen zijn predatoren zoals de zager die wadpieren eet. Zeepieren eten (bacteriรซn op) organisch afval en micro-algen. Kokerwormen halen met tentakels hun voedsel uit het water. Ook zijn er soorten die water filteren.
Bij wadpieren kun je drie onderdelen onderscheiden: het voorste deel heeft borstels. Het middengedeelte heeft borstels en uitwendige kieuwen. En tenslotte is er een dunner staartgedeelte zonder borstels. Jonge dieren zijn vleeskleurig. Oudere dieren zijn rood tot roodbruin of zwartbruin. Ze kunnen 10-12 cm lang en zes jaar oud worden.

De wadpier leeft in de zone die droogvalt bij eb tot enkele meters daaronder. Het is een zeer algemene soort van de zandplaten en slikken van de Waddenzee en het Deltagebied. Ook komt hij voor in wateren met een min of meer vast peil zoals de Grevelingen (foto rechts midden) en het Veerse Meer. Wadpieren zijn bestand tegen extreme omstandigheden zoals hitte, uitdroging en vorst.
Heel hun volwassen leven ze ingegraven in het zand, in een U-vormige buis die tot ca. 30 cm diep gaat. Aan de ene kant van de buis eet het dier zand, waardoor er een trechter ontstaat waarin bodemdeeltjes van het oppervlak verdwijnen. Tussen die bodemdeeltjes zit het voedsel: organisch afval, bacteriรซn en kiezelwieren die op de bodem leven. Aan de andere kant van de U zie je de kenmerkende pierenhoopjes, bestaande uit uitgepoept zand. Via deze opening komt ook water de gang in waaruit het dier zuurstof haalt.
Door al hun activiteiten brengen de wadpieren de bodem in beweging die daardoor zuurstofrijker wordt en extra voedingsstoffen vrijkomen. Dat komt allerlei andere diertjes ten goede.

De voortplanting gaat kort samengevat als volgt. Op tweejarige leeftijd is de wadpier geslachtsrijp. Ze planten zich in het najaar voort. Het vrouwtje legt haar eitjes onder in de U-bocht. Met het water dat zuurstof levert, komen de spermacellen de gang binnen. Larfjes leven drie tot vier weken in en rond de gang bij hun moeder die gedurende die tijd niet eet. Als ze een paar segmenten met borstels hebben ontwikkeld, kruipen ze naar het oppervlak, worden vervolgens meegenomen door de getijstroom en brengen hun eerste winter op een beschutte plek door in een soort slijmkoker in de bovenste laag van de bodem. Daarna komt er een fase waarin ze zich weer mee laten voeren met de getijstromen en tenslotte vestigen ze zich op de plek waar ze hun eigen gang graven.

De wadpier is een belangrijke voedselbron voor allerlei vogels en platvissen. Bij laag water zoeken rosse grutto, zilverplevier, wulp, scholekster, visdiefje, bontbekplevier en bonte strandloper naar wadpieren. Als een pier met zijn โ€˜staartโ€™ aan het oppervlak komt om zich van het zand te ontdoen, pikken ze hem uit de grond. Bij hoog water zijn het platvissen als schol en bot die op het wadpieren voorzien hebben. Zij eten vooral de โ€˜staartโ€™ (die vervolgens weer kan aangroeien). Mensen gebruiken wadpieren als aas bij het vissen (foto linksonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De wadpier is voorgedragen door Bart de Koning.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜Œ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ ๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ง๐˜ช๐˜ฆ๐˜ญ ๐˜‹๐˜ฆ ๐˜ž๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฑ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ (1991), ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ค๐˜ข๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 338: jeneverbes

(4 december 2023)

Een van de drie inheemse naaldbomen in ons land is de jeneverbes. Je vindt ze vooral op droge heiden en stuifzanden in het zuiden en het oosten van het land. Ook komen ze voor in de duinen van Noord-Holland en op Texel en Vlieland. Jeneverbessen zijn zeer beeldbepalend, zeker in de winter. Aan het eind van de laatste IJstijd had de jeneverbes haar beste tijd, nu staat de soort als enige houtachtige op de Nederlandse Rode Lijst als gevoelig.
De bessen van de jeneverbes worden voor allerlei toepassingen gebruikt. Zo geven ze smaak aan jenever en gin. Gedroogd worden de bessen gebruikt in stoofgerechten en zuurkool. Verder hebben diverse delen van de plant een geneeskrachtige werking.

De jeneverbes is een wintergroene, kleine boom of struik met blauwgroene naalden. Deze staan in kransen van drie en zijn priemvormig met een scherpe punt. De boompjes zijn tweehuizig: dus of met mannelijke bloemen of met vrouwelijke bloemen. Ze bloeien in april-mei. Je kunt dan grote wolken stuifmeel rondom de mannelijke struiken zien hangen. De wind zorgt voor de verspreiding ervan.
De vruchten zijn zogenaamde kegelbessen. Ze bestaan uit de schubben van de vrouwelijke kegel die vlezig worden en met elkaar zijn vergroeid. De bessen zijn pas in het derde jaar rijp. In het eerste jaar zijn ze groen, in het tweede jaar rijpen ze en worden ze blauwzwart. In de herfst van het derde jaar vallen ze van de struiken af en worden ze door allerlei vogels gegeten waaronder lijsterachtigen, geelgors (foto rechtsonder) en boompieper.

In een verder voedselarm landschap zijn jeneverbesstruwelen vaak wat voedselrijker door de afgevallen naalden die vrij snel verteren. Je vindt hier dan ook stikstofminnende plantensoorten zoals vogelmuur, gewone hoornbloem en gewone hennepnetel.
Een jeneverbesstruweel biedt allerlei dieren een schuilplek en verschillende vogels broeden erin. Er zijn vijftig soorten insecten afhankelijk van de jeneverbes. Bij verschillende roestschimmels treedt de jeneverbes als waardplant op. Er zijn paddenstoelen die als opruimers specifiek op dode naalden, stronken en takken van jeneverbes voorkomen. De schimmels die samenleven met jeneverbes, zijn schimmels die รญn de wortels leven en dus geen paddenstoelen vormen. (Zie uitleg bij dag 293.)

Jeneverbessen groeien langzaam. Ze kunnen zuilvormig zijn of grillige vormen hebben doordat afgebroken takken weer uitlopen. Jeneverbessen kunnen oud worden. Een probleem is de verjonging en daardoor zou de soort op termijn uit ons land kunnen verdwijnen, samen met de soorten die van de jeneverbes afhankelijk zijn.
Jeneverbessen zijn pioniers die op termijn opgevolgd worden door zomereik en grove den. De zaden ontkiemen in open zand, bijvoorbeeld op plekken waar de bodem regelmatig wordt verstoord. Niet alleen het tekort aan stuivende open plekken is een probleem. Ook de beperkte kiemkracht van de zaden, jonge boompjes die opgegeten worden, bodemverzuring en stikstofdepositie spelen een rol. Om meer inzicht in te krijgen in de relatie tussen jeneverbes, bodemschimmels en stikstof is de vakgroep Ecologie en Natuurbeheer van de Rijksuniversiteit Groningen in 2017 een vijfjarige studie gestart. Hieruit is gebleken dat het aantal samenwerkende schimmelsoorten afneemt door de stikstofdepositie. Bovendien verdwijnen door de stikstofdepositie voedingsstoffen uit de bodem, wat de samenwerking tussen jeneverbessen en schimmels verhindert. De struiken krijgen zo onvoldoende voedingsstoffen binnen en daardoor is slechts 1% van de zaden kiemkrachtig. Verder zorgt veel stikstof er bovendien voor dat er veel meer grassen op de heide groeien en er minder ruimte voor ontkieming is. Meer hierover in het programma Atlas van september 2022.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ซ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜จ๐˜ช๐˜ญ๐˜ฅ๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ณ๐˜ถ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 337: vos

(3 december 2023)

Een levende vos te zien krijgen valt niet mee. Vossen zijn (mensen)schuw en gaan vooral โ€™s nachts op pad. Toch heb ik een enkele keer overdag een vos gezien, zoals op de foto links in Meijendel. Onder het pijltje zie je (als je heel goed kijkt) een vos. Omdat ik verder geen fotoโ€™s van deze dieren heb, ter illustratie fotoโ€™s van opgezette vossen uit Naturalis.

De vos is net zoals de wolf en de goudjakhals een inheemse hondachtige. Daarnaast komt er tegenwoordig nog een hondachtige in ons land voor, de wasbeerhond (een exoot).
De vos heeft de grootte van een flinke kat, maar door zijn dikke vacht lijkt hij groter. De vacht is oranjebruin, rood of bruingrijs; zijn buik is grijswit. In de winter is de vacht veel dikker dan in de zomer en grijzer van kleur.
Vossen maken holen; die zijn hoofdzakelijk bedoeld voor vrouwtjes die drachtig zijn en die jongen hebben. Vaak gebruiken ze hiervoor konijnenholen en dassenburchten die ze verder uitgraven. Overdag verblijven vossen op een beschut plekje bovengronds, bijvoorbeeld onder een dichte struik of in een greppel.

Vossen hebben een divers menu; het belangrijkste daarop zijn kleine zoogdieren (muizen en konijnen). Daarnaast eten ze vogels, eieren, valfruit, regenwormen, kevers, aas en afval.
Kleine prooidieren zoals woelmuizen worden vooral op gehoor gevangen. Grotere prooien besluipen ze en vervolgens springen ze er bovenop. Vogelnesten halen ze leeg en holen worden uitgegraven.
Vossen bewaren ook voedsel, achter boomschors of in een kuiltje dat ze toedekken. Om te kunnen overleven hebben vossen de neiging om meer voedsel te verzamelen dan dat ze op dat moment op kunnen. Ze jagen achter een prooidier aan tot het uit beeld is. Daarom richten ze soms slachtingen aan in kippenhokken e.d.: de vogels raken in paniek (een extra trigger) en kunnen niet ontsnappen.

Vossen jagen alleen maar ze leven wel in familieverband: vader, moeder, welpen en dochters. Jonge mannetjes trekken weg. Een territorium van een vader (rekel) en moeder (moer) is zoโ€™n 100-400 ha groot. In de stad zijn de territoria veel kleiner omdat het voedselaanbod groter is.
De paartijd is van december tot februari. Eind maart of begin april worden in het hol de jonge vosjes geboren. Mannetjes helpen bij het verzamelen van voedsel voor de jongen, maar komen het hol niet in. Vanaf half juni leeft de hele familie bovengronds.

Tot in de jaren โ€™70 kwam de vos vooral in het oosten van ons land voor. Maar tegenwoordig vind je ze bijna overal, ook in de stad, als er maar voldoende voedsel en dekking is. De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren lang โ€˜vossenvrijโ€™, maar ook daar komen inmiddels vossen voor. Op de Waddeneilanden worden ze eveneens soms gezien; dan gaat het om exemplaren die door mensen zijn losgelaten. Deze vossen worden bejaagd, omdat ze veel schade kunnen toebrengen aan kustvogels die op de grond broeden.
Vossen brengen ook schade toe aan weidevogels. Weidevogelbeschermers (boeren) mogen vossen laten afschieten. Sinds 12 mei 2006 staat de vos op de landelijke vrijstellingslijst en mag het dier overdag met het geweer bejaagd worden als er schade is of dreigt. In stedelijk gebied kunnen vangkooien gebruikt worden. Een andere maatregel is het plaatsen van rasters. In natuurgebieden worden in eerste instantie maatregelen getroffen om vossen te weren en om vogels veilige alternatieven te bieden zoals broedeilandjes. Helpt dit niet, dan wordt ook daar de vos bejaagd.
Andere bedreigingen van vossen zijn het verkeer en ziektes zoals schurft en hondsdolheid. Ze zijn drager van verschillende soorten parasieten waaronder de vossenlintworm. Deze wordt in ons land alleen in Zuid-Limburg en Oost-Groningen aangetroffen. Ook mensen kunnen met eitjes besmet raken via de ontlasting van vossen. Daarom wordt afgeraden in deze gebieden rauwe bessen en paddenstoelen te eten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ป๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ12.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ซ๐˜ข๐˜จ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ณ๐˜ช๐˜ท๐˜ฎ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข