Soort van dag 126: rietzanger

(6 mei 2023)

Vandaag start de Nationale Vogelweek. De Vogelbescherming biedt dan honderden begeleide vogelexcursies aan. Er zijn ook fietsroutes en digitale vogelroutes beschikbaar.

Gisteren liep ik tussen de buien door met onze hond over de kade langs de Kromme Mijdrecht. Vanuit het riet hoorde ik een rietzanger. Steeds vloog hij een stukje voor me uit tot het hem te veel werd en toen ging hij naar de overkant. Daar waren nog meer vogels te horen: merel, blauwborst, kleine karekiet, tjiftjaf, fitis en ook de koekoek (mijn eerste dit jaar). De rietzanger heb ik nog even gecheckt met de app die ik op mijn telefoon heb (BirdNET). Erg handig, maar er moet niet te veel verstoring zijn van omgevingsgeluiden. En de vogels moeten ook niet allemaal door elkaar heen zingen.

Het lukte me niet om de rietzanger op foto vast te leggen, want rietzangers zijn erg beweeglijk. Gelukkig heb ik nog een foto van vorig jaar uit De Blankaart in West-Vlaanderen.

Rietzangers zijn ongeveer 13 cm groot en hebben een geelbruin verenkleed met een opvallende lichte wenkbrauwstreep en donker gestreepte kop en rug. Er zijn veel kleine rietvogels die op elkaar lijken. Gelukkig is het geluid goed onderscheidend. Rietzangers zingen heel gevarieerd en imiteren allerlei andere vogels en toch zijn ze herkenbaar door het krassende geluid. Begin mei zingt het mannetje de hele dag. Je kunt hem dan goed zien. Hij klimt tot in de top van een rietstengel en maakt vaak een korte zangvlucht, waarna hij weer als een parachuutje neerdaalt. Later in mei hoor je ze niet, want dan moet er voor de kleintjes gezorgd worden.

Voor vogels zoals de rietzanger is overjarig riet belangrijk. Langs de Kromme Mijdrecht hebben ze zogenaamde ecologische oevers waarbij elk jaar een deel van het riet blijft staan (zie foto). En dat trekt rietzangers en kleine karekieten aan. Rietzangers maken hun nest in het riet, laag boven de grond. Ze eten vooral kleine insecten, spinnetjes, kleine slakken en wormpjes. Buiten het broedseizoen eten ze ook zaden van zeggen.

In augustus-september trekken de rietzangers naar het zuiden. Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara. Tussen april en mei komen ze weer terug naar hun broedgebieden (overwegend in West- en Noord-Nederland). Het aantal rietzangers bij ons hangt af van de hoeveelheid neerslag in hun overwinteringsgebied: veel neerslag betekent veel rietzangers. Het aantal broedpaar fluctueert tussen de 33.000-41.000.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 125: vogelkers

(5 mei 2023)

In Nederland komen twee soorten vogelkers voor: (Europese) vogelkers en Amerikaanse vogelkers (een exoot). Ze zijn verwant aan andere Prunus-soorten zoals kers, pruim en sleedoorn.

De inheemse vogelkers is een soort van vochtige tot vrij natte lichte loofbossen, houtwallen en struikgewas. De Amerikaanse groeit graag op verstoringsplekken zoals kapvlaktes; op deze plekken komt veel stikstof vrij door het verteren van afgevallen blad en dode takken.

Op de fotoโ€™s zie je rechtsonder de bloemen van de Amerikaanse vogelkers. Op de andere fotoโ€™s staat de inheemse. Het blad van de Amerikaanse vogelkers is glanzend en leerachtig. Het blad van de Europese is dof en de nerven steken aan de onderkant van het blad uit. De Europese bloeit eerder (april-mei) dan de Amerikaanse (mei-juni). De bloemtrossen staan bij de Europese eerst rechtop en gaan dan hangen. Bij de Amerikaanse zijn de bloemtrossen opstaand of afstaand.

