Soort van dag 136: veldzuring

(16 mei 2023)

Veldzuring is een plant van matig voedselrijke en matig vochtige graslanden. Deze graslanden kunnen door de bloeiende planten een rode waas krijgen. Helaas zien we dat steeds minder omdat veel graslanden sterk bemest zijn en daar kan veldzuring niet tegen. Veldzuring zien we vaak samen met scherpe boterbloem. Op natte plekken zie je daar dan nog de echte koekoeksbloem en het gras gestreepte witbol bij. Veldzuring komt ook voor op open plekken in bossen; daar is ze bleekgroen van kleur.

In Heukelsโ€™ Flora van Nederland staan dertien zuringsoorten vermeld. Veldzuring is vrij makkelijk van de andere soorten te onderscheiden door naar de bladeren te kijken. De bladeren zijn langgerekt-pijlvormig met naar beneden gerichte voetslippen. De bladeren van het bladrozet zijn gesteeld. De bladeren langs de stengels zijn zittend. De twee pijlvormige uitsteeksels aan de voet omvatten de stengel, wat op de foto linksboven goed te zien is. De bladeren zijn niet of weinig gekroesd.

Veldzuring is tweehuizig, dat wil zeggen: de plant heeft mannelijke of vrouwelijke bloemen (fotoโ€™s in het midden). De mannelijke planten blijven kleiner dan de vrouwelijke. De bloemen zijn klein en rood-groen van kleur. De plant bloeit in mei en juni. De bestuiving gebeurt door de wind. De vruchten (een nootje) hebben vruchtkleppen die rood of roodgerand zijn (foto midden rechts).

Alle zuringsoorten bevatten, net zoals de verwante gewassen rabarber en spinazie, oxaalzuur. In grote hoeveelheden is dat giftig voor vee en mensen. Koeien mijden de planten dan ook. Van de verschillende wilde zuringsoorten is veldzuring in beperkte mate geschikt voor consumptie. Je kunt de blaadjes die veel vitamine C bevatten, verwerken in bijvoorbeeld zuringsoep of een salade. Ik vind het lekker om al wandelend op een blaadje te knabbelen; dat smaakt naar zure appeltjes. Vroeger werd veldzuring ook medicinaal gebruikt.

Oxaalzuur is een afweerstof tegen dieren die van de plant willen eten. Verschillende soorten insecten hebben er geen last van en zijn juist aangewezen op zuring. Voorbeelden daarvan zijn de vuurvlinders, verschillende haantjes en enkele snuittorretjes. Op de fotoโ€™s onderaan zie je de rups van de zuringuil, kleine vuurvlinders en de zuringrandwants. Er is ook een roestschimmel die op zuring te vinden is: zuring-rietroest; deze veroorzaakt gallen op de bladeren van zuring.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ

Soort van dag 135: gewone oorworm

(15 mei 2023)

De (gewone) oorworm heeft een misleidende naam. Allereerst is het een insect en geen worm. En wat heeft het met een oor te maken? Oorwormen zouden in onze oren kruipen, het trommelvlies doorboren en eitjes leggen in onze hersenen, zo dacht men vroeger. Gedroogde en vermalen oorwormen werden gebruikt als medicijn tegen oorklachten. Hoe kwam men op het ideeโ€ฆ

Wereldwijd komen 1.800 soorten voor, in Nederland vijf. De meest algemene in Nederland is de gewone oorworm. Deze is in elke tuin te vinden. Over oorwormen is best veel bekend, omdat mensen ze als nuttig รฉn als schadelijk beschouwen.

Oorwormen herken je aan hun slanke lijf met tangvormig aanhangsel. De โ€˜tangโ€™ van het mannetje is krommer dan die van het vrouwtje. De tang gebruikt een oorworm om mee te dreigen en bij de paring. Ze kunnen er niet mee steken, hooguit knijpen, maar een mens voelt daar weinig van. De gewone oorworm heeft een bruinrode kleur. Volwassen exemplaren zijn 1,2 tot 1,5 cm lang. Oorwormen lijken op het eerste gezicht vleugelloze insecten. Toch kunnen de meeste soorten vliegen. De twee paar vleugels zijn zeer ingewikkeld opgevouwen.

