Soort van dag 106: hommelbijvlieg

(16 april 2023)

Dit weekend is de Nationale Bijentelling. Een grote kans dat je denkt een bij te zien, maar dat het eigenlijk een bijvlieg (een soort zweefvlieg) is. Een van de bijvliegen die momenteel vliegt, is de hommelbijvlieg.

Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen bijen en bijvliegen? Ik kijk zelf altijd eerst naar de antennes (voelsprieten). Bijen hebben lange antennes; vliegen hebben korte. Verder hebben alle vliegen รฉรฉn paar vleugels; bijen hebben twee paar. Ook de ogen verschillen. Bijen hebben smalle ogen, vliegen hebben bolronde ogen. De meeste bijen hebben een manier om stuifmeel mee te nemen (met haren op hun achterpoten of met haren op de buik). Zweefvliegen verzamelen geen stuifmeel. Verder kun je naar hun vlieggedrag kijken. Bijen vliegen in een vloeiende beweging, zweefvliegen schieten heen en weer en kunnen stil in de lucht blijven hangen. En tenslotte: bijen hebben bijtende kaken en een tong. Vliegen hebben een zuigsnuit of alleen een tong.

Het heeft voordelen om op een stekend insect zoals een bij of wesp te lijken. Zo word je minder snel gevangen door een prooidier. Het verschijnsel dat sommige soorten dieren erg op andere lijken of deze nadoen, wordt mimicry genoemd.

Er bestaan in Nederland 330 soorten zweefvliegen, waarvan veertien bijvliegen. Bijvliegen hebben een andere levenscyclus dan bijen. Zo is er geen broedzorg (zorg voor een nest en voedsel voor de larve). De larven van bijvliegen leven in het water, of beter gezegd: in de modder onder water. Ze worden rattenstaartlarve genoemd omdat ze beschikken over een telescopisch uitschuifbare buis (tot 15 cm) waarmee ze aan het wateroppervlak adem kunnen halen. Zo kunnen ze ook leven in vervuild en zuurstofarm water. Ze eten rottend organisch materiaal en bacteriรซn. In het voorjaar kruipen de larven op het droge en daar vindt de verpopping plaats tot vliegende insecten. Deze voeden zich met nectar en stuifmeel en spelen daarbij een belangrijke rol als bestuiver van bloemen.

De hommelbijvlieg lijkt op een hommel: ook breed en behaard. De mannetjes zijn meestal geheel rossig behaard, terwijl de vrouwtjes een wit kontje hebben. Er zijn nog meer zweefvliegsoorten die hommels imiteren. De hommelbijvlieg kan bijvoorbeeld verward worden met de grote narcisvlieg die nu ook vliegt. De poten van de grote narcisvlieg zijn geheel zwart. Die van de hommelbijvlieg zijn gedeeltelijk geel. De larven (maden) van de grote narcisvlieg leven in bloembollen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ช๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต๐˜ถ๐˜ช๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 105: rosse metselbij

(15 april 2023)

Dit weekend vindt de Nationale Bijentelling plaats. Hierbij wordt gevraagd een halfuurtje bijen te tellen in je tuin, op je balkon of in de buurt. Op de website vind je een bijengids met zestien meest voorkomende bijensoorten (in deze tijd van het jaar) en een telformulier.

Bij โ€˜bijenโ€™ denken we al gauw aan de honingbij. Maar wist je dat in Nederland bijna 360 bijensoorten voorkomen? Ruim de helft daarvan is bedreigd. Bij de bijentelling wordt ook een aantal zweefvliegen meegenomen, want sommige daarvan (m.n. de bijvliegen) lijken erg op bijen. Daarover morgen meer.
De meeste bijen leven solitair. Alleen honingbijen en hommels (zoals de akkerhommel) zijn zogenaamde sociale bijen (met een volk). De honingbij komt in Nederland niet in het wild voor. Daarom wordt er vaak gesproken over โ€˜wilde bijenโ€™: alle soorten bijen minus de honingbij. Volwassen wilde solitaire bijen voeden zich met nectar. Deze bevat veel suikers en dat levert snelle energie op. Stuifmeel verzamelen ze voor de larven. In stuifmeel zitten veel eiwitten, nodig voor groei en ontwikkeling.

Met de bijen en andere bestuivers gaat het niet goed. Oorzaken zijn o.a. gebruik van pesticiden, schaalvergroting van de landbouw, verstedelijking, โ€˜netโ€™ en efficiรซnt groen- en maaibeheer en vermesting (stikstof). Veel wilde bijen zijn heel kieskeurig: ze vliegen maar op รฉรฉn soort bloem. Als die bloem verdwijnt door vermesting en verkeerd beheer, verdwijnt daarmee de bij.

Een van de groepen wilde bijen zijn de metselbijen. In Nederland komen hiervan twintig soorten voor. De meest voorkomende is de rosse metselbij (foto linksboven). Metselbijen nestelen in holtes, bijvoorbeeld in hout en muren. Rosse metselbijen zijn heel creatief in het vinden van zulke holtes. Zo bleken bij ons vorig jaar in de armatuur van een buitenlamp poppen van de rosse metselbij te zitten (foto linksonder). Deze lamp moest vervangen worden vanwege kortsluiting. Hij hangt nu โ€˜loosโ€™ voor volgende generaties rosse metselbij aan het tuinhuis.

In het voorjaar verpoppen de metselbijen en verlaten ze hun schuilplaats. De mannetjes het eerst, in afwachting van de vrouwtjes. Na de paring zoekt het vrouwtje naar een geschikte holle ruimte boven de grond voor haar nestcellen. Wanneer ze zoโ€™n ruimte gevonden heeft, maakt ze eerst een wandje van leem. Daarna verzamelt ze stuifmeel. Heeft ze voldoende verzameld, dan legt zij hierop een eitje. Daarna sluit zij de cel af met leem en maakt de volgende cel. De rosse metselbij legt per holte ca. tien broedcellen. Een eitje is ongeveer twee millimeter lang en komt na twee dagen uit. De larve doet zich tegoed aan het voedsel in de nestkamer. Na ongeveer vijf weken is de larve volledig ontwikkeld en spint een cocon waarna de verpopping plaatsvindt. In de cocon verandert de wormachtige larve in een volwassen bij. Pas het volgende voorjaar vliegen de bijen uit.
De rosse metselbij is niet kieskeurig. Ze verzamelt stuifmeel van o.a. esdoorns, wilgen, meidoorn, fruitbomen, dovenetels, klavers en boterbloemen. Veel bijen nemen het stuifmeel mee aan de achterpoten. Metselbijen niet. Zij verzamelen stuifmeel met een buikschuier (haren op de buik).

Op de fotoโ€™s zie je rechtsboven een dichtgemetseld gat in een stuk hout in onze tuin. Rechtsonder zie je een andere soort metselbij: de gehoornde metselbij. Die staat ook in de bijengids van de Nationale Bijentelling.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฎ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ง๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ข๐˜ต๐˜ช๐˜ฆ: ๐˜ธ๐˜ช๐˜ญ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ต๐˜ช๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ข๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฃ๐˜ช๐˜ซ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ต๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ต๐˜ถ๐˜ช๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 104: esdoorns

(14 april 2023)

In Nederland komen verschillende soorten esdoorn voor, meestal aangeplant. Er is maar รฉรฉn echt inheemse soort en dat is de Spaanse aak (ook wel bekend als veldesdoorn). Deze is na de laatste IJstijd op eigen kracht naar ons land gekomen. De gewone esdoorn werd in de Middeleeuwen vanuit Zuid- en Midden-Europa ingevoerd en is nu volledig ingeburgerd, maar mogelijk had ook deze soort zich uit zichzelf hier mettertijd gevestigd. De Noorse esdoorn komt uit Midden-Europa en is sinds de jaren โ€™50 ingeburgerd. Daarnaast vind je in parken en tuinen nog andere aangeplante esdoornsoorten zoals vederesdoorn en Japanse esdoorns met hun mooie herfstkleuren.

Spaanse aak, gewone en Noorse esdoorn hebben alle drie tegenoverstaande, handvormig ingesneden bladeren. De Noorse esdoorn bloeit al eerste (in april), voordat het blad verschijnt. Bij de gewone esdoorn zijn de trossen met bloemen hangend, bij de andere twee staan de tuilen opgericht. Verder hebben ze allemaal de typisch gevleugelde vruchten die twee aan twee bij elkaar zitten (โ€˜helikoptertjesโ€™). Bij harde wind kunnen de vruchten tot 1000 m hoog in de lucht opstijgen en tot 4 km ver worden weggeblazen.