Beide soorten krijgen blauwzwarte bessen waar vooral vogels dol op zijn. Deze poepen de pitten uit en zorgen zo voor de verspreiding. Het vruchtvlees van de bessen is niet giftig, maar mensen vinden het niet echt lekker. De pitten en het blad zijn net zoals bij gewone kersen giftig vanwege het aanwezige blauwzuur. Als je aan de bast van de twijgen krabt, ruik je amandel (=blauwzuur).

Op de bloemen komen allerlei insecten af. Op de inheemse vogelkers leven verschillende beestjes die hierop gespecialiseerd zijn. De rupsen van de vogelkersstippelmot kunnen de struik in het voorjaar helemaal kaal eten maar deze herstelt daar weer van. Verder is er de vogelkersluis die overwintert op de vogelkers en in het voorjaar misvormde bladeren veroorzaakt. Ook is er een galmijt die leeft op de vogelkers. Vogelkers is ook waardplant van de sleedoornpage.

De Amerikaanse vogelkers werd vanaf begin vorige eeuw aangeplant als vulhout van productiebossen. Vooral omdat het snel verterende blad voor een betere humuslaag zou zorgen, maar ook om de naaldbomen te dwingen omhoog te groeien. Ook werden ze als afscheiding van percelen geplant om zo eventuele brand en plagen binnen de perken te houden.

In de jaren โ€™50 kwam men er achter dat de Amerikaanse vogelkers het wel heel erg goed deed, vooral op bodems die vaak verstoord werden (kapvlaktes in de productiebossen). Toen kreeg de boom ook de naam โ€˜bospestโ€™. Op allerlei manieren probeert men sindsdien de Amerikaanse vogelkers te bestrijden. Zo heb ik zelf in 1980 op de Utrechtse Heuvelrug bospest verwijderd tijdens de introductie van de opleiding Tuin- en Landschapsinrichting. De stobben werden ingesmeerd met glyfosaat: het middel dringt in de wortels door en vervolgens sterft de boom. Chemische bestrijding mag nu alleen nog op โ€˜munitieverdachteโ€™ terreinen. Verder wordt de soort mechanisch verwijderd (kappen, uitputten en uittrekken) wat een kostbare zaak is en zorgt voor verstoring van bodem en vegetatie. Ook worden steeds vaker begrazers ingezet en vooral de inzet van landgeiten lijkt te helpen. Al deze maatregelen zorgen voor beheersing, want de Amerikaanse vogelkers krijgen we niet meer weg.

Inmiddels is gebleken dat de soort zich in Europa heeft aangepast: er zit minder blauwzuur in en in een andere samenstelling. Daardoor is het blad minder giftig voor organismen zoals schimmels en insecten. Insectenvraat aan de exotische soort is in de afgelopen eeuw verdubbeld is, terwijl die van de inheemse verwant gelijk is gebleven. Er zijn maar liefst 64 verschillende insectensoorten die van Amerikaanse vogelkers eten; meer dan anderhalf maal zoveel soorten dan er van de inheemse vogelkers eten!

Daarnaast wordt er tegenwoordig ook op een andere manier naar bos gekeken: hoe kun je bos zo beheren dat een exoot niet bedreigend is voor het ecosysteem en de biodiversiteit, maar dat die er onderdeel van kan uitmaken? Meer hierover lees je hier.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ท๐˜ข๐˜ด๐˜ช๐˜ฆ๐˜ท๐˜ฆ-๐˜ฆ๐˜น๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ช๐˜ฏ๐˜ง๐˜ฐ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข

Soort van dag 124: huiszebraspin

(4 mei 2023)

Niet alle spinnen maken een web. Een familie van spinnen die dat niet doet, zijn de springspinnen. Zij jagen op zicht en bespringen hun prooi. Wel zekeren ze zich met een draad voor het geval ze misspringen.

Een opvallende en makkelijk herkenbare springspin is de huiszebraspin, ook wel zebraspringspin of harlekijntje genoemd. Deze kun je op zonnige dagen op buitenmuren en schuttingen vinden, ook in de winter. Bij bewolkt en regenachtig weer verstopt hij zich in spleten. De sprong van een huiszebraspin kan wel vijftig keer zijn eigen lichaamslengte zijn.

Huiszebraspinnen zijn gedrongen, met korte poten, en 5-7 mm groot. Zebraspinnen worden ze genoemd vanwege het zwart-witte of zwart-gele bandenpatroon op hun lichaam. Op de foto onderaan zie je dat de huiszebraspin uitstekend gecamoufleerd is. Links boven heeft een zebraspin een dansmug gevangen.

Om je prooi te kunnen bespringen moet je goede ogen hebben. En dat hebben springspinnen. Hun vier paar ogen zijn naar voren gericht. Daarvan zijn de voor-middenogen sterk ontwikkeld. Deze zijn gebouwd als een soort telelens. Het netvlies is beweeglijk en zo kan de gezichtshoek veranderen zonder dat ze hun ogen bewegen. Alleen springspinnen kunnen dat. Ook kunnen ze diepte zien; wel zo handig als je de afstand tot je prooi moet inschatten. Ze zien scherp tot op een afstand van 30 cm. Als je van dichtbij een huiszebraspin in de ogen kijkt, heb je echt het idee dat hij je aankijkt.

Zie je een huiszebraspin met sterk ontwikkelde kaken, dan heb je te maken met een mannetje. Vrouwtjes zie je het hele jaar rond. Mannetjes zijn er alleen in het voorjaar en de zomer.

In Nederland komen ook nog twee andere zebraspinnen voor: de schorszebraspin (kleiner dan de huiszebraspin) en de boomzebraspin (met grijze haren op het zwart). Voor een zekere determinatie zou je, zoals bij meer geleedpotigen, naar de genitaliรซn moeten kijken.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 123: madeliefje

(3 mei 2023)

Het madeliefje, wie kent het niet? Het is een zeer algemene soort die vrijwel het hele jaar bloeiend te vinden is, behalve als het vriest. De hoofdbloei is in mei; daarom dat een van de vele volksnamen voor madeliefje โ€˜meizoentjeโ€™ is. Er zijn twee verklaringen voor het deel โ€˜madeโ€™ van de naam. Made is een ander woord voor weide of hooiland, dus een geliefde plant van weilanden. Maar waarschijnlijker is dat het verwijst naar โ€˜maagdโ€™ (naar de maagd Maria).

Madeliefjes vind je op zonnige plekken in gazons, gemaaide graslanden en weiden. Het is een zogenaamde tredplant. Het kan goed tegen betreding, beweiding en maaien. Ook kan het in voegen van bestrating groeien. Madeliefjes houden van een voedselrijke bodem, maar in sterk bemeste graslanden kwijnen ze weg. Ze komen overal in Nederland voor, behalve in zeer arme zandgebieden en hoogvenen. In Flevoland komt het madeliefje minder voor dan in andere provincies.

De meest natuurlijke standplaatsen zijn uiterwaarden en vochtige duinvalleien. Elders, ook in natuurgebieden, wijst het voorkomen van madeliefjes op menselijke beรฏnvloeding.

Het madeliefje is een overblijvende plant en hoort net zoals de paardenbloem tot de composietenfamilie. De bladeren staan in een wortelrozet en zijn spatelvormig en een beetje vlezig. In een kort gemaaid gazon liggen de blaadjes tegen de grond gedrukt. In hoger gras staan ze meer omhoog gericht. Uit een rozet ontspringt รฉรฉn bloemstengel met aan het einde รฉรฉn bloemhoofdje. Dit bloemhoofdje wordt zoโ€™n 2 cm groot en bestaat uit ongeveer honderd gele buisbloemen, met daaromheen een krans van tientallen witte straalbloemen. De witte straalbloemen kunnen aan de rand en de onderkant vaak wat paarsrood zijn. De bodem van het bloemhoofdje is kegelvormig en hol.

Madeliefjes kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten. Geslachtelijk gebeurt uiteraard via zaad. Madeliefjes planten zich ongeslachtelijk voort met zijstengels die in de bladoksels verschijnen. Deze groeien uit tot nieuwe rozetten en zo kunnen aaneengesloten matten madeliefjes ontstaan met daartussen weinig plek voor gras.

Afgelopen dagen ben ik in ons grasveld op zoek gegaan naar bestuivers op madeliefjes. Ik heb er niet veel gezien. Ik had nog een foto van een hooibeestje, een vlinder van graslanden (rechts boven). Volgens de literatuur worden madeliefjes bestoven door bijen, hommels, vliegen, zweefvliegen, dag- en nachtvlinders. Ook is er sprake van windbestuiving en zelfbestuiving. Bij slecht weer zijn madeliefjes gesloten. Bij regen buigen de bloemhoofdjes naar beneden zodat het stuifmeel beschut is tegen regen.

Na bevruchting ontwikkelt zich een nootje. Anders dan bij paardenbloemen is er geen pluis. De zaden worden verspreid door de wind en regenwater.

Veel planteneters (koeien, schapen, konijnen enzovoort) eten madeliefjes. Ook mensen kunnen ze eten (blad, bloemknoppen en bloemen).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ธ๐˜ช๐˜ญ๐˜ฅ๐˜ฆ-๐˜ฑ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด

Soort van dag 122: bergeend

(2 mei 2023)

De bergeend lijkt met zijn mooie kleuren op een exotische, ontsnapte voliรจrevogel. Maar het is toch echt een broedvogelsoort van ons land. Bergeenden staan qua formaat en uiterlijk in tussen een gans en een eend. Mannetjes en vrouwtjes lijken erg op elkaar. Het mannetje onderscheidt zich door de knobbel op zijn rode snavel.

Bergeenden zijn kustbewoners. Traditioneel zijn de duinen hun ideale broedbiotoop. Ze broeden hier in verlaten konijnenholen (daarom hebben vrouwtjes geen schutkleur nodig zoals bij andere eendensoorten). Verder broeden ze op kwelders, langs rivieren en in het veenweidegebied zoals de Zaanstreek. Daar leggen ze hun eieren in de dichte vegetatie of in gaten in de oever. Belangrijk is dat de omgeving modderig is, want daarin zoeken ze hun voedsel. Bergeenden eten kleine schelpdieren, garnalen en andere kreeftachtigen, slakjes, wormen, insecten en hun larven en ook wel zaden en planten.

Ook achter ons huis zien we elk voorjaar wel paartjes bergeenden. Of ze hier ook broeden, weet ik niet.

De naam โ€˜bergeendโ€™ kan verwijzen naar de duinen, maar waarschijnlijker is dat het verwijst naar het (ver)bergen van hun eieren in holen. De eieren worden van april tot juni gelegd. Na vier weken komen de pulletjes tevoorschijn. Deze gaan al snel met hun ouders naar het water. Daar verzamelen ze zich in crรจches van tientallen kuikens, onder de hoede van enkele volwassen vogels. De andere ouders kunnen dan op zoek naar voedsel.

Na de broedtijd trekken vrijwel alle West-Europese bergeenden naar het open water van de Waddenzee om veilig te kunnen ruien. Tot 1995 gebeurde dat vooral in het Duitse deel, maar nu verblijft ook een deel in de Nederlandse Waddenzee (o.a. bij Harlingen en Balgzand). In het voorjaar gaan de bergeenden weer naar hun broedgebieden. Tijdens koude winters trekken ze weg naar Engeland en Frankrijk.

In de duinen namen de aantallen bergeenden de laatste tijd af. Dat heeft te maken met de afname van het aantal konijnen. Als er minder konijnen zijn, zijn er minder holen. Ook wordt de vegetatie hoger. Jonge bergeenden kunnen dan moeilijker uit de voeten wanneer ze het nest verlaten. Toch neemt de laatste jaren in Nederland de populatie toe nu ze meer in het binnenland zijn gaan broeden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 121: lelietje-van-dalen

(1 mei 2023)

Traditioneel geven mensen in Frankrijk en Belgiรซ hun geliefde op 1 mei (Dag van de Arbeid) een bosje lelietjes-van-dalen. Deze geurige, witte bloemetjes zijn het symbool voor geluk. Ik heb ze nu ook in een vaasje op tafel staan en als ik eraan ruik, denk ik aan mijn moeder die hier parfum van had. Overigens werden in de Renaissance in Frankrijk al lelietjes-van-dalen uitgedeeld. En waarschijnlijk gaat het terug op een Germaans gebruik, van voor de kerstening.

Lelietje-van-dalen, ook wel meiklokje of vroeger lelietje-der-dalen genoemd, wordt veel aangeplant op landgoederen (als stinzenplant) en in parken en tuinen. Toch is het een oorspronkelijk inheemse plant van bossen op matig voedselrijke, vochtige bodems (o.a. in Zuid-Limburg). De planten hebben een kruipende wortelstok waaraan de bovengrondse delen ontspruiten. Zoโ€™n spruit bestaat uit twee tot drie bladeren en een onbebladerde bloemstengel. De bloemen staan in slanke, naar รฉรฉn kant gekeerde trossen. De bloemen zijn 0,8 tot 1 cm lang. Ze zijn wit (soms roze) en klokvormig en hangen aan gekromde steeltjes. De bloemen worden bestoven door bijen, hommels en vliegen (o.a. zweefvliegen). De oranjerode bessen zijn pas in het najaar rijp. Dan zijn de bladeren vaak al aan het verwelken. Op lelietje-van-dalen kun je de larven (bastaardrupsen) vinden van een zwarte bladwesp. Verder komt er een roestzwam op lelietje-van-dalen voor.

Lelietje-van-dalen hoort tot de aspergefamilie. Ook de boshyacint, salomonszegel, blauwe druifjes en uiteraard de asperge zelf horen tot deze familie. Vroeger hoorden ze samen met o.a. narcissen, tulp en looksoorten tot de leliefamilie, maar deze familie is nu opgesplitst.

Alle delen van het lelietje-van-dalen zijn (dodelijk) giftig: het kan hartritmestoornissen veroorzaken. Zeker bij kinderen moet je uitkijken. Overigens doen de wildste verhalen de ronde over de giftigheid. Zo zou iemand die het water dronk uit een vaas waarin lelietjes-van-dalen stonden, hieraan overleden zijn. Ik vraag me dan af: wie drinkt het water uit een vaas??? Mensen die wilde planten eten, wijzen elkaar erop dat je het zou kunnen verwarren met het eetbare daslook. Ze hebben inderdaad allebei lancetvormig, parallelnervig blad. Maar er zijn duidelijke verschillen. Daslook staat nu volop in bloei met stervormige naar boven gerichte bloemen, het blad ruikt heel duidelijk naar ui en het heeft bolletjes.

Het lelietje-van-dalen is de nationale bloem van Finland. Nederland heeft nog geen nationale (wilde) bloem. (En de tulp dan? Deze is niet inheems / wild en is al de nationale bloem van Turkije en Hongarije.) Vroege Vogels heeft een verkiezing van de nationale bloem uitgeroepen. Tot 12 mei kun je bloemen nomineren. Na 14 mei kun je stemmen op de shortlist.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 120: lantaarntje

(30 april 2023)

Het lantaarntje is de meest voorkomende (water)juffer. Juffers zijn een onderorde van de libellen; de andere onderorde zijn de echte libellen. Het meest opvallende verschil tussen beide onderordes is dat juffers in rust de vleugels achter de rug vouwen, terwijl een echte libel ze spreidt. Verder zijn juffers kleiner en slanker (met een lang en dun achterlijf). De bolle ogen raken bij een juffer elkaar niet. In Nederland komen zesentwintig soorten juffers voor. Er zijn verschillende families; รฉรฉn daarvan zijn de waterjuffers. Libellen kun je van april tot eind oktober zien vliegen, meestal in de buurt van water.

Er zijn vier soorten blauwe waterjuffers die je veel bij tuinvijvers ziet: lantaarntje, watersnuffel, azuurwaterjuffer (foto rechts onder) en de variabele waterjuffer. Het mannetje van het lantaarntje is vrij gemakkelijk van andere soorten waterjuffers te onderscheiden. Zijn borststuk is eerst groen, daarna blauw. Het achterlijf is geheel zwart met รฉรฉn blauw (achtste) segment (het lantaarntje). Vrouwtjes zijn variabel gekleurd. Zie ook deze zoekkaart.

Libellenlarven leven onder water. Jufferlarven hebben drie uitsteeksels aan hun achterlijf, zogenaamde kieuwbladen (foto midden onder). Met die kieuwbladen kunnen de larven ademhalen en snel wegschieten bij gevaar.

De paring gaat niet bepaald zachtzinnig. Als het mannetje het vrouwtje in de juiste houding heeft, vormen ze een paringsrad (foto links onder). Waterjuffervrouwtjes zetten de eitjes op waterplanten af. Libellenlarven vervellen een aantal keer. De laatste vervelling naar imago (volwassen insect) wordt uitsluipen genoemd. De volgroeide larve klimt het water uit en gaat op een plantenstengel zitten. De huid van kop en borststuk barst open en heel langzaam komt de volwassen libel eruit. De libel blijft nog even hangen (uitharden) en vliegt vervolgens naar een boom of struik. Lantaarntjes overwinteren als larve (รฉรฉn winter). Na de paring en de afzetting van de eitjes zijn de volwassen juffers binnen een paar dagen dood.

Libellen zijn jagers: zowel de larven (nimfen) als de volwassen insecten voeden zich met andere diertjes. De aanwezigheid van libellenlarven duidt meestal op een relatief hoge waterkwaliteit. Behalve bij het lantaarntje; die kan vrij goed tegen watervervuiling. Libellenlarven zelf staan op het menu van vissen, amfibieรซn, waterkevers, waterwantsen en watervogels.

Van 1 t/m 14 mei is het de voorjaarseditie van de Week van Ons Water. Er worden dan door heel Nederland allerlei leuke en leerzame wateractiviteiten georganiseerd. Onderdeel is ook de aftrap van de actie โ€˜Tel de Libelโ€™. Hierbij kun je al je waarnemingen van libellen en hun larven doorgeven.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ต๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ต๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ต๐˜ซ๐˜ฆ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 119: fluitenkruid

(29 april 2023)

Geleidelijk aan beginnen de bermen wit te kleuren met โ€˜Hollands kantโ€™: fluitenkruid. Fluitenkruid is een plant uit de schermbloemenfamilie. Tot deze familie horen zowel voedselgewassen (peen, pastinaak, selderij), kruiden (zoals peterselie, anijs, karwij, kervel) als dodelijk giftige soorten (waterscheerling, gevlekte scheerling en dodemansvingers). In sommige gevallen moet je echt op details letten om een eetbare van een (min of meer) giftige soort te kunnen onderscheiden. Het gaat te ver om al die kenmerken hier te noemen.

Fluitenkruid is, zeker vroeg in het voorjaar, onmiskenbaar omdat het als eerste schermbloemige massaal bloeit. Kenmerkend voor fluitenkruid is de gegroefde, holle stengel. Vaak zit er een rode waas overheen. Van de holle stengel kunnen fluitjes gemaakt worden; vandaar de naam fluitenkruid. De plant heeft, net zoals de meeste schermbloemigen, een penwortel. De plant kan wel meer dan een meter hoog worden. De bladeren zijn meervoudig geveerd en frisgroen van kleur.

De bloemetjes hebben vijf kroonblaadjes en zijn vrij klein. De bloemen staan bij elkaar in schermpjes. En deze schermpjes vormen met elkaar een samengesteld scherm. De bloemen aan de buitenkant zijn stralend: de twee kroonbladen aan de buitenkant van het scherm groter zijn dan de andere drie. Fluitenkruid bloeit van eind maart tot in juni. Ook in het najaar en de winter kun je nog bloeiende planten zien. Na de bloei worden de planten bleekgroen, ontwikkelen de vruchten zich (foto links midden) en sterft de plant uiteindelijk bovengronds af.

Een van de dingen waarop je kunt letten bij schermbloemigen is de aanwezigheid of afwezigheid van omwindsels en omwindseltjes. Een omwindsel zijn schutblaadjes op de overgang van de bloemstengel naar het scherm. Bij fluitenkruid ontbreekt deze. Omwindseltjes zijn schutbladen aan de voet van de schermpjes. Deze zijn bij fluitenkruid wel aanwezig.

Fluitenkruid komt algemeen voor. Het is een soort van vochtige graslanden, bermen, randen langs struweel en bossen met een vochtige bodem. Fluitenkruid kan slecht tegen betreding en beweiding.

Op schermbloemigen komen veel soorten insecten af. De nectar en stuifmeel liggen bij wijze van spreken voor het oprapen. Op fluitenkruid vind je allerlei soorten vliegen, kevers en korttongige bijen en wespen. In de collage zie je zes soorten die ik met Koningsdag in onze tuin op fluitenkruid heb waargenomen. In de holle stengels van fluitenkruid en andere schermbloemigen overwinteren allerlei insecten en spinnen. Een goede reden om ze te laten staan!

Verder zijn er allerlei insecten die schermbloemigen als voedselplant gebruiken zoals motjes, kevers, bloemwantsen, bladmineerders, bladluizen en enkele galmuggen. De larven van het kervelgitje (een zweefvliegsoort met opvallend rode antennen) leven van rottende wortels van m.n. fluitenkruid. De volwassen vliegen zie je op allerlei soorten bloemen (foto linksonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ๐˜ด๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 118: veenmol

(28 april 2023)

Een van de grootste insecten van West-Europa is de veenmol, ook wel aardkrekel of molkrekel genoemd. Het is geen krekel, maar het is er wel nauw verwant aan.

Veenmollen leven in losse, humeuze grond, want daarin kunnen ze makkelijk gangen graven. Ze komen in Nederland vooral op veengrond voor (m.n. in Zuid-Holland en Zeeland). Hun voedsel bestaat grotendeels uit insectenlarven en regenwormen, maar ze eten ook plantenwortels. Zo ontstaan er bruine plekken in gazons. Bij het woelen kunnen jonge plantjes sneuvelen. Tuinders en mensen die van een nette tuin houden, zijn niet zo blij met veenmollen. Ook in onze moestuin vinden we ze regelmatig. Wat je in elk geval niet moet doen, is ze doden. De veenmol staat op de Rode Lijst als kwetsbaar en is beschermd via de Flora- en Faunawet. Op de website van Landschapsbeheer Zeeland staan tips om overlast door veenmollen te beperken.

Veenmollen hebben een onmiskenbaar opvallend uiterlijk. Mannetje worden tot 4,5 cm lang, vrouwtjes tot 7 cm. Aan het achterlijf hebben ze twee tastorganen; dat is handig bij het achteruit lopen. Vrouwtjes hebben geen legboor zoals andere sprinkhanen en krekels. Veenmollen hebben twee sterke voorpoten met opvallende klauwen; deze poten lijken wel wat op de poten van een mol. Ze kunnen hier goed mee graven. Veenmollen leven bijna altijd ondergronds. Ook schuilen ze wel onder stenen en stammetjes.

In april-mei zijn de mannetjes โ€™s avonds te horen. Het mannetje maakt een holletje en daar maakt hij een aanhoudend gesnor door zijn dekvleugels te bewegen. Het geluid wordt door het holletje versterkt. Hiermee lokt hij vrouwtjes naar zich toe.