Oorwormen zijn vooral โ€˜s nachts actief. Overdag verstoppen ze zich in nauwe holtes en spleten. Vaak vind je ze onder stenen en bloempotten of achter de schors van een dode boom. Soms vind je ze ook in bloemen zoals dahliaโ€™s of in zaaddozen. Op al deze plekken is het vochtgehalte optimaal om te kunnen overleven. In de winter houden ze een winterslaap onder de grond.

Oorwormen zijn alleseters. Ze eten zachte delen van planten zoals jonge blaadjes, wortels en fruit. Vooral bij de teelt van zacht fruit (perziken, abrikozen) kunnen ze schade veroorzaken. Verder eten ze zachte insecten zoals bladluizen. Oorwormen worden daarom wel in de tuinbouw ingezet als bladluisbestrijder. Verder zijn het afvalopruimers. Jonge oorwormen eten insecteneieren. Zelf worden oorwormen gegeten door allerlei insectenetende dieren.

Bijzonder is dat bij oorwormen broedzorg voorkomt. Bij de veenmol ook, maar bij de oorworm gaat de liefde van de moeder nog veel verder. Oorwormen graven in de herfst een nest in de grond waar ze in de winter verblijven. In het voorjaar legt het vrouwtje daarin haar eitjes. Ze likt ze regelmatig schoon om ze vochtig en schimmelvrij te houden. Ze blijft bij de eitjes tot ze uitkomen; het enige wat ze in die tijd eet, zijn bedorven eitjes. Vervolgens bewaakt ze de jonge oorwormen (nimfen). Er zijn ook soorten die hun jongen voeden. De zorg voor de eitjes en de jongen vraagt zoveel van de moeder, dat ze er uitgeput van raakt en sterft. Vervolgens is ze een voedzaam hapje voor haar eigen kroost. Nimfen van oorwormen vervellen vier keer en dan zijn ze volwassen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ธ๐˜ถ๐˜ณ.๐˜ฏ๐˜ญ

Soort van dag 134: kuifeend

(14 mei 2023)

Verschillende eendensoorten zijn al aan de orde geweest: wilde eend, krakeend en bergeend. Vandaag aandacht voor mijn favoriete eend, de kuifeend. In de winter zien we die in groepen op de Kromme Mijdrecht voor ons huis. Verder zie je ze in de winter in grote groepen op diepe wateren zoals het IJsselmeer dobberen (foto bovenaan), samen met toppers en tafeleenden. De kuifeenden die je โ€™s winters ziet, broeden in Noord- en Centraal-Europa. Kuifeenden die bij ons broeden, overwinteren in Zuidwest-Europa. Dus de kuifeenden die we nu in de poldersloten zien, zijn andere dan die we in de winter zagen. Het zijn er ook minder: in de winter verblijven hier zoโ€™n 250.000 kuifeenden; in het voorjaar broeden 20.000 paartjes in ons land.

Kuifeenden zijn zogenaamde duikeenden. Ze duiken tot drie meter diep op zoek naar voedsel. Ze eten waterdiertjes en waterplanten. Hun voorkeur gaat uit naar schelpdieren, zoals zoetwatermossels. Foerageren doen ze vooral โ€™s nachts.

Mannetjes zijn opvallend zwart met witte flanken, vrouwtjes overwegend bruin met lichtere flanken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een kuif, maar deze valt bij de mannetjes het meest op. Verder hebben ze een geel oog en een grijsblauwe snavel. Hun poten staan, net zoals bij andere duikeenden, ver naar achteren. Dat is handig bij het voortbewegen onder water; lopen op het land gaat daardoor moeilijk. Hier hoor je de roep van de kuifeend.

Kuifeenden broeden relatief laat: vanaf begin mei. Eind mei kunnen we de eerste kuikens verwachten. Het nest maken ze tussen de planten aan de oever van voedselrijke wateren. In Nederland zijn dit meestal weidegebieden met veel sloten en vaarten. De jongen zijn donkerbruin met een vrij grote snavel.

De aantallen namen vanaf 1950 flink toe. Mogelijk heeft dat te maken met de verdroging en ontginnen van leefgebieden in Oost-Europa en de toename van de voedselrijkdom van de Nederlandse wateren. Nu zijn de aantallen stabiel.

Het valt mij altijd op dat ik in de winter op de Kromme Mijdrecht meer mannetjes dan vrouwtjes zie. Uit onderzoek blijkt dat in groepen de verhouding 62% mannetjes tegenover 38% vrouwtjes is. Over het waarom van deze scheve geslachtsverhouding bestaan verschillende theorieรซn. Mogelijk worden vrouwtjes tijdens het broeden vaak gepredeerd. Maar het kan ook zijn dat mannetjes en vrouwtjes gedeeltelijk in andere overwinteringsgebieden zitten om concurrentie te voorkomen. Iets om nader te onderzoeken.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•

Soort van dag 133: stinkende gouwe

(13 mei 2023)

Met dank aan de mieren staat in onze tuin nu op veel plekken de stinkende gouwe te bloeien. Op het eerste gezicht lijkt de plant een kruisbloemige met zijn vier kroonblaadjes en de vruchten die op hauwen lijken. Toch hoort deze plant tot een andere familie, namelijk de papaverfamilie. Stinkende gouwe heeft net zoals klaprozen en andere papaversoorten melksap.

De plant wordt zoโ€™n zeventig centimeter hoog. De diep ingesneden bladeren hebben een blauwgroene waas. De bloemen zijn heldergeel en ongeveer twee centimeter in doorsnede. Ze hebben twee kelkbladeren, vier kroonbladeren, veel meeldraden en een stamper. De bloemen staan met twee tot zes bij elkaar in een soort scherm. De plant bloeit van april tot in de herfst. De bloemen worden o.a. door (honing)bijen, hommels en zweefvliegen bezocht. Als afwijking vind je soms planten met gevulde bloemen. Hierbij zijn de meeldraden omgevormd tot kroonblaadjes.

De vrucht is een doosvrucht van twee tot vijf centimeter lang, die zich van onderaf met twee kleppen opent. De zwarte zaden hebben een wit aanhangsel (mierenbroodje) en worden door mieren versleept. Er zijn wel vijftien mierensoorten bekend die de mierenbroodjes voor hun larven verzamelen.

De naam โ€˜gouweโ€™ komt niet vanwege de goudgele bloemen, maar vanwege het gele melksap. โ€˜Stinkendeโ€™ zou te maken hebben met de onaangename geur van de plant. Ik vind dat wel overigens meevallen. Stinkende gouwe heeft nog meer namen zoals wrattenkruid, ogenklaar en zwaluwkruid. Dat laatste omdat de plant begint met bloeien als de zwaluwen arriveren en uitgebloeid is als de zwaluwen weer vertrekken. De andere namen verwijzen naar de geneeskrachtige werking die men de plant toedicht(te).

Het gele melksap wordt wel gebruikt als middel tegen wratten. Ook werd het gebruikt tegen galkwalen. Omdat de kleur aan gal doet denken, zou het goed zijn voor de galblaas. Geneeskrachtige werkingen toedichten op basis van uiterlijke kenmerken van een plant wordt signatuurleer genoemd. Ook werd het melksap tegen oogkwalen gebruikt. De plant bevat verschillende alkaloรฏden: deze stoffen beschermen de plant tegen vraat en maken het ook voor mensen giftig bij inname.

In heel Nederland is de plant te vinden; in het noorden van ons land komt hij wat minder voor. Natuurlijke plekken waar stinkende gouwe groeit, zijn licht beschaduwde plekken zoals bosranden en struwelen. Stinkende gouwe houdt van een voedselrijke bodem. Je ziet de plant vaak samen met robertskruid, dagkoekoeksbloem, look-zonder-look, akkerkool, klimopereprijs en hondsdraf.

Het is een plant die je veel in de stedelijke omgeving ziet. Vanwege de geneeskrachtige werking werd de plant in kruidentuinen aangeplant en van daaruit verspreidde het zich binnen de bebouwde kom. De plant groeit ook op oude stadsmuren.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜š๐˜ต๐˜ข๐˜ฅ๐˜ด๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข ๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜“๐˜ข๐˜จ๐˜ฆ ๐˜“๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ฏ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 132: vleermuizen

(12 mei 2023)

Gisteravond om ongeveer kwart over negen ging ik naar buiten: kijken of ik vleermuizen zag. Dit alvast als voorbereiding op de Nationale Vleermuistelling vandaag en morgen (12 en 13 mei). Hoe die telling in zijn werk gaat, lees je hier. Hier vind je ook een zoekkaart met de meest voorkomende vleermuizen. Pas om tien over tien zag ik een vleermuis boven onze tuin. Welke, dat kon ik niet ontdekken. Ze zijn zo snel en wendbaar. Een foto maken lukte al helemaal niet.

De enige foto die ik van een vleermuis heb, is van een dode dwergvleermuis. Daarom heb ik een foto van Wikipedia gebruikt (gewone dwergvleermuis door Barracuda1983 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2077104).

Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. Dit doen ze met hun handen die uitgegroeid zijn tot vleugels. Tussen hun lange vingers zit een vlieghuid die doorloopt tot hun achterpoten. In Nederland komen achttien verschillende soorten voor, allemaal insecteneters. De meest voorkomende is de gewone dwergvleermuis. Deze past in een luciferdoosje, weegt net zoveel als een suikerklontje en heeft een spanwijdte van 18 tot 24 centimeter. De grootste in Nederland voorkomende vleermuis is de vale vleermuis. Deze heeft een spanwijdte van 35 tot 45 centimeter.

Fascinerend is hoe vleermuizen hun prooi weten te vinden. Ze stoten geluiden uit die tegen de prooi weerkaatsen en weer door de vleermuis worden opgevangen. Deze geluiden kunnen wij niet horen. Met een speciale batdetector kunnen deze geluiden โ€˜vertaaldโ€™ worden naar een voor ons hoorbare frequentie. Elke vleermuis heeft zijn eigen geluid.

โ€™s Winters zijn er nauwelijks insecten. Daarom gaan de vleermuizen die bij ons voorkomen in winterslaap. Van nature doen veel vleermuissoorten dat in grotten. Forten, ijskelders en bunkers zijn daar goede alternatieven voor. Sommige soorten overwinteren in boomholtes. Dwergvleermuizen overwinteren vooral in huizen (in de spouw of op zolder).

Vleermuizen zijn โ€™s nachts actief. Overdag verbergen ze zich, bij voorkeur op een warme plek. Die vinden ze op zolders, onder afdakjes en aan boomtakken. De gewone dwergvleermuis verblijft ook in spouwen en onder dakpannen. Je kunt hiervoor ook speciale vleermuiskasten ophangen.

In de lente verenigen de vrouwtjesvleermuizen zich in kraamkolonies. Hierbij gaat het ook om warme plekken. De gewone dwergvleermuis vindt bijvoorbeeld op het zuiden gerichte spouwmuren een fijne plek. De moeders laten hun jong โ€™s nachts in de kraamkolonie achter terwijl zij gaan jagen.

In Nederland zijn alle vleermuizen wettelijk beschermd en het doden van de dieren, evenals het vernietigen van hun verblijfplaats, is volgens de Wet Natuurbescherming verboden. Dat betekent dat vleermuizen vervangende verblijfplaatsen moeten krijgen bij sloop, nieuwbouw, renovatie, isolatie of bomenkap. Dit klinkt makkelijk, maar elke vleermuissoort stelt andere eisen. Een soort die het hierbij erg moeilijk heeft, is de meervleermuis. Daarom is 2023 uitgeroepen tot het Jaar van de Meervleermuis. Bij nieuwbouw worden steeds vaker verblijfplaatsen voor vleermuizen ingebouwd.

Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring bij hun verblijfplaatsen, op vliegroutes en in hun jachtgebied. Vooral straatverlichting kan leiden tot pijnlijke verblinding en de oriรซntatie verstoren. Daarvoor is een speciale โ€˜batlampโ€™ ontwikkeld, met UV-vrij licht.

Over vleermuizen valt nog veel meer te vertellen. Hier vind je meer informatie. (En wellicht komt er nog een keer een stukje over vleermuizen of een vleermuissoort.)

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ก๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ท๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฆ๐˜ฏ๐˜ช๐˜จ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜ท๐˜ญ๐˜ฆ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ถ๐˜ช๐˜ด.๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ต

Soort van dag 131: groene kikkers

(11 mei 2023)

In deze tijd van het jaar horen we elke avond en nacht het koorgezang van groene kikkers opstijgen uit de sloten om ons huis. Ook overdag horen we ze wel, vooral als er een vrachtwagen voorbij dendert of een vliegtuig overvliegt. Want dat geluid willen de kwakende mannetjes graag overstemmen. Goed zien doe ik ze meestal niet: ze springen het water in als je ze nadert en verstoppen zich tussen de waterplanten. De kikkers op de fotoโ€™s heb ik bij poeltjes op Voorne en bij Palingbeek in West-Vlaanderen gefotografeerd. Daar kon ik ze rustig bekijken.

Dรฉ groene kikker bestaat overigens niet. In Nederland komen drie soorten voor: meerkikker (grote groene kikker), poelkikker (kleine groene kikker) en bastaardkikker (middelste groene kikker). Deze laatste is een kruising van de meerkikker. In de natuur kunnen hybriden zich vaak niet voortplanten; de bastaardkikker kan dat wel. Om zeker te weten met welke soort je te maken hebt, zou je ze moeten vangen en goed naar de onderscheidende kenmerken moeten kijken. Dat laat ik liever aan experts over. Je kunt ze ook op basis van geluid onderscheiden. Eieren, larven en jonge kikkers zijn niet op soort te determineren.

De meerkikker komt vooral in de noordwestelijke helft van ons land voor (in zeeklei- en veenweidegebieden). De poelkikker vind je vooral in het zuiden en oosten van het land (op hogere zandgronden). De bastaardkikker komt door heel Nederland voor.

Groene kikkers hebben een groene rug met bruine vlekken. Over het midden van de rug loopt een groene streep. Ze hebben, in tegenstelling tot de bruine kikker, geen donkere vlek over het trommelvlies en achter het oog. Bruine kikkers hebben geen kwaakblazen; groene kikkers wel. Door de kwaakblazen wordt het gekwaak versterkt.

Groene kikkers worden later in het voorjaar actief dan bruine kikkers. Vanaf mei worden de eiklompen afgezet. De meeste kikkervisjes kun je tussen half juni en half augustus vinden. Daarna transformeren ze tot kikkers en kruipen ze het land op. Meerkikkers en bastaardkikkers graven zich voor de winter in in de modderlaag van sloten, vijvers enzovoort. Poelkikkers overwinteren op het land.

Volwassen groene kikkers eten allerlei soorten ongewervelde dieren zoals insecten (en hun larven), spinnen en slakken. Ook eten ze kleine gewervelde dieren zoals jonge muizen, jonge vogels en kleinere amfibieรซn. Kikkers staan zelf op het menu van reigers, ooievaars, buizerds, zwarte kraaien, ratten, egels, bunzings, hermelijnen, vossen, ringslangen en snoeken.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜™๐˜ˆ๐˜๐˜–๐˜•, ๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฌ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ด๐˜ช๐˜ต๐˜ฆ.๐˜ฏ๐˜ญ, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ

Soort van dag 130: gewone smeerwortel

(10 mei 2023)

Gewone smeerwortel hoort tot de familie van de ruwbladigen. Tot deze familie horen bijvoorbeeld ook de vergeet-mij-nietjes. Kenmerkend voor deze familie is de ruwe beharing van stelen, bladeren en knoppen. De bloemen zijn vijftallig. Ze staan in een zogenaamde schicht (foto rechtsonder). Voor de bloei zijn de schichten als een slakkenhuis opgerold.

Gewone smeerwortel is een vrij grove plant die 30-100 cm hoog wordt. Hij kan in allerlei kleurschakeringen bloeien: blauwpaars, paarsrood, roze, roomwit en wit. De bloemkroon is buisvormig met teruggeslagen lobjes. De planten bloeien van eind april tot in september. De vruchten (nootjes) worden door mieren verspreid.

