Soort van dag 36: gele kornoelje

(5 februari 2023)

Eรฉn van de vroegst bloeiende struiken is de gele kornoelje. Ik heb het al gehad over de windbestuivers hazelaar en zwarte els die nu ook in bloei staan. De gele kornoelje is geen windbestuiver, maar heeft insecten nodig voor de bestuiving en is daarom van belang voor vroeg vliegende wilde bijen.

De gele kornoelje zien we vooral aangeplant, als haag en in parken en tuinen. Ook is het een soort van stinzenmilieus (zie hier voor uitleg) en komt de struik (verwilderd) in de duinen voor. Zuid-Limburg is de noordelijke rand van zijn natuurlijke verspreidingsgebied. Aangeplante exemplaren bloeien enkele weken eerder dan de echt inheemse gele kornoelje.

Een gele kornoelje kan tot zes meter hoog worden. De groene twijgen zitten grillig door elkaar. Als de bloemen bloeien, heeft de struik een gele waas. De bloemen zijn klein, geel en viertallig en staan in schermen bij elkaar. De kroonblaadjes vormen een kruis. De nectar is makkelijk bereikbaar en daardoor trekt deze struik naast vroeg vliegende bijen ook vliegen aan. In de nazomer zit de struik vervolgens vol met rode (wrange) steenvruchten. Deze worden al vanouds door mensen gegeten, als compote of ingelegd als โ€˜olijvenโ€™.

De bladeren verschijnen pas na de bloei. Er is een heel makkelijk trucje waarmee je kornoeljebladeren van andere kunt onderscheiden. Als je de uiteinden uit elkaar trekt, blijven de twee helften aan elkaar hangen door de vezelige en elastische vaatbundels. Verder hebben kornoeljes kenmerkende bladknoppen: een soort hertenpootje (de bloemknoppen zijn rond). De gele kornoelje is een waardplant voor verschillende soorten nachtvlinders.

Er komen in Nederland nog twee soorten kornoelje voor: de rode kornoelje en de Zweedse kornoelje. De rode kornoelje is ook een struik, met rode twijgen, witte bloemtuilen en zwarte (giftige) bessen. De Zweedse kornoelje is een overblijvende plant en komt in Nederland alleen nog op een bepaalde plek in Drenthe voor. Daarnaast zijn er nog allerlei kornoeljes die als sierheester aangeplant worden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 35: mosgal

(4 februari 2023)

De winter is bij uitstek de tijd om allerlei vervormingen en โ€˜rare dingenโ€™ in kale bomen en struiken te zien. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor plantengallen, zoals de mosgal op een roos.

Gallen zijn afwijkingen op het normale uiterlijk van een plant. De plant vormt ze zelf als een reactie op de aanwezigheid van een ander organisme. Welk organisme dat is, kun je achterhalen door te kijken naar de kleur en vorm van de gal, waar hij zit op de plant en op welke plant. Er zijn verschillende organismen die gallen veroorzaken: insecten, mijten (zoals de essenbloesemgalmijt bij de es), schimmels, aaltjes, bacteriรซn en planten (zoals de maretak). Hele bekende zijn de knikkergallen op een eikenblad. De gal biedt het organisme bescherming en voedsel.

De mosgal ontstaat als reactie op de rozen(mos)galwesp. Je vindt ze op wilde rozensoorten zoals hondsroos, egelantier en duinroos. De gal ontstaat op de bladeren en bestaat uit lange vertakte haren die eerst rood-groen en flexibel zijn, en later bruin en houtachtig. In de gal zitten meerdere larven, in aparte kamertjes. Als de wespjes zijn uitgevlogen, kunnen de gallen nog lang aan de plant zitten. Ze dienen dan als schuilplaats voor andere beestjes.

Volwassen galwespen zijn heel klein: 1-5 millimeter. Meestal zijn ze roodbruin of zwart. De vrouwtjes hebben een legboor. Hiermee zetten ze eieren af in het plantenweefsel. Omringende plantencellen sterven af en zo ontstaat er een holte. Als de eitjes uitkomen, ontstaan de gallen als reactie op chemische stoffen die de larven uitscheiden.

De meeste soorten galwespen hebben een generatiewisseling: afwisselend is er een seksuele generatie, met zowel mannetjes als vrouwtjes, en een aseksuele generatie met alleen vrouwtjes. Bij de rozenmosgalwesp zijn mannetjes zeer zeldzaam en worden bijna uitsluitend vrouwtjes gevonden. Deze leggen onbevruchte eitjes waar weer vrouwtjes uit komen (parthenogenese, heet dat).

Ook al biedt een gal bescherming, er zijn toch bedreigingen voor de larfjes van de galwesp. Zo zijn er galwespen die zelf geen gallen veroorzaken. Ze leggen hun eitjes in de gallen van andere galwespen waardoor de oorspronkelijke bewoner kan verhongeren. Verder kan een jong larfje direct geparasiteerd worden door een sluipwesp.

Rechts onderin zie je een foto van een โ€˜verseโ€™ mosgal (foto van Ronald Steinmann via Pixabay). In de winter zie je de bruine mosgallen. Op rozen kun je overigens nog meer soorten gallen tegenkomen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜‰๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ โ€˜๐˜—๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜จ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏโ€™, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ธ๐˜ข๐˜ข๐˜ณ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 34: gewoon sneeuwklokje

(3 februari 2023)

Je ziet ze overal verschijnen: in tuinen, parken, landgoederen, boomgaarden en soms ook in natuurgebieden: sneeuwklokjes. Ik heb even getwijfeld of ik het sneeuwklokje wel als soort van de dag zou doen. Het is namelijk een soort die aangeplant is en dan zou je kunnen zeggen dat deze plant eigenlijk niet tot onze inheemse flora (biodiversiteit) hoort. Maar ze is al zo lang in Nederland (al sinds de middeleeuwen), dat ze inmiddels als ingeburgerd wordt beschouwd.

Het sneeuwklokje wordt gerekend tot de zogenaamde stinzenflora. โ€˜Stinsโ€™ is Fries voor een stenen huis. De veelal rijke eigenaren plantten mooie planten aan op hun landgoederen, vaak afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa (of van dichterbij zoals Zuid-Limburg). Het gaat om planten die van oorsprong thuishoren in bossen, waar โ€™s zomers weinig licht is. Ze bloeien daarom in de vroege lente als er nog geen blad aan de bomen zit. De zomer, herfst en winter overleven ze dankzij hun ondergrondse delen (knol, bol of wortelstok) waarin de voedingsstoffen voor het volgende seizoen zijn opgeslagen. Vervolgens zijn deze planten verwilderd en ingeburgerd, maar hun voorkomen is vaak nog wel beperkt tot de gebieden waar ze ooit zijn aangeplant. Daar zijn de groeiomstandigheden blijkbaar ideaal.

Er bestaan twintig soorten sneeuwklokjes. De meeste sneeuwklokjes die we in Nederland zien, zijn gewone sneeuwklokjes. Ze horen tot de narcisfamilie. In het wild (en aangeplant) komen uit deze familie verschillende looksoorten, de wilde narcis en het zomerklokje voor. Er zijn nog meer bolgewassen maar die horen tot andere families (o.a. lelie-, lissen- en aspergefamilie).

De bloemen zijn nu nog overwegend gesloten. Ze gaan pas open bij een temperatuur boven de 10 graden. Ze worden bestoven door o.a. bijen (hommels) en verschillende dag- en nachtvlinders. De groene vlekken op de binnenste bloemdekslippen wijzen de weg als een soort honingmerk. Het stuifmeel is oranje. De planten vermeerderen zich ook ongeslachtelijk via de aanmaak van bijbolletjes (klisters).

Bij de verspreiding van zaden helpen mieren een handje. Aan de zaden zit een aanhangsel, een zogenaamd mierenbroodje. Dat neemt de mier, samen met het zaad, mee naar haar nest voor de larven. Onderweg kan ze het zaad eraf bijten en anders gebeurt dat in het nest en wordt het zaadje naar buiten gebracht. De plant buigt zijn stengels met rijpe zaden naar de grond zodat de zaden makkelijk bereikbaar zijn.

Van sneeuwklokjes zijn er heel veel variรซteiten. In Engeland zijn er mensen die zoveel mogelijk variรซteiten verzamelen. Die worden โ€˜galanthofielenโ€™ genoemd, naar de Latijnse geslachtsnaam Galanthus. Op Texel heb je de zogenaamde sneeuwklokjesbossen. Het duurt een paar jaar voor je bloeiende sneeuwklokjes uit nieuw gevormde bollen hebt. Daarom werden ze daar in loofbossen opgekweekt en niet op kwekerijen. Wil je in tuinen of op landgoederen sneeuwklokjes kijken, check deze agenda.

Tenslotte nog een mooi verhaal over het sneeuwklokje. Hierbij zij opgemerkt dat sneeuwklokjes feitelijk kleurloos zijn, niet wit. Datzelfde geldt voor sneeuw: ook dat is kleurloos.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ด๐˜ช๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜š๐˜ต๐˜ช๐˜ฏ๐˜ป๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฑ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ

Soort van dag 33: smient

(2 februari 2023)

Vandaag is het World Wetlands Day. Dit is een initiatief van de Ramsar-organisatie. In de Iraanse stad Ramsar werd op 2 februari 1971 een internationaal verdrag gesloten om watergebieden te beschermen, in het bijzonder als verblijfsgebied voor watervogels. Het is daarmee het oudste internationale verdrag voor natuurbescherming.

Op deze dag zet ik daarom een vogelsoort in de spotlights die juist in de winter gebonden is aan Nederlandse waterrijke graslanden: de smient. De eerste arriveren in september, in april zijn de meeste weer uit ons land vertrokken. De grootste aantallen zijn in december/januari waar te nemen. Daarbij gaat het om honderdduizenden exemplaren. Deze broeden in Noord-Scandinaviรซ en Siberiรซ. In de zomer verblijven hier slechts enkele tientallen.

Mannetjes hebben lichtgrijze bovendelen met een kastanjebruine kop met geel voorhoofd. Vrouwtjes zijn egaler bruin. Ze hebben een korte grijze snavel. Ze eten vooral gras en waterplanten.

Ook in de graslanden en sloten achter ons huis zitten ze (zie fotoโ€™s). Voor ons begint het winterhalfjaar met de komst van de smient (en eindigt met de komst van de grutto). Zowel overdag als โ€™s nachts horen we hun typerende geluid. Overdag zitten ze op het water van de wetering en de brede sloten. โ€™s Nachts grazen ze op de graslanden. Er wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen โ€˜poldersmientenโ€™ en โ€˜plassmientenโ€™. Plassmienten zitten overdag op grote wateren zoals de Randmeren en de Waddenzee.

Omdat het grootste deel van de Europese populatie in Nederland overwintert, hebben we een internationale verantwoordelijkheid voor de smient. De Vogelbescherming heeft met succes de smient van de Nederlandse jachtlijst gehouden en ervoor gezorgd dat in Noord- en Zuid-Holland de smient niet gedood mag worden in het kader van schadebestrijding.

Verder is de smient erg gevoelig voor verstoring door (water)recreatie. Als wij achter in onze tuin lopen, vliegen ze al op. De smient staat op de Rode en Oranje Lijst van doortrekkende en overwinterende vogelpopulaties in Nederland. De zogenaamde โ€˜blauwe lijstโ€™ maakt hier ook deel van uit. Daarop staan soorten waarvoor Nederland van groot internationaal belang is. De smient is รฉรฉn van de 24 soorten die op de blauwe lijst staat. Ook de meerkoet (soort van dag 3) en de grauwe en kolgans (soorten van dag 12) staan op deze lijst.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜š๐˜ฐ๐˜ท๐˜ฐ๐˜ฏ, ๐˜ณ๐˜ข๐˜ฎ๐˜ด๐˜ข๐˜ณ.๐˜ฐ๐˜ณ๐˜จ

Soort van dag 32: gewoon meniezwammetje

(1 februari 2023)

Zie je een dood takje met oranje โ€œwratjesโ€ op de schors (zoals links op de collage), dan heb je te maken met het gewoon meniezwammetje. Je vindt het vooral op dood hout, maar deze schimmel kan ook gezond hout aantasten waardoor de aangetaste tak afsterft. Het komt zeer algemeen voor en is het hele jaar te zien.

Het gewoon meniezwammetje is een zogenaamde zakjeszwam (ascomyceet). Zakjeszwammen danken hun naam aan de sporenzakjes waarin de sporen worden gevormd (alleen met de microscoop te zien). Deze zitten vaak aan de buitenkant van het vruchtlichaam (de paddenstoel). Als de sporen rijp zijn, barsten de zakjes open en worden de sporen naar buiten geschoten.

Zakjeszwammen kunnen in twee stadia voorkomen: een geslachtelijke en een ongeslachtelijke. Het uiterlijk kan erg verschillen waardoor het soms twee aparte zwammen lijken. Bij het meniezwammetje is de ongeslachtelijke vorm lichtroze en tot 2 mm breed. De geslachtelijke vorm is kleiner, rood en 1,5 mm breed. Deze zijn er alleen in de herfst.

60% van de paddenstoelensoorten behoort tot de zakjeszwammen. Er zijn er wereldwijd 64.000 beschreven. De vormen zijn zeer divers en sommigen zijn heel klein (zoals zwarte stipjes op een dode stengel). Ook de schimmels die in een korstmos samenleven met een alg, zijn meestal zakjeszwammen. De elzenvlag die eergisteren aan de orde kwam bij de zwarte els, is ook een zakjeszwam.

(NB: de andere groep paddenstoelen zijn de steeltjeszwammen (basidiomyceten). Hierbij worden de sporen in een steeltje gevormd (ook alleen met de microscoop te zien). Hieronder vallen soorten als de vliegenzwam, het eekhoorntjesbrood en het elfenbankje.)

In de collage staan aan de rechterkant nog een paar voorbeelden van opvallende zakjeszwammen die je nu of later in het voorjaar zou kunnen tegenkomen. Van boven naar beneden: rode kelkzwam, een kogelzwam, een morielje en geweizwam.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฎ๐˜บ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 31: maretak

(31 januari 2023)

In de winter vallen ze extra op: de maretakken, ook wel vogellijm genaamd (en in het Engels mistletoe). Deze wintergroene plant leeft in verschillende soorten bomen zoals populier, appel (hoogstam), robinia (witte acacia) en soms ook in eenstijlige meidoorn, linde en lijsterbes. Ze zitten in bomen die op kalkrijke zand- of mergelgrond staan. Voor mij hoort deze soort echt bij Zuid-Limburg. Ze leven bijvoorbeeld in bomen langs de Geul en de Gulp. Maar ook elders in Nederland vind je ze soms, zoals bijvoorbeeld aangeplant in het arboretum Belmonte in Wageningen en in de kalkrijke duinen.

De maretak is een bolvormige (dwerg)heester. De stengels zijn gaffelvormig vertakt en de bladeren zijn spatelvormig, geelgroen en leerachtig. De bloemen zijn geelgroen en worden door bepaalde vliegen bestoven. De plant is tweehuizig: of met mannelijke of met vrouwelijke bloemen. De bessen zijn glanzend, geelachtig wit en zijn rijp van december tot mei. Het vruchtvlees is taai en slijmerig. De bessen worden vooral door lijsters gegeten en die verspreiden dan ook de zaden. Je schijnt heel makkelijk zelf een maretak te kunnen โ€˜zaaienโ€™: maak in een fruitboom inkepingen in de takken en duw daarin een bes plat. Dat kan ook op grond die niet kalkrijk is.

Het bijzondere is dat maretak een halfparasiet is. De maretak heeft geen wortels maar zuigorganen (haustoria) waarmee het zich aan een tak hecht en waarmee het voedingsstoffen aan de waardplant onttrekt. Deze lijdt daar gelukkig nauwelijks onder. De zwellingen die de waardplant bij de aanhechting vormt, kun je beschouwen als een plantengal. De plant heeft bladgroen en maakt dus zelf suikers aan; daarom is het een halfparasiet.

Voor de Kelten en Germanen was de maretak een heilige plant. Dat geldt vooral voor maretakken die op eiken groeien (wat hoogst zelden het geval is). In de Noorse mythologie komt de maretak ook voor: Baldr, de god van het licht, werd gedood door een pijl gemaakt van maretak. De naam โ€˜vogellijmโ€™ verwijst naar de tijd dat vogels gevangen werden met lijmstokken. De โ€˜lijmโ€™ hiervoor werd uit bessen van de maretak gemaakt.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ฌ ๐˜—๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜จ๐˜ข๐˜ญ๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 30: zwarte els

(30 januari 2023)

De hazelaar is het eerste bloeiende houtgewas. Nu beginnen ook de zwarte elzen te bloeien. Deze bomen kunnen 24 meter hoog worden. Vaak zie je ze als meerstammige boom maar ook wel als hakhout.

Waar water is, vind je zwarte elzen. De boom stelt weinig eisen aan de bodem. De zwarte els leeft in symbiose met een bacterie die zich bevindt in knolletjes op de wortels. Deze bacterie is in staat om stikstof uit de lucht te binden en stelt deze beschikbaar aan de boom. De zwarte els kan dus zelf voor een deel in zijn stikstofbehoefte voorzien. Via afgevallen blad profiteren ook andere planten hiervan.

De zwarte els is eenhuizig en dragen dus zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen (katjes) die aan dezelfde tak zitten.  De hangende mannelijke katjes produceren veel stuifmeel dat verspreid wordt door de wind. De vrouwelijke katjes zijn klein en rood. Die ontwikkelen zich tot groene vruchten die in de herfst zwart worden. De zaden tussen de verhoute schutblaadjes zijn in de winter voedsel voor allerlei vogels zoals putters (vaag op de foto rechtsboven) en sijzen. Ze kunnen op het water blijven drijven en zich zo verspreiden.

Vooral in de winter geniet ik van deze boom: het donkere silhouet met de proppen, de katjes, de paarse bladknoppen en de lichte streepjes op de twijgen.

De verse zaagsnede van een elzenstam kleurt oranje. Hoe dat komt, daar is natuurlijk een (luguber) verhaal over bedacht.

Het hout van de els rot niet als het ondergedompeld is en is daarom geschikt voor waterbouwkundige werken. โ€œAmsterdam die grote stad, is gebouwd op palenโ€: grote kans dat het (ook) om elzenstammen gaat.

Het blad komt pas ruim na de bloei aan de bomen. Vaak zie je er gaten in: dan zijn ze aangevreten door het elzenhaantje (de larven en de volwassen kevers). Andere bijzondere organismen staan onderaan in de collage. Links zie je het elzekatjesmummiekelkje dat voorkomt op afgevallen katjes. Daarnaast de elzenvlag, een gal door een schimmel op elzenproppen. De elzenweerschijnzam, tenslotte, is een zwakteparasiet en zie je vooral op elzenstobben.

Naast zwarte elzen kun je ook witte elzen, hartbladige elzen en kruisingen tegenkomen. De witte els  komt oorspronkelijk uit Midden-Europa, de hartbladige van Corsica. Ze worden vaak als straatboom aangeplant en verspreiden zich ook via zaad. Het zijn deze โ€˜exotischeโ€™ elzen die vaak al in december bloeien.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 29: merel

(29 januari 2023)

Gisteren heb ik de vogels in onze tuin geteld. Altijd spannend welke ik zie in dat halfuurtje tellen, want er komen veel soorten in onze tuin op bezoek maar nooit allemaal tegelijk. Omdat ik graag de merel op mijn lijstje wilde zetten, betekende dat vroeg tellen. En ja hoor: ik zag direct een mannetje en een vrouwtje, rondscharrelend op het gras.

Een mannetje is zwart met een gele of oranje snavel en een gele oogrand. Vrouwtjes zijn bruin met een gestreepte borst. Jonge vogels lijken op vrouwtjes. De mannetjes kunnen mooi zingen, bij zonsopkomst en zonsondergang en ook na een regenbui. Ze doen dat vanaf een hoog uitkijkpunt. Vanaf eind januari kun je bij zacht weer al een merel horen. Merels hebben ook een alarm- en een vluchtroep. Hier hoor je hun geluiden. Het zingen is om het territorium aan te geven. Merels zijn fel in het verdedigen van hun territorium; er vallen wel eens doden bij.

Merels vind je waar grasvelden met bomen en struiken zijn. De meeste merels blijven in de winter hier. Daar komen ook wintergasten uit Noord-Europa bij. Oorspronkelijk waren het bosvogels, maar ze hebben zich goed aan de menselijke omgeving weten aan te passen. Stads- en bosmerels gedragen zich ook anders.

Hun nesten maken ze in struiken, hagen en lage bomen. Deze nesten zijn vaak makkelijk te vinden waardoor veel eieren en jongen aan katten en kraaiachtigen ten prooi vallen. Gelukkig krijgt een merelpaar wel zoโ€™n twintig jongen per seizoen (twee tot drie legsels).

Merels horen tot het geslacht van de echte lijsters, samen met o.a. zanglijster, grote lijster, koperwiek en kramsvogel. Alle echte lijsters zoeken een groot deel van hun voedsel op de grond. Ze eten insecten (en hun larven), spinnen en regenwormen. Verder eten ze bessen en fruit.

Bij ons in de tuin liggen op veel plekken zogenaamde lijstersmidses: kapotte en leeggegeten slakkenhuizen. Ik weet dat zanglijsters huisjesslakken eten door ze tegen een steen of klinker kapot te slaan. Ik zie bijna nooit lijsters in onze tuin; misschien dat โ€˜onzeโ€™ merels dat ook doen?

Tot de eeuwwisseling namen merels in aantal toe, maar vanaf 2016 verdween bijna een derde van de populatie. Waarschijnlijk deels als het gevolg van een ziekte (usutu-virus), maar de precieze oorzaken zijn niet bekend. Om meer te weten te komen over de merel was hij de vogel van 2022.

Zitten er merels in jouw tuin? Vandaag kun je nog tellen.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 28: springstaarten

(28 januari 2023)

Excuses voor de wat minder scherpe fotoโ€™s. Met de apparatuur die ik heb, kon ik de soort (of eigenlijk: klasse) van vandaag niet echt scherp vast leggen.

In het gewoon muisjesmos van gisteren zag ik allerlei kleine beestjes lopen, zoals het kleine bruine beestje op de twee fotoโ€™s rechts onderaan. Dit inspireerde me om weer eens uitgebreid aan de slag te gaan met mijn handmicroscopen. Ik heb er รฉรฉn die ik kan aansluiten op mijn mobiele telefoon en รฉรฉn die ik aansluit op mijn laptop. Ik heb deze ooit aangeschaft zodat kinderen mee kunnen kijken op een scherm. Je kunt er ook fotoโ€™s mee maken, al zijn ze niet altijd scherp en is het nooit precies wat je op het beeldscherm ziet. De twee fotoโ€™s rechtsonder zijn daarom schermopnamen.

Ik zag van alles: kleine wriemelende witte wormpjes, een slakje (relatief groot), een spinnetje, kevertjesโ€ฆ En ik zag springstaarten. De foto rechtsboven heb ik ongeveer een jaar geleden gemaakt. De foto linksboven is van een springstaart uit de strooisellaag in onze tuin. Ook het beestje linksonder zag ik; ook een springstaart?

Van de soorten die ik plaats is het de bedoeling dat iedereen (eventueel met een klein beetje moeite) die in Nederland kan zien. Springstaarten zijn weliswaar klein (1-6 mm), toch kun je ze met het blote oog zien als ze boven de strooisellaag uit springen. Je ziet ze bijvoorbeeld als je er een beetje in rommelt.

Springstaarten hebben weliswaar zes poten maar worden niet tot de insecten gerekend. Hun monddelen zijn namelijk in hun kop verzonken; bij insecten bevinden die zich buiten de kop. Hij springt met een springvork (een soort staartje) onder zijn buik. Er komen langwerpige en bolvormige voor. Van de klasse van springstaarten zijn 8.700 soorten beschreven. Onderzoekers denken dat er wel 50.000 soorten bestaan. In Nederland komen ruim 200 soorten voor. In een handje grond zitten 100-500 springstaarten en daarbij gaat het dan om 20-50 soorten!

Springstaarten spelen een belangrijke rol in het bodemvoedselweb. Ze eten rottende bladeren, schimmels en bacteriรซn. Zelf worden ze gegeten door vliegen, roofmijten, duizendpoten en spinnen.

Hier vind je allerlei leuke informatie over springstaarten, hier veel fotoโ€™s en hier een filmpje. Ze spelen ook een rol in de film โ€˜Onder het maaiveldโ€™ die vanaf begin maart in de bioscopen te zien zal zijn.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ข๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ท๐˜ข๐˜ณ๐˜ข.๐˜ฏ๐˜ญ/๐˜ท๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ท๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ด

Soort van dag 27: gewoon muisjesmos

(27 januari 2023)

Bij de soort van dag 22 (haarmossen) gaf ik het al aan: de winter is bij uitstek de tijd om mossen te kijken en te herkennen. Een zeer algemene soort die je op daken en allerlei stenen vindt, is gewoon muisjesmos. Als je het ziet, herken je het direct aan de vorm en de kleur. Ze zijn vaak al op afstand te herkennen. Er bestaan meer soorten muisjesmossen maar die komen in Nederland nauwelijks voor.

De grijze kleur komt door de zogenaamde glasharen. Een glashaar is een soort doorlopende bladnerf zonder bladgroen. Deze beschermt, door de weerkaatsing van het zonlicht, de mosplant tegen uitdroging. De glashaar doet ook dienst als condensatiepunt: waterdamp uit de lucht condenseert hierop. Zo kunnen mossen ook bij lage luchtvochtigheid water opnemen.

Meestal zijn er bij muisjesmos ook sporenkapsels te zien. Jonge sporenkapsels zijn geelgroen van kleur. De kapselsteel is gekromd en daardoor hangt het sporenkapsel tussen de blaadjes in. De levenscyclus van mossen is beschreven bij de haarmossen.

Muisjesmos heeft een voorkeur voor zogenaamd basisch gesteente. Van nature komt het op kalksteen voor. Het houdt in elk geval niet van een zure ondergrond. Een enkele keer vind je dit mos ook op bomen. Dat zijn bomen met een neutrale bast.

Je vindt muisjesmos bijvoorbeeld op dakpannen, grafstenen, muren en waterputten. Het kan zowel op verticale, horizontale als schuine oppervlakken leven.

Gewoon muisjesmos wordt eigenlijk altijd vergezeld door ๐˜ฎ๐˜ถ๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ด (ook wel gewoon muursterretje genoemd). Deze vormt bij vochtige omstandigheden frisgroene polletjes, met stervormige bladrozetjes. In droge omstandigheden is dit mos zwart. Deze soort maakt veel sporenkapsels aan. (zie foto bovenaan, in het midden). Ook muurmos heeft een glashaar.

Een andere mos die vaak met deze twee soorten te zien is, is gewoon achterlichtmos. Is het gesteente enigszins verweerd, dan kun je ook gesteelde haarmuts en purpersteeltje tegenkomen.

Dat mos een ideale plek is voor ontkieming van zaden, zie je rechtsboven: tussen het mos op een afdakje staan kiemplantjes van robertskruid.

Toen ik met een handmicroscoop (met USB-aansluiting) het haarmos bestudeerde, zag ik ook kleine beestjes. Daarover morgen meer.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜”๐˜ฐ๐˜ด๐˜ด๐˜ฆ๐˜ฏ (1998)