De bladeren van de gewone esdoorn zijn van onderen blauwgroen of roodachtig. De bladeren van de Noorse esdoorn hebben lange toegespitste tanden (ze lijken wel wat op bladeren van platanen).

De Spaanse aak heeft kleine drie- tot vijflobbige bladeren. Van nature komt deze kleine boom voor op vochtige tot droge min of neer kalkhoudende grond in heggen en loofbossen, vooral op hellingen, in rivier- en beekdalen en in de duinen. Deze soort wordt ook veel aangeplant, bijvoorbeeld als haag. De takken van Spaanse aak kunnen kurklijsten hebben.

De bloemen van de esdoorns zijn een goede bron van nectar en pollen voor allerlei soorten insecten waaronder bijen. De zaden worden gegeten door o.a. appelvink en groenling. Er zijn verschillende soorten insecten die gebonden zijn aan esdoorns. Voorbeelden zijn bladrollers (soort vlinders), mineerders (esdoornmineerwesp), een galwesp, galmuggen, bladluizen en bepaalde soorten witte vlieg.

De wortels van gewone esdoorn kunnen diep reiken en zo voedselreserves in de ondergrond aanspreken. Het verterende blad zorgt vervolgens ervoor dat deze stoffen ter beschikking komen van andere planten.

Op bladeren van esdoorns kunnen zwarte vlekken zitten. Dit is de inktvlekkenziekte, veroorzaakt door een schimmel. De slanke en de esdoornhoutknotszwam leven op dood hout van o.a. esdoorns.

De (afgevallen) bladeren, vruchten en kiemplantjes van de gewone esdoorn zijn giftig voor paarden. Dit geldt ook voor de vederesdoorn. De Noorse esdoorn en Spaanse aak zijn niet giftig voor paarden.

Op de fotoโ€™s zie je op de bovenste rij van links naar rechts: de knoppen van de Noorse esdoorn, knoppen van de gewone esdoorn, kurklijsten van de Spaanse aak en de bast van de gewone esdoorn. Op de middelste rij: bloeiwijze van de Noorse esdoorn, bloeiwijze en blad van de gewone esdoorn, de vleugels van gewone esdoorn en zaailingen van gewone esdoorn. Onderaan: herfstkleuren van de Spaanse aak, inktvlekkenziekte op afgevallen blad van de gewone esdoorn, esdoornknobbelmijt en esdoornhoutknotszwam.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

Bronnen: paardenarts.nl, ecopedia.be, Nederlandse Oecologische Flora, Wikipedia

Soort van dag 103: grote vossenstaart

(13 april 2023)

Wereldwijd komen 12.000 soorten grassen voor, in Nederland zoโ€™n 120. (En dan heb je ook nog planten met een grasachtig uiterlijk zoals russen en cypergrassen.) Het valt niet mee om al die grassen van een naam te voorzien. Er zijn zoveel details waar je op moet letten. Er zijn veel botanische termen die met de bloemen en bloeiwijzen van grassen te maken hebben: aartje, aartjesspil, kelkkafje, lemma, palea, kafnaald, aar, tros, pluim, โ€ฆ Ik heb ooit een grassencursus gevolgd. Als je er verder weinig mee doet, zakt die kennis helaas weer weg.

Gelukkig zijn er verschillende grassoorten die je vrij makkelijk herkent. Een daarvan is straatgras. Een andere is grote vossenstaart.

Grote vossenstaart is het eerst bloeiende gras van graslanden en bermen. Momenteel steken de halmen met de zachte en dikke aren boven de vegetatie uit. Deze aren zijn een beetje sigaarvormig, of beter gezegd: vossenstaartvormig. Als je ergens fluitenkruid, smeerwortel, speenkruid en hondsdraf ziet staan, dan vind je daar ook geheid de grote vossenstaart tussen. Het is een soort die voorkomt op vochtige en voedselrijke bodems. Is de bodem erg voedselrijk, dan vind je nauwelijks andere planten tussen het gras.

Het is leuk om te kijken hoe de plant in bloei komt. De aren zijn eerst (grijs)groen. Daarna bloeien ze van onder naar boven. Eerst bloeien de vrouwelijke bloemen, waarbij de grijswitte stempels te zien zijn. Daarna bloeit dezelfde aar met de mannelijke bloemen. Dan steken de meeldraden uit de aar, eerst paarsig en dan geel door de rijpende pollen. Die pollen zijn zeer sterk allergeen. Met de bloei van de grote vossenstaart wordt dan ook het graspollenallergieseizoen geopend.

In echte productiegraslanden zul je grote vossenstaart niet zo snel zien. Omdat de voedingswaarde voor vee afneemt als het gras eenmaal bloeit, wordt het niet als โ€˜kwaliteitsgrasโ€™ gezien. Ook in grasmensgels voor gazons en speelweiden zul je grote vossenstaart niet aantreffen.

Grassen zijn niet alleen voedsel voor grote en kleine โ€˜grazersโ€™, maar zijn ook waardplanten voor veel soorten vlinders. Grote vossenstaart is een goed voedselgras voor de rupsen van diverse soorten zandoogjes, dikkopjes en uiltjes. Op grote vossenstaart komt net zoals op veel andere soorten gras een schimmel voor, kroonroest. Hier gaat de plant niet aan dood, maar wordt wel gevoeliger voor droogte.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ

Soort van dag 102: tureluur

(12 april 2023)

Tussen de vogels op de weilanden achter ons huis zit regelmatig een tureluur (foto linksonder). We horen hem vaker dan dat we hem zien. De tureluur heeft een kenmerkende roep. Hij is makkelijk te herkennen aan zijn rode poten en snavel. In de vlucht valt de brede witte achterrand van de vleugels op en daarmee onderscheidt hij zich van gelijkende soorten.

Buiten de broedtijd vind je tureluurs vooral in zoute milieus (Waddenzee, Deltagebied), maar ook wel in ondiepe plassen en op slikkige gronden in het binnenland. Ze broeden aan de kust op kwelders (foto rechtsonder) en in natte open duinvalleien, heiden en vennen. De meeste broedparen vind je in het binnenland. Daar kun je ze vinden op vochtige (plasdras), kruidenrijke graslanden met veel graspolletjes en veel slootjes en greppels en die laat gemaaid worden. Precies zoals de graslanden achter ons huis, dus. Tureluurs broeden vrij laat: eind mei is pas de helft van de jongen uit het ei gekropen. Na drie ร  vier weken zijn de jongen vliegensvlug.

Tureluurs eten in het broedseizoen vooral wormen, insecten en spinnen. Buiten de broedtijd eten ze ook kleine wadslakjes, vlokreeftjes, visjes en kikkervisjes.

De Nederlandse tureluurs zijn grotendeels standvogel. Tureluurs uit Noord-Scandinaviรซ en Rusland trekken helemaal naar West-Afrika.

Het aantal tureluurs (zowel broedparen als niet broedende exemplaren) nemen de laatste jaren licht in aantal af. Het aantal broedpaar ligt rond de 16.000-20.000. Oorzaken van de afname zijn de intensivering van de landbouw (waarbij graslanden homogener, droger en kruidenarmer zijn geworden en er eerder wordt gemaaid) in combinatie met lage waterpeilen. Ook op kwelders zijn ze door verruiging afgenomen. Het gaat wel beter met ze dan met andere weidevogels zoals de grutto en dat komt waarschijnlijk omdat ze minder kieskeurig zijn wat betreft hun broedgebied. De ouders komen steeds naar dezelfde plekken en kennen het broedgebied dus door en door. Tureluurs broeden graag in de buurt van kieviten, omdat kieviten felle nestverdedigers zijn. Daar profiteren de tureluurs ook van. Hier vind je meer informatie over waarom tureluurs mogelijk โ€˜de dans ontspringenโ€™.

Aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland ligt Plan Tureluur, aangelegd in 1991-2014. Hier is landbouwgrond teruggeven aan de natuur. Het gebied maakt deel uit van Nationaal Park Oosterschelde. De tureluur werd voor dit plan als symbool gekozen omdat deze vogel bijna het jaar rond hier te horen is. Plan Tureluur is een echt vogelparadijs, de moeite van een bezoek zeker waard.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats en kun je de eerdere soorten teruglezen.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ

Soort van dag 101: zilveren boomkussen

(11 april 2023)

Afgelopen dagen heb ik de ontwikkeling van een slijmzwam op een knotwilg in onze tuin gevolgd. Ik vermoed (en mensen uit de Facebookgroep Paddenstoelen met mij) dat het om het zilveren boomkussen gaat. Ik wacht nog op bevestiging van waarneming.nl.

Slijmzwammen zijn intrigerende organismen. Het zijn geen planten, geen dieren en zelfs geen schimmels. Het zijn eencelligen (amoeben) die in een kolonie (slijmmassa; plasmodium) leven. Deze cellen bewegen zich voort met schijnvoetjes (uitstulpingen). Bij dat voortbewegen gaat het plasmodium op zoek naar voedsel. Bijzonder is dat de slijmzwam hierbij de kortste weg zoekt. Bij een onderzoek was in een doolhof op twee plekken voedsel neergelegd. De slijmzwam veranderende zo van vorm dat het de kortste route naar het voedsel wist te nemen. Ook vormt het plasmodium zich zodanig dat er optimaal gebruik gemaakt wordt van de aanwezige voedselbronnen. Dit alles gebeurt als reactie op chemische signalen. Verder kan het plasmodium zich โ€˜herinnerenโ€™ als het al ergens geweest is. Dan wordt die plek gemeden. Slijmzwammen zijn zo โ€˜slimโ€™ dat ze zelfs een robot kunnen besturen; vraag me alleen niet hoe.

Het voedsel van een slijmzwam bestaat uit bacteriรซn, schimmeldraden en -sporen, gisten en eencellige algen. Uiteindelijk eindigt de slijmzwam als een vruchtlichaam met een stevig omhulsel waaruit later de sporen vrijkomen. Deze worden verspreid door wind en regen.

Meer over hoe โ€˜slimโ€™ slijmzwammen zijn en hoe ze zicht voortplanten, kun je hier lezen. En hier hoe je makkelijk zelf slijmzwammen kunt kweken. Toch eens proberen.

Terug naar het zilveren boomkussen. Deze slijmzwam kun je het hele jaar aantreffen maar is vooral in het voorjaar te zien. Volgen de Verspreidingsatlas komt het zilveren boomkussen voor op naaldbomen; volgens Wikipedia en verschillende andere websites juist op loofbomen. In onze tuin zit het op het dode gedeelte van een knotwilg. Hierop heb ik afgelopen jaren nog veel meer soorten waargenomen met als grootste de grote bonte specht (in 2021 had die er een nest in). Het vruchtlichaam is kussenvormig en heeft een diameter van 1 tot 8 cm. De inhoud is aanvankelijk zacht en wit (je kunt het indrukken); daarna wordt het droog en chocoladebruin door de sporen. De buitenkant is eerst wit, daarna zilverachtig (parelmoerachtig) glanzend en ten slotte chocoladebruin. Op de foto zie je achtereenvolgens het stadium op 2 april, 4 april, 8 april en 10 april.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ช๐˜ด๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฌ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ฎ๐˜บ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 100: lieveheersbeestjes

(10 april 2023)

Het is vandaag de laatste dag van de Week van de Groene Tuin. Groene tuinen dragen bij aan de biodiversiteit. Verder zijn ze belangrijk voor klimaatadaptatie (aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering).

Als je je tuin vergroent, denk dan ook eens aan het planten van inheemse planten. Dat is goed voor allerlei insecten, vogels enzovoort. En gebruik biologische, gifvrije planten en zaden! Hier zie je waar die verkrijgbaar zijn.

Vorig jaar heb ik meegewerkt aan een boekje voor kinderen over het vergroenen van je tuin: โ€œDe Tuin met Stipโ€, met als hoofdrolspeler een lieveheersbeestje. Daarom vandaag aandacht voor รฉรฉn van de meest geliefde groepen insecten: de lieveheersbeestjes.

Lieveheersbeestjes zijn kleine kevers van 0,2-1 cm groot. Enkele soorten leven van planten of schimmels. De meeste eten insecten (zoals bladluizen) en mijten. In Nederland komen zoโ€™n zestig soorten voor. Je hebt ze in het rood, geel, wit, zwart en/of oranje en vaak zijn ze gestippeld. Met hun uiterlijk waarschuwen ze potentiรซle predatoren dat ze niet lekker zijn. Als je een lieveheersbeestje op je hand hebt, laat het vaak een gele vloeistof achter. Deze vloeistof stinkt en is bitter. Hiermee wil het beestje een belager afweren.

In de collage zie je links boven Aziatische lieveheersbeestjes met een tweestippelig lieveheersbeestje (de kleine). Rechts boven: larve van een lieveheersbeestje. Onderaan van links naar rechts: dertienstippelig lieveheersbeestje, zevenstippelig lieveheersbeestje en citroenlieveheersbeestje. Deze laatste eet meeldauw; de andere eten allemaal bladluizen.

Ik beperk me nu even tot de bladluis-etende lieveheersbeestjes. Deze hebben als volwassen insect overwinterd. Na de winterslaap gaan ze eerst eten. In april/mei paren ze en zetten de vrouwtjes de eitjes af. Na zoโ€™n vier dagen komen daar de larven uit die gelijk beginnen met eten. Ze eten de luizen niet echt op, maar zuigen ze leeg. Na zes weken zijn de larven groot genoeg om zich te verpoppen tot de ons wel bekende lieveheersbeestjes. Vaak komt er in de zomer nog een generatie. De jongvolwassen beestjes eten hun buik vol en gaan op zoek naar een overwinteringsplek. Afhankelijk van de soort kruipen ze dan met een groepje bij elkaar in de grond of onder de strooisellaag of ze zoeken een plekje bij ons in huis, bijvoorbeeld in de sponningen van een raam. Daar wachten ze tot het voorjaar wordt. Een lieveheersbeestje eet in zijn leven ongeveer 5.000 bladluizen.

In de strijd tegen bladluizen is in 2004 het Aziatisch lieveheersbeestje ingevoerd. Deze kan zich goed handhaven en gedraagt zich inmiddels als een invasieve exoot. Als de bladluizen op zijn, eten ze namelijk andere soorten lieveheersbeestjes, rupsen en vlindereitjes. Hiermee vormen ze een bedreiging voor inheemse soorten. Ze zien er heel divers uit (wat betreft kleur, aantal stippen). Ze zijn relatief groot en herkenbaar aan de M-vormige tekening op het halsschild. Het rugschild is van achteren wat geplooid. Deze lieveheersbeestjes overwinteren (samen met het kleinere inheemse tweestippelig lieveheersbeestje) in huis.

Tenslotte nog de naam. Voor de kerstening was de Germaanse naam van het kevertje โ€œFreyafugleโ€ (vogel van de godin Freya). Deze naam werd verchristelijkt tot onzelievevrouwebeestje of (onze)lieveheersbeestje. Lieveheersbeestjes hebben heel veel (streek)namen. De meest bekende is kapoentje. Die verwijst naar de naam โ€˜haantjesโ€™ voor kleine kevertjes.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜Œ๐˜๐˜š

Soort van dag 99: dotterbloem

(9 april 2023)

Vandaag is het Pasen. Verschillende bloemen die rond Pasen bloeien, worden โ€˜paasbloemenโ€™ genoemd zoals het madeliefje en de dotterbloem. Sleutelbloemen dragen de volksnaam โ€˜paasroosjesโ€™ en narcissen โ€˜paasleliesโ€™. Vanwege Pasen vandaag aandacht voor de dotterbloem.

De dotterbloem is een opvallende voorjaarsbloeier. Bij ons in de buurt staan flinke pollen langs de Kromme Mijdrecht, op oeverlandjes, langs sloten en bij ons in de tuin, uiteraard. Het is een soort van  moerassen, natte graslanden en waterkanten. De plant kan 15 tot 50 cm hoog worden. De bloemen zijn opvallend groot en dooiergeel (vandaar de naam dotterbloem). In de nazomer en herfst vind je ook wel eens een bloeiende plant.

De dotterbloem hoort tot de ranonkelfamilie (net zoals de al eerder beschreven soorten speenkruid, bosanemoon en winterakoniet). Je kunt zien dat deze plant verwant is aan boterbloemen, maar je zult het er niet zo snel meer verwarren. De plant is fors, met hartvormige bladeren. De bloemen hebben een doorsnede van 2 tot 5 cm. De bloemen bevatten veel stuifmeel en nectar. De bloemen worden bezocht door vliegen, kevers en bijen. Op de foto linksonder bezoekt een gitje (een zweefvlieg) de dotterbloem. Na de bevruchting groeien de vruchtbeginsels uit tot kokervruchten die wel wat weg hebben van kleine peultjes. De rijpe zaden worden door het water verspreid.

De soort houdt van (matig) voedselrijke bodems, maar is niet bestand tegen bemesting. Ze kwam vroeger algemeen voor op drassige hooilanden en in weilanden met kwel. Deze plekken zijn grotendeels verdwenen. Daarom zie je de dotter nu vooral nog aan waterkanten staan.

Er is een klein vlindertje, de dotterbloemoermot, dat de helmknoppen openbijt om bij het stuifmeel te kunnen. Dat is bijzonder want de meeste vlinders kunnen niet bijten; alleen de primitieve oermotten kunnen dat. De rups van dit oervlindertje leeft ook op de dotterbloem. De vlinder heeft een spanwijdte van 1 cm. Nog eens goed zoeken, want ik heb hem nog niet gezien.

Er is een afwijkende vorm van de dotterbloem, de spindotter. Deze heeft kruipende stengels en hij wortelt op de verdikte knopen. Ook heeft deze ondersoort veel minder bloemen. Je kunt hem vinden langs rivieren met enige getijdebeweging (Hollands Diep, Haringvliet) en in de buurt van het Lauwersmeer.

Net zoals andere soorten van de ranonkelfamilie is de dotterbloem licht giftig. Vee zal deze plant niet eten. Hooi met een beetje gedroogde dotterbloemen erin kan geen kwaad. In Duitsland worden de bloemknoppen als vervanging van kappertjes in azijn ingelegd. En net zoals bij speenkruid kun je (met mate) de bladeren eten als de plant nog niet bloeit.

De weersverwachtingen zijn goed voor dit paasweekend. Dus ga erop uit en zie deze โ€˜paasbloemenโ€™ er op hun paasbest bij staan!

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ด๐˜บ๐˜ฎ๐˜ฃ๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ช๐˜ฌ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ฏ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 98: wilde gagel

(8 april 2023)

Een struik die momenteel in bloeit staat, is de wilde gagel. Deze vind je op zure, venige bodems die โ€™s winters nat zijn, zoals in laagveenmoerassen, moerasbossen, natte heidevelden en (kalkarme) duinvalleien. Hij staat in Nederland op de Rode Lijst met planten die algemeen voorkomen, maar sterk in aantal afnemen.

Deze struik hoort bij mijn jeugd. Als we als gezin op zondag naar de Oisterwijkse vennen gingen, moest ik altijd even aan de struik ruiken. Waar ik nu woon, in het laagveengebied, zie ik hem bij Loosdrecht en Nieuwkoop (o.a. bij Lusthof De Haeck). Uiteraard hebben we ook meerdere exemplaren in onze tuin staan.

Het zijn relatief lage struiken, tot 1,5 meter hoog. Ze bloeien in april-mei met goudkleurige katjes. Meestal is de struik tweehuizig, d.w.z. op een struik komen alleen mannelijke of alleen vrouwelijke katjes voor. Maar sommige struiken zijn eenhuizig (dus met mannelijke รฉn vrouwelijke katjes). En het schijnt dat een struik van geslacht kan wisselen. Mannelijke katjes zijn langwerpig, vrouwelijke meer gedrongen. De wind zorgt voor de bestuiving.

Na de bloei verschijnt het blad: spatelvormig met aan de onderkant harspuntjes met harsklieren. Heel kenmerkend is de geur; wrijf maar eens een blaadje of een twijg tussen je vingers en je vergeet de geur nooit meer. In de zomer verschijnen de mannelijke katjes al in de oksels van de bladeren (zie foto). De vrouwelijke katjes verschijnen pas een maand voor de bloei.

Net zoals bij de zwarte els zitten op de wortels wortelknolletjes. Hierin leven bacteriรซn die stikstof uit de lucht binden. Op deze manier maakt gagel zijn omgeving dus voedselrijker. Gagel groeit vaak in struwelen zonder andere struiken ertussen. Dat heeft vooral te maken met de wisselende waterstand waar gagel tegen kan en andere struiken en planten meestal niet. Onder gagel komt vaak veenmos voor. Na ontwatering verdwijnen de veenmossen en vind je vooral het gras pijpenstrootje onder de gagelstruiken.

Mensen hebben de struik op verschillende manieren gebruikt: tegen kiespijn en huidziekten, als afrodisiacum en hallucinerend middel, om insecten (vlooien) te weren, bij het leerlooien en als verfstof. Het blad van de gagelstruik werd vanwege zijn bittere smaak in de middeleeuwen gebruikt in gruit, het kruidenmensgel dat bier van smaak voorzag en zorgde voor langere houdbaarheid. Vanaf de 14e/15e eeuw is gagel vervangen door hopbellen. Uiteraard zijn er (hobby)bierbrouwers die weer bier met gagelblad maken, zoals onze zoon Marijn.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜–๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 97: bever

(7 april 2023)

Vandaag is het de internationale dag van de bever. Deze datum is niet willekeurig gekozen. 7 april was namelijk de verjaardag van Dorothy Richards, in Noord-Amerika bekend als de โ€˜Beaver Womanโ€™ of โ€˜Beaver Ladyโ€™, omdat ze meer dan vijftig jaar onderzoek naar bevers deed.

In 1826 verdween de laatste bever uit Nederland. Dat kwam door intensieve bejaging en verlies aan geschikt biotoop. Ruim anderhalve eeuw later werd de bever opnieuw geรฏntroduceerd; eerst in de Biesbosch en daarna ook in andere gebieden. In Flevoland komen ze voor omdat ze ontsnapt zijn uit Natuurpark Lelystad. Inmiddels komen in alle provincies bevers voor. Het aantal wordt geschat op 3.500 exemplaren.

De bever is het grootste knaagdier van Europa. Hij is ongeveer een meter lang, vrij plomp gebouwd en herkenbaar aan zijn platte staart. Zeer kenmerkend zijn de grote voortanden, bedekt met een harde laag oranje glazuur. Hiermee kunnen bevers vrijwel alle houtige gewassen doorknagen. Bevers worden vaak verward met beverratten. Deze hebben een ronde staart en witte snorharen. Jonge bevers worden wel eens verward met muskusratten. Beverratten en muskusratten zijn beide invasieve exoten.

Ik heb zelf nog nooit een bever gezien. Daarom heb ik een foto van Ralf Schick geleend via Pixabay. Sporen van bevers ben ik wel regelmatig tegengekomen. Rechts zie je fotoโ€™s van knaagsporen met spaanders (uit het Jammerdal bij Venlo en uit het oosten van Duistland). Linksonder is een beverburcht bij Heerewaarden. Rechts zie je een beverdam in een beek bij Achouffe in de Ardennen.

Bevers vind je in overgangsgebieden van land en water, met bomen op de oevers. Ze hebben een voorkeur voor moerassige plekken waar wilg en populier staan. Het water moet een diepte van minimaal een halve meter hebben. Om de gewenste waterdiepte te krijgen maken ze dammen in beken en smalle rivieren. Bevers passen door het bouwen van dammen en het omknagen van bomen en struiken hun eigen leefomgeving aan. Ze hebben hiermee een grote invloed op het landschap, zowel in positieve zin (vergroten van de biodiversiteit) als negatieve zin. Inmiddels is er sprake van overlast door bevers: invloed op de waterstand en graaf- en vraatschade, bijvoorbeeld aan waterbouwwerken. Via maatwerk probeert men hier iets aan te doen, want bevers zijn strikt beschermd. Zie ook https://www.kenniscentrumbever.nl/.

Een burcht bestaat uit op elkaar gestapelde takken waartussen waterplanten en modder zijn aangebracht. De ingang ligt onder water. Een burcht kan enkele vierkante meters groot en een paar meter hoog zijn.
Bevers zijn vooral โ€™s nachts actief. Overdag slapen ze in holen en burchten of op legers. In de winter eten ze vooral boombast, twijgen en wortelstokken van waterplanten. In de zomer eten ze kruidachtige waterplanten maar ook boombladeren. Sommige bevers leggen bij hun burcht een wintervoorraad van takken aan.

De bever leeft alleen of in een kleine familie. Zoโ€™n familie bestaat uit een ouderpaar, enkele jongen van vorig jaar en twee tot vier nieuwelingen die tussen april en juli worden geboren. De jongen van vorig jaar helpen mee met de verzorging van de nieuwelingen. Elke familie heeft een eigen territorium. Deze kunnen elkaar soms overlappen. Het territorium wordt gemarkeerd met geurstoffen, het zogeheten bevergeil, afkomstig uit een speciale klier.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

Bronnen: Zoogdiervereniging, Wikipedia, Natuurmonumenten, Kenniscentrum Bever