De plant wordt door allerlei insecten bestoven: hommels, vlinders, bijen, gaasvliegen en zweefvliegen. Insecten met een lange tong kunnen bij de nectar die diep weggestopt in de bloem zit. Insecten met een korte tong kunnen daar niet bij; sommige maken een gat in de buitenkant van de buis van de bloemkroon. Deze gaten vallen op door de bruine rand (foto rechtsboven). โ€˜Diefstal met inbraakโ€™, wordt dit wel genoemd, want het insect komt niet langs het stuifmeel en zo wordt de plant niet bestoven. Op de foto bovenaan zie je een akkerhommel op gevlekt longkruid, ook een ruwbladige.

Ruwbladigen zijn voedselplanten voor allerlei soorten snuitkevers. Een daarvan is gespecialiseerd op smeerwortel. Er zijn nog meer insecten gespecialiseerd op smeerwortel: bladhaantjes, een glanskever, een galmug, een mineervlieg, een netwants en een bladluis. Andere specialisten zijn de smeerwortelmycena (een paddenstoel), een roest en een meeldauwsoort. Ik ga dit jaar eens letten op al die smeerwortelspecialisten.

Gewone smeerwortel groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, langs slootkanten en op dijkhellingen. Op de Waddeneilanden en hogere zandgronden is de soort zeldzaam. Plantensoorten die gewone smeerwortel vaak vergezellen, zijn grote vossenstaart, haagwinde, gewone berenklauw, fluitenkruid, speenkruid en rietgras.

De naam smeerwortel dankt de plant aan de wortelstok die taai en slijmerig is. Van de wortel worden al sinds de Oudheid smeersels gemaakt die gebruikt worden bij wondgenezing, kneuzingen en gewrichtsontstekingen. De smeerwortel wortelt vrij diep en haalt zo belangrijke voedingsstoffen naar boven. Bij het afsterven van het blad komen deze stoffen ter beschikking aan andere planten. Je kunt van de bladeren ook gier maken en deze als meststof toedienen. Er zijn mensen die jonge delen van de  smeerwortel eten, maar er zitten stoffen in die leverbeschadiging kunnen veroorzaken.

Naast de gewone smeerwortel kun je ook verwilderde smeerwortels tegenkomen. Voorbeelden zijn de Kaukasische smeerwortel met blauwe bloemen en de kruipende smeerwortel met bleekgele bloemen die vaak als bodembedekker wordt gebruikt. Er zijn ook kruisingen met de inheemse gewone smeerwortel.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข

Soort van dag 129: kluut

(9 mei 2023)

Een van de mooiste vogels vind ik de kluut. Hij is goed te herkennen aan zijn wit-zwarte verenkleed, lange ranke poten met zwemvliezen en opgewipte snavel. De kluut is een onomatopee (roept zijn eigen naam).

Kluten zien we bijvoorbeeld op de inlagen langs de Oosterschelde, maar ook in de natuurcompensatieplasjes langs de N201 bij Uithoorn. Afgelopen zaterdag kwamen we toevallig langs een broedkolonie in De Putten bij Camperduin. Daar konden we ze in alle rust (ook voor de vogels) bekijken. Kluten zijn waadvogels, die ook kunnen zwemmen. Je ziet ze dan ook op open terreinen met weinig begroeiing en ondiep water. Een gebied zoals De Putten, dus.

Kluten zijn pioniers: als er ergens een nieuw nat en onbegroeid natuurgebied ontwikkeld is, verschijnen er direct kluten, samen met visdiefjes en bontbekplevieren. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Marker Wadden in 2016. Als zoโ€™n gebied begroeid raakt, zullen de kluten weer verdwijnen.

Kluten zie je vooral langs de kust, maar je kunt ze ook landinwaarts langs de IJsselmeerkust en rivieren aantreffen. Ze broeden in kolonies op de kale grond. Het nest is vaak niet meer dan een kuiltje in het zand, afgezet met schelpen, grasstengels, strootjes of afval (foto linksboven). Ook broeden ze wel op opgespoten terreinen, kale weilanden en akkers.

In Nederland broeden ca. 6.500 paartjes. Sinds 2000 neemt het aantal broedparen in Nederland af, terwijl het in andere landen om ons heen toeneemt. Waarschijnlijke oorzaken zijn nestpredatie en het verdwijnen van geschikte broedplaatsen doordat ze begroeid raken.

Het voedsel van de kluut bestaat uit zoetwaterplankton, kreeftachtigