Soort van dag 26: kauw

(26 januari 2023)

Morgen begint de Nationale Tuinvogeltelling: een half uur lang in je tuin vogels tuin tellen. Hiervoor heeft de Vogelbescherming een handig telformulier gemaakt. Daarop staan vier soorten die tot de familie van de kraaien horen. De ๐˜ฆ๐˜ฌ๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ (soort van dag 23) en de ๐˜จ๐˜ข๐˜ข๐˜ช zul je niet zo gauw verwisselen met een andere soort. Verder staan de kauw en de ๐˜ป๐˜ธ๐˜ข๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ ๐˜ฌ๐˜ณ๐˜ข๐˜ข๐˜ช op het formulier. Beiden worden door veel mensen โ€˜kraaiโ€™ genoemd, maar de verschillen zijn duidelijk. De zwarte kraai (links onder) is vrij groot en helemaal zwart. De kauw (bovenaan) is kleiner en donkergrijs met een zilvergrijs achterhoofd. De ogen van de kauw hebben bovendien een opvallende lichtblauwe iris.

Naast de soorten die je in je tuin kunt verwachten, zijn er nog andere kraaiachtigen in Nederland zoals de ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ (midden onder) en de ๐˜ณ๐˜ข๐˜ข๐˜ง (rechts onder). De roek is ongeveer net zo groot als de zwarte kraai. Hij heeft een lichtgrijze snavelbasis. Je ziet ze vooral op graslanden in grote groepen hun eten zoeken. De raaf is de zeldzaamste (150 broedpaar) en de grootste.

Kauwen leven in groepen. Daarbinnen heerst een ingewikkelde sociale structuur met een rangorde en een eigen taal. Kauwen leren van elkaar, zijn monogaam, delen voedsel en elk individu heeft een eigen karakter. Daarom zijn ze leuk om te observeren.

Kauwen zijn holenbroeders (max. 200.000 broedparen). Je vindt hun nesten in boomholtes en konijnenholen, maar ook in gaten van muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Hierbij komen hun lichte ogen goed van pas. Zo kunnen ze oogcontact met elkaar houden.

Het zijn alleseters: insecten, slakken, wormen, fruit, afval, zaden, kadavers. Hun voedsel zoeken ze vooral op de grond. In de winter vind je ze in grote groepen op het platteland. Daar zitten ook wintergasten uit Scandinaviรซ bij.

Net zoals alle kraaiachtigen hebben kauwen een slecht imago. Ze veroorzaken schade in de landbouw en mogen daarom bestreden worden. Ook de stedeling is niet altijd blij met kauwtjes in de buurt. Zo pikken ze voer van de voedertafel dat voor andere vogels bestemd is. Mensen kunnen ook โ€˜overlastโ€™ ervaren van de groepen, zeker nu ze steeds meer in de stad voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat de kauw door zijn intelligentie en aanpassingsvermogen de meeste succesvolle stadsvogel is.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 25: grove den

Naaldbomen (coniferen) zijn een zeer oude groep van zaadplanten. Ze komen sinds het Carboon voor. Vandaag de dag zijn er wereldwijd nog zoโ€™n vijf- ร  zeshonderd soorten. In Nederland komen sinds de laatste IJstijd drie soorten voor: grove den, jeneverbes en taxus. Alle andere soorten naaldbomen (sparren, lariksen, andere dennensoorten, cipressen enzovoort), ook in onze bossen en natuurgebieden, zijn โ€œexotenโ€ (van elders aangevoerd).

Waarschijnlijk zijn alle oorspronkelijk inheemse dennenbomen verdwenen door veenafgravingen en ontginningen. Later is de grove den weer aangeplant, met plantgoed uit buitenlands zaad. Het Mastbos bij Breda is bijvoorbeeld in 1515 beplant met o.a. grove dennen uit Duitsland. Vervolgens heeft de soort zich weer uitgezaaid en verspreid. Dennen werden (en worden) aangeplant voor houtteelt (o.a. voor de mijnbouw) en om zandverstuivingen vast te leggen. Spontaan opgekomen dennen worden vaak โ€˜vliegdenโ€™ genoemd (linksboven) en aangeplante exemplaren โ€˜mastbomenโ€™ (geschikt als scheepsmast).

Grove dennen vind je op meestal droge (arme) gronden in bossen, op heide en zandverstuivingen. Naalden verdampen – in vergelijking met bladeren – zeer weinig water omdat ze een veel kleiner bladoppervlak hebben. Door deze aanpassing kunnen naaldbomen goed gedijen op droge grond.

Ze leven samen met tal van schimmels (paddenstoelen). Deze zijn nodig voor een goede ontwikkeling van de bomen. Deze schimmels zijn helaas erg gevoelig voor verzuring door o.a. te veel ammoniak.

Ook zijn er schimmels die op dennen parasiteren zoals de dennenvoetzwam (linksonder). Er zijn heel veel soorten insecten die op dennen leven. Vooral op plekken waar ze massaal aangeplant zijn (als monocultuur), kunnen sommige insectensoorten een plaag vormen. Zaden van de den worden o.a. gegeten door eekhoorns en allerlei soorten vogels.

Dennenbomen zijn altijd groen en bieden zo ook in de winter schuilplekken voor allerlei dieren.

De bladen van de grove den zijn naaldvormig (rond), grijsgroen en iets gedraaid. Ze staan op de korte loten in tweetallen. De naalden zijn ca. 5-7 cm lang. De naalden van een zeeden bijvoorbeeld (aangeplant aan de kust) zijn 15-20 cm lang. De naalden van gezonde bomen kunnen wel tot vijf jaar oud worden.

Grove dennen kunnen grillige vormen hebben en 25-35 meter hoog worden. Ze hebben een penwortel waarmee ze op grote diepte water kunnen opnemen. De grove den is in de verte herkenbaar aan de roodbruine kleur van het bovengedeelte van de stam. De boom bloeit in mei, met aparte mannelijke bloemen (katjes) en vrouwelijke bloemen (kegelvormig). Uit de vrouwelijke bloemen ontstaan de dennenappels met tussen de schubben de zaden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 24: klein hoefblad

๐—ฆ๐—ข๐—ข๐—ฅ๐—ง ๐—ฉ๐—”๐—ก ๐——๐—”๐—š ๐Ÿฎ๐Ÿฐ: ๐™ ๐™ก๐™š๐™ž๐™ฃ ๐™๐™ค๐™š๐™›๐™—๐™ก๐™–๐™™

Gisteren zag ik het eerste klein hoefblad bloeien, langs de Hollandsekade bij Woerdense Verlaat. Binnenkort, vanaf eind januari, zullen er nog meer volgen. Dus goed om nu alvast aandacht te besteden aan deze kleine zonnetjes.

Op het eerste gezicht lijkt klein hoefblad op een paardenbloem die je hier en daar ook al bloeiend aan kunt treffen. Het zijn beiden samengesteldbloemigen. Maar als je goed kijkt, zie je de verschillen. Zo bloeit klein hoefblad voordat de bladeren verschijnen. Bij paardenbloemen zie je de bloemstengel oprijzen uit een bladrozet. De bloemstengel van een paardenbloem is glad, terwijl die van klein hoefblad schubben heeft. Bij paardenbloemen bestaat het hoofdje alleen uit lintbloemen. Bij klein hoefblad zie je zowel lint- als buisbloemen. De lintbloemen (die aan de buitenkant staan) zijn vrouwelijk. In het hart zie je de mannelijke buisbloemen. Alleen deze bloemen bevatten nectar.

Er komen insecten op klein hoefblad af, maar vaak bloeien ze daar toch te vroeg voor. Gelukkig helpt de wind dan een handje bij de verspreiding van stuifmeel. Aan het eind van de bloei worden de bloemen wat roodachtig, groeien de stengels verder uit en gaan ze knikken. Op dat moment verschijnen ook de bladeren. Vervolgens ontwikkelen de zaden en het vruchtpluis zich.

Klein hoefblad is een lage, overblijvende plant. Het is een pionier op kale (niet dichtbegroeide) vochthoudende bodems, vooral als deze kleiig of leemhoudend zijn. Bij vroegere inpolderingen (Beemster, Noordoostpolder) verscheen klein hoefblad massaal. De plant heeft een kruipende wortelstok die wel 1,5 meter lang kan worden. Voor de landbouwers in de nieuwe polders was het dan ook een hele klus om deze plant kwijt te raken. Zeker als uit elk stukje wortelstok weer een nieuwe plant kan groeien. (NB: in de latere inpolderingen in Flevoland werd ter bestrijding van klein hoefblad riet ingezaaid.)

Verschillende organismen zijn hoefbladspecialist. Zo is de plant gastheer voor bepaalde roestzwammen en wordt ze als voedselplant gebruikt door een aantal insectensoorten (bepaalde bladluizen en rupsen van bepaalde bladrollers en vedermotten). Voor de dagpauwoog die als vlinder overwintert, is klein hoefblad een van de eerste nectarbronnen.

Naast klein hoefblad bestaat er ook ๐˜จ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ต ๐˜ฉ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ง๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฅ, een samengesteldbloemige uit een ander geslacht. Ook deze bloeit voordat het blad verschijnt. Langs de Hollandsekade zag ik van deze plant al de eerste bloeistengels boven de grond komen (foto linksonder). Het blad van groot hoefblad lijkt wel wat op een rabarberblad. Verder komen ook al de bloeistengels van aangeplante hoefbladsoorten boven de grond zoals van ๐˜‘๐˜ข๐˜ฑ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ด ๐˜ฉ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ง๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฅ op landgoederen (foto midden onder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 23: ekster

(23 januari 2023)

Ik zie ze dagelijks in onze tuin: eksters. Ze zijn moeilijk te fotograferen. Zodra ze me in de gaten hebben, zijn ze weg.

De ekster is makkelijk te herkennen. Op het eerste gezicht is deze kraaiachtige zwart-wit met een lange staart en een stevige snavel. Als je goed naar dat zwart kijkt, zie je er blauw, groen en paars in.

Eksters maken allerlei soorten geluiden. Van hun alarmroep bij gevaar profiteren andere vogels ook.

Eksters houden van open gebieden met verspreid staande bomen. Ze voelen zich ook in de stad thuis. In dichte bossen zul je ze niet tegenkomen; daar bejaagt de havik ze (ook in onze tuin, overigens).

Eksters hebben een slecht imago: ze eten eieren en jonge vogels. Bovendien zouden er veel te veel van zijn. Maar is dat wel terecht? Uit onderzoek blijkt van niet. Ja, ze eten wel eens eieren en jonge zangvogels. Maar dat heeft een verwaarloosbare impact op de zangvogelstand. Die lijdt veel meer onder katten en te weinig geschikte broed- en schuilplekken. โ€˜Te veelโ€™ zijn er ook niet: sinds de jaren โ€™80 nam hun aantal flink af. Sinds 2000 is hun aantal stabiel.

Nu er nog geen blad aan de bomen zit, kun je hun nesten goed zien zitten. Eksternesten zijn groot en worden in de vork van een tak in een hoge boom gebouwd. Binnenkort zie je de eksters weer met nestmateriaal slepen. Eind maart worden de eieren gelegd. Niet alle nesten zijn overigens in gebruik: een ekster maakt meerdere nesten en gebruikt er maar een. Lege nesten worden gebruikt door ransuilen en torenvalken.

Eksters zijn alleseters. Ze eten vooral insecten maar profiteren ook van wat wij op straat achterlaten. Het zijn ook aaseters: ze eten bijvoorbeeld van doodgereden dieren.

Net zoals alle kraaiachtigen zijn eksters intelligent. Ze kunnen dingen leren, problemen oplossen en hun eigen spiegelbeeld herkennen. Verder zijn ze heel nieuwsgierig. Dat is de reden waarom ze wel eens wegvliegen met iets glimmends. Dat willen ze nader bestuderen op een veilige plek.

Eksters zie je vaak in groepen. In deze tijd van het jaar kan dat een slaapgemeenschap zijn, maar ook een โ€˜jeugdbendeโ€™. Tot hun derde leven jonge eksters bij elkaar in een groep om ervaring op te doen voor hun verdere leven. Hier wordt dat mooi beschreven.

Bij de Nationale Tuinvogeltelling stond de ekster vorig jaar op nummer 8. Komend weekend kun je weer eksters en andere tuinvogels tellen!

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 22: haarmossen

(22 januari 2023)

Mossen zijn er altijd, maar in deze tijd van het jaar vallen ze extra op. Nederland telt wel zeshonderd verschillende soorten. Op de fotoโ€™s staan zogenaamde haarmossen. Hiervan komen in Nederland zes soorten voor.

Haarmossen zijn vrij groot en stevig. Het zijn zogenaamde topkapselmossen: elke stengel is een aparte plant en aan het eind kan een sporenkapsel zich gaan ontwikkelen. Op het huikje (een soort petje op een onrijp sporenkapsel) zitten veel haren. Vandaar de naam โ€˜haarmosโ€™.

Ze groeien in zoden: de stengels van alle afzonderlijke planten staan tegen elkaar en rechtop. Van bovenaf gezien ziet elke plant eruit als een โ€˜sterretjeโ€™ (zie foto rechtsboven). Sommige mensen noemen ze daarom ook wel sterretjesmos. Als je een afzonderlijk blaadje van een haarmos tegen het licht houdt, komt er geen licht door (wel door de bladrand).

Haarmossen vind je in het algemeen op voedselarme, zure gronden (niet op kleigronden). De ene soort houdt meer van licht dan de andere; ook kan de ene soort beter droogte verdragen dan de andere.

Mossen zijn sporenplanten en hebben dus geen bloemen en vruchten. Bovendien hebben mossen geen wortels en geen vaatstelsel zoals andere sporenplanten. Wel hebben ze groene blaadjes en stengels.

Mossen zitten met dunne draadjes (zogenaamde rizoรฏden) aan de ondergrond vast. De opname van vocht en voedingsstoffen gebeurt vooral via het bladoppervlak.

De levenscyclus van mossen is anders dan die van andere sporenplanten (zie ook Soort van dag 13). Uit een spore ontwikkelt zich een mosplantje. Hierop komen mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen (eenhuizig). Er zijn ook soorten waarbij op de ene plant mannelijke en op de andere plant vrouwelijke voortplantingsorganen zitten (tweehuizig). Op de foto linksonder zie je de kelkjes met mannelijke voortplantingsorganen van zandhaarmos.

Als een rijp mannelijk voortplantingsorgaan nat wordt, barst het open en komen de zaadcellen vrij. Die moeten al โ€˜zwemmendโ€™ een vrouwelijk voortplantingsorgaan zien te bereiken. Lukt dat, dan versmelt de zaadcel met een eicel. Uit het vrouwelijk voortplantingsorgaan ontwikkelt zich vervolgens het sporenkapsel met een groot aantal sporen (foto rechtsonder). Als die rijp zijn, komen ze vrij en worden ze door de wind verspreid.

Bij veel mossoorten komt ook ongeslachtelijke voortplanting voor. Dan groeit er uit een deel van een plant (afgebroken stukje of bijvoorbeeld een broedkorrel) een nieuwe plant uit.

Tussen mosplantjes leven allerlei kleine beestjes. Doordat mossen water vasthouden, bieden ze een gunstig microklimaat voor de ontkieming van zaden en sporen. Vogels gebruiken mos als nestmateriaal. Verder helpt mos tegen bodemerosie en als groene plant zorgen ze voor zuurstof.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜”๐˜ฐ๐˜ด๐˜ด๐˜ฆ๐˜ฏ (1998), ๐˜ฃ๐˜ญ๐˜ธ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 21: huismuis

(21 januari 2023)

Als ik โ€™s nachts wakker ben, hoor ik vaak het getrippel van kleine pootjes boven mโ€™n hoofd. In de winter overwinteren namelijk niet alleen spinnen en vliegen in ons huis, maar ook een aantal huismuizen. Gelukkig zitten ze vooral tussen de vloer en het plafond en in de spouw. Een enkele keer komt er รฉรฉn in huis en daar zijn we uiteraard niet zo blij mee. Zeker niet als die de voorraden begint aan te vreten. De geur van urine (van een mannetje) bleef nog heel lang hangen.

De huismuis op de foto had zich vorig jaar laten insluiten in een ruimte waar we niet elke dag komen. Hij is vlak na het nemen van de foto dood gegaan.

Huismuizen worden inclusief staart ongeveer 20 cm lang. Ze horen, net zoals de ratten, tot de ๐˜ธ๐˜ข๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜ฎ๐˜ถ๐˜ช๐˜ป๐˜ฆ๐˜ฏ. Ware muizen zijn alleseters en zijn te herkennen aan hun lange staart, kraaloogjes en grote oren. Als alleseter eten ze in huis niet alleen van je voorraden, maar eten ze ook spinnen, zilvervisjes en andere โ€˜ongewensteโ€™ dieren op.

Oorspronkelijk komt de huismuis voor op de steppen van Centraal-Aziรซ en Rusland. Daarvandaan heeft hij zich verspreid over de rest van de wereld, langs handelsroutes en via menselijke nederzettingen. Door middel van schepen bereikte de soort Amerika en Australiรซ.

Wilde huismuizen kunnen maximaal dertig maanden oud worden. Omdat ze veel vijanden hebben, leven ze soms nog geen half jaar. De huismuis kan zich razendsnel en het hele jaar door voortplanten. De jongen zijn al na enkele weken geslachtsrijp.

Muizen zijn een belangrijk prooidier voor allerlei roofdieren. Denk maar aan kerkuil, steenuil, vos en marterachtigen, maar ook bruine rat en kat. Soms vind je braakballen van uilen en kun je proberen om alle botjes enzovoort van een muis eruit te pluizen (foto rechtsonder).

In onze tuin komen ook nog andere โ€˜muizenโ€™ (knaagdieren) voor. Op de foto linksonder staat een dwergmuis (in september gefotografeerd). Ook de dwergmuis is een ware muis. Bruine ratten zien we regelmatig. Verder hebben we in een bloempot eens een nestje bosmuizen gehad. We hebben ook woelmuizen in de tuin, althans: we zien de gaten in de grond en merken de schade in de moestuin. Ook de exoot muskusrat komt bij ons voor.

Verder zag ik onlangs een dood spitsmuisje in de tuin. Spitsmuizen zijn geen knaagdieren maar insecteneters.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ป๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 20: bromvliegen

(20 januari 2023)

Er ligt sneeuw en dan bromvliegen als soort (familie) van de dag? Het (irritante) gebrom van bromvliegen hoort toch bij een warme zomerdag? Toch zag ik afgelopen week een bromvlieg in het zonnetje zitten: een roodwangbromvlieg. En in huis kunnen bromvliegen overwinteren.
โ€˜Bromvliegenโ€™ is een vage verzamelnaam voor alle vliegen die brommen. Het verschil tussen bromvliegsoorten is zo klein dat enkel specialisten de soorten precies kunnen onderscheiden. (Daarnaast heb je nog andere groepen vliegen die er veel op lijken.)

Vliegen zijn tweevleugeligen, samen met de muggen De meeste insecten hebben vier vleugels; bij enkele insectensoorten ontbreken de vleugels. Bij tweevleugeligen is het tweede paar vleugels gereduceerd tot kleine stompjes, halters genoemd (niet op de collage te zien). Tweevleugeligen hebben nooit kaken maar altijd stekende of zuigende monddelen. In Nederland komen zoโ€™n 5.100 soorten voor.
Wat verder opvalt zijn de antennen. Bij vliegen zijn ze heel kort en bestaan uit drie delen. Bij muggen zijn ze langer en die hebben zes delen.
Bromvliegen zijn 6-12 mm groot en hebben een iriserende oftewel metallic kleur: groen, blauw, zwart. In Nederland komen 37 soorten bromvliegen voor.
๐˜–๐˜ฑ ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ญ๐˜ข๐˜จ๐˜ฆ: ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ธ๐˜ข๐˜ฏ๐˜จ๐˜ฃ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜ท๐˜ญ๐˜ช๐˜ฆ๐˜จ (๐˜จ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ต ๐˜ท๐˜ญ๐˜ข๐˜ฌ), ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜จ๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฆ ๐˜ท๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ท๐˜ญ๐˜ช๐˜ฆ๐˜จ (๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ด๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ฏ), ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฌ๐˜ฉ๐˜ข๐˜ข๐˜ฏ๐˜ท๐˜ญ๐˜ช๐˜ฆ๐˜จ (๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ด), ๐˜ค๐˜ญ๐˜ถ๐˜ด๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ญ๐˜ช๐˜ฆ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ (๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ข๐˜ข๐˜ฏ 2๐˜น).

Vrouwtjes bromvlieg leggen hun eitjes overwegend in kadavers (of in levende dieren; er zijn er ook een paar parasitair). Uit de eitjes komen al snel de larven (bij vliegen maden genoemd). Na een paar dagen flink eten kruipen ze de grond in waar ze verpoppen. Na twee-drie weken ontpoppen ze en komen ze als vlieg tevoorschijn. Die doet zich te goed aan nectar en stuifmeel van o.a. schermbloemen en aan rottend organisch afval. Een volwassen bromvlieg wordt vijf weken oud. โ€™s Winters overwinteren ze als pop of als volwassen vlieg (dan leven ze uiteraard langer).
In huis vind je in de winter vooral bromvliegsoorten van het geslacht Pollenia (ze worden vanwege hun gewoonte in groepen te overwinteren ook wel clustervliegen genoemd). Hun borststuk heeft goudkleurige haren. Gevaarlijk zijn ze niet, alleen vervelend.
In huis vind je natuurlijk ook de huisvlieg (hoort tot de familie ‘echte vliegen’). Deze hebben een grijze borst met vier zwarte lengtestrepen; het achterlijf is aan de basis geel.

De vliegen en hun larven zijn belangrijke opruimers. Ze vormen zelf een voedselbron voor allerlei dieren. Net zoals alle vliegen kunnen ze ziekteverwekkers (virussen, schimmels, bacteriรซn) overbrengen. Bijzonder is het gebruik voor forensisch onderzoek, zoals je hier kunt lezen.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜Ž๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฑ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ช๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ, ๐˜Œ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฐ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜‰๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ 62(3-4) 2002, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฑ๐˜ถ๐˜ฏ๐˜ต.๐˜ฃ๐˜ฆ, ๐˜ฃ๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ข๐˜ถ๐˜ฑ๐˜ญ๐˜ข๐˜ข๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ช๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ธ๐˜ธ๐˜ธ.๐˜ฆ๐˜ช๐˜ด-๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

NB: Al jaren fotografeer ik kleine beestjes in onze tuin (perceel 3000 m2), m.n. fotogenieke zoals dagvlinders. Vorig jaar probeerde ik zoveel mogelijk ongewervelden op bloemen en bladeren op naam te brengen. Met soorten die ik in voorgaande jaren al fotografeerde, zit ik nu op driehonderd ongewervelde soorten.

Het is niet te vergelijken met wat Luc Hoogenstein heeft gedaan: in coronatijd alles wat zich spontaan in zijn Utrechtse tuin van 150 m2 gevestigd heeft op naam brengen en op beeld vastleggen. Dinsdagavond ga ik een webinar van hem volgen. Aan het eind van de maand komt zijn boek uit: โ€œMijn 1000 soortentuinโ€ (inmiddels zit hij op meer dan 1500 soorten).

Soort van dag 19: (gewone) es

Een boom herken je o.a. aan blad, bloemen, vruchten, schors en silhouet. In de winter, als het blad ontbreekt, kun je toch nog veel bomen vrij makkelijk herkennen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de (gewone) es.

In de winter herken je de boom aan de vrij dikke grijze twijgen en de zwarte knoppen. Deze staan kruisgewijs twee aan twee tegenover elkaar. Ook hangen in veel bomen nog de vruchten (โ€˜essensleutelsโ€™). Verder kun je soms bloemkoolachtige zwarte uitstulpingen in de boom zien (linksboven): de gallen van een galmijt (essenbloesemmijt).

Verder herken je essen aan de rechte stammen met grijze, gladde bast. Bij oudere bomen is de bast licht gegroefd. Op de bast zie je vaak mossen en korstmossen zoals het gewoon purperschaaltje (midden onder).

Een es laat zich gemakkelijk knotten en wordt gebruikt als hakhout. De takken zijn bij knotbomen lang en recht. Het hout is taai en stevig en kan gebruikt worden voor stokken of stelen van gereedschap.

In april-mei bloeit de boom (linksonder). Bloemen kunnen alleen mannelijk of vrouwelijk, maar ook allebei zijn. Er zijn bomen met alleen mannelijke bloemen. Het zijn naaktbloeiers (zonder kelk- en kroonbladeren). Voor zowel de bestuiving als de zaadverspreiding heeft de boom wind nodig. De zaden worden door verschillende dieren gegeten.

De bladeren verschijnen pas na de bloei: oneven geveerd, met zeven tot dertien deelblaadjes. De es is een echte lichtboom: de bladeren zitten vooral aan de buitenkant van de kroon. In de herfst verteert het loof gemakkelijk en zorgt zo voor een rijk bodemleven.

Een es kan veertig meter hoog worden. Ze worden maximaal honderd jaar oud. Als een es als hakhout wordt beheerd, kan hij wel een paar eeuwen meegaan.

Verschillende insecten zijn afhankelijk van de es zoals de al eerder genoemde galmijt. Een probleem voor de es is een schimmel: het vals essenvlieskelkje. Deze invasieve exoot (oorspronkelijk uit Oost-Aziรซ) veroorzaakt essentaksterfte en komt sinds de jaren โ€™90 in Europa voor. Vooral de laatste jaren heeft deze ziekte zich flink uitgebreid en lijden veel essen hieronder. Je herkent het in de zomer aan verdorrend blad en afstervende takken. Een klein deel van de bomen blijkt gelukkig minder vatbaar voor de ziekte te zijn.

De es is verwant aan de olijfboom, sering en liguster. Hij komt van nature voor in het rivierengebied en in beekbegeleidende bossen; op voedselrijke, kalkhoudende en vochtige bodems. Essen worden ook gekweekt en aangeplant. Daardoor zie je de boom door het hele land, behalve in droge gebieden.

In parken kun je ook anders soorten essen tegenkomen, o.a. de pluimes (uit Zuid-Europa) of soorten uit Amerika.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ธ๐˜ถ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 18: spreeuw

(18 januari 2023)

Elk jaar hebben we meerdere paartjes broedend in onze tuin: onder de dakpannen, in een spreeuwenpot en voorheen in een steenuilenkast. Nu in de winter zien we ze in groepen overvliegen of neerstrijken in het weiland achter ons huis. De spreeuw.

Spreeuwen kun je niet verwarren met andere vogels, hooguit met de merel. In de wintermaanden zijn spreeuwen zwart met een paarsgroene gloed en opvallende witte spikkels. Jonge spreeuwen hebben tot in september een bruin, onopvallend verenkleed. De spitse snavel is zwart en in het broedseizoen geel.
Spreeuwen eten graag insecten en insectenlarven, zoals emelten (larven van de langpootmug). In het zomerhalfjaar eten ze ook fruit en bessen.

Spreeuwen kunnen goed imiteren. Laatst dacht ik: wat doet die wulp in een boom??? Maar dat bleek een spreeuw te zijn. In de stad hoor je andere imitaties (ringtone, trambel) dan op het platteland.
Hier kun je geluiden van een spreeuw horen.

Het aantal spreeuwen in ons land neemt al jarenlang dramatisch af. Dat zou samenhangen met de intensivering van de landbouw (zoals verdroging) en het verdwijnen van geschikte nestplaatsen in stedelijk gebied.
In Nederland zijn er momenteel zoโ€™n 700.00 broedparen. In de winter overwinteren enkele miljoenen spreeuwen hier en daarnaast zijn er nog meer dan een miljoen doortrekkers. Bij de Nationale Tuinvogeltelling stond de spreeuw vorig jaar op nummer 11.

Een van de meest fascinerende natuurverschijnselen die ik ken, zijn spreeuwenwolken. Zie bijvoorbeeld dit filmpje. De spreeuwen verzamelen zich aan het eind van de dag in de buurt van hun slaapplek, bij voorkeur in rietvelden of grote bomen. Ook in de stad weten ze slaapplekken te vinden.
Het mooie aan zoโ€™n wolk is de beweging: dansend, golvend, pulserend, zwenkend, duikend en weer stijgend. Het lijkt wel รฉรฉn organisme in plaats van een verzameling losse spreeuwen.
Waarom en hoe doen ze dit eigenlijk? Daar zijn โ€˜de geleerdenโ€™ nog niet helemaal uit. Sperwers en slechtvalken jagen op spreeuwen en die vinden het moeilijk om รฉรฉn exemplaar uit zoโ€™n wolk te pikken. Ook zou het een vorm van communicatie zijn; ze maken er tenslotte ook een boel lawaai bij. Dat ze niet botsen zou komen doordat een spreeuw de bewegingen van zeven naaste buren in de gaten houdt. Bijzonder is dat ze altijd op รฉรฉn meter afstand van elkaar vliegen en dat er geen leider is. Dit is gebleken uit analyse van de vliegpatronen. In รฉรฉn wolk kunnen wel tot een kwart miljoen exemplaren zitten!

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 17: berkenzwam

(17 januari 2023)

Paddenstoelen goed op naam brengen vind ik best ingewikkeld. Daarom dat ik bij de โ€˜soort van de dagโ€™ alleen paddenstoelen plaats die onmiskenbaar zijn. Een voorbeeld daarvan is de berkenzwam, ook wel berkendoder genoemd.

Zoals de naam al zegt: deze komt alleen voor op berken. De berkenzwam is kussenvormig met een dikke ingerolde hoedrand en een korte zijdelings geplaatste steel. Jonge berkenzwammen zijn bolvormig en wit en worden later hazelnootbruin. Een volgroeide zwam blijft vier tot twaalf maanden uit de stam steken. De vruchtlichamen van de berkenzwam kunnen in alle seizoenen van het jaar verschijnen. Ook op dode berken verschijnen ze nog.
Ze ruiken zuur en ze smaken bitter (zegt men). De vruchtlichamen worden als oneetbaar beschouwd.

De berkenzwam is een zwakteparasiet, dat wil zeggen: ze komen voor op zwakke berken die dat vervolgens niet overleven. Berken in moerassen of op beschaduwde plaatsen lopen de grootste kans om door de schimmel te worden aangetast. De berkenzwam wordt beschouwd als de belangrijkste doodsoorzaak van de berk.
Sinds de jaren โ€™80 is het aantal berkenzwammen in Nederland explosief toegenomen. Dat zou enerzijds komen doordat er meer ruimte is voor bosvorming in het veenweidegebied. Daar profiteert de berk van die zich daar als pionier vestigt. Door de hoge grondwaterstand waaien bomen makkelijk om en dan zijn ze kwetsbaar voor de zwam. Vaak staan de bomen te dicht op elkaar en ook dat belemmert de vitaliteit. Verder kunnen ze niet tegen schommelingen van het grondwaterpeil. Op zandgronden kunnen berken kwijnen door verdroging.
Het heeft ook een voordeel: door het verdwijnen van berken krijgen andere boomsoorten een kans.

Er zijn verschillende insecten en andere geleedpotigen die in een berkenzwam leven of er overwinteren. Als de paddenstoelen oud worden, zijn ze voer voor wormen, boomzwamkevers en schimmels.
Rond een berk kun je trouwens nog veel meer paddenstoelensoorten tegenkomen. Berken leven namelijk met een groot aantal zwammen in symbiose samen. Denk maar aan de vliegenzwam en de berkenboleet.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