Je zou het geluid van de veenmol kunnen verwarren met dat van de rugstreeppad. Er is wel een belangrijk verschil: een rugstreeppad roept in strofes van een halve seconde, met elke keer een pauze van ongeveer 0,2 seconde er tussen. Veenmollen gaan veel langer door, en kunnen minutenlang onafgebroken geluid maken. Hier hoor je de geluiden van verschillende nachtelijke โ€˜ratelaarsโ€™.

Het bevruchte vrouwtje maakt op 8-30 cm diepte een kraamkamer waarin ze zoโ€™n 300 eitjes legt. Ze houdt de eitjes schoon en beschermt de jongen de eerste weken. Het nest heeft zijingangen waardoor regenwater weg kan stromen. Alle planten boven het nest worden weggeknaagd zodat de zon de bodem kan verwarmen. De jonge veenmollen zijn zogenaamde nimfen: ze lijken al op volwassen dieren (foto links). Ze vervellen een aantal keer tot ze geslachtsrijp zijn. Bij veenmollen duurt dat anderhalf jaar. Een volwassen veenmol kan bijna twee jaar oud worden. Van augustus tot maart zijn veenmollen in winterslaap.

Natuurlijke vijanden van veenmollen zijn kraaien, vossen, reigers, mollen, egels en spitsmuizen. Ook katten pakken ze wel. Veenmollen steken niet maar kunnen wel bijten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ด-๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ข๐˜ฑ๐˜ด๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ป๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 117: koningsvaren

27 april 2023

Vandaag op Koningsdag aandacht voor de koningsvaren, een opvallende en grote varen van natte bossen en struwelen. De bladeren van koningsvarens kunnen wel twee meter lang worden. Alleen adelaarsvarens worden hoger.

De bladeren verschijnen in het voorjaar. De jonge bladeren zijn als een vioolkrul opgerold en hebben een wollige beharing. De bladeren zijn dubbelgeveerd, lichtgroen van kleur en waterafstotend.
De bladeren staan in een spiraal op het uiteinde van de wortelstok. Bij de binnenste bladeren van de spiraal verandert het bovenste deel van het blad in een pluim van sporendoosjes. Als deze rijp zijn, zijn ze goudbruin van kleur. In de herfst sterven de bladeren af en daarbij krijgen ze prachtige herfstkleuren. In de collage zie je opeenvolgende stadia van koningsvarens.

Sommige varens in onze streken zijn wintergroen zoals de eikvaren en tongvaren. Andere zoals de koningsvaren overwinteren met een wortelstok. Bij de koningsvaren is deze houtig en staat min of meer rechtop. De top van de wortelstok steekt boven de grond uit, als een soort stam. Het oppervlak van deze schijnstam is bedekt met dode resten van bladeren van vorige jaren. Daartussenin zie je de wortels. De plant groeit langzaam en kan wel een eeuw oud worden.

Koningsvarens komen voor op natte zure kalkarme zand- en veengrond. Dus in kleigebieden zul je hem niet zo snel aantreffen. De koningsvaren is niet zeldzaam. Toch stond hij tot 2017 op de lijst van beschermde planten. Reden hiervoor was dat mensen de varens uitgroeven en de wortelstokken gebruikten als kweekbed voor orchideeรซn.

Waarom heet de koningsvaren eigenlijk zo? Ik heb dat niet kunnen vinden. Mogelijk heeft de omvang van de varen ermee te maken. De wetenschappelijke naam is Osmunda regalis. Osmunda is waarschijnlijk afgeleid van Osmund, een Saksische naam voor de god Thor. Regalis betekent koninklijk. 200 miljoen jaar geleden kwamen er al koningsvarens voor die erg lijken op soorten die nu nog voorkomen. Dus onze koningsvaren is in elk geval de afstammeling van een zeer eerbiedwaardig geslacht!

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ฑ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ๐˜ด๐˜ข๐˜ต๐˜ญ๐˜ข๐˜ด, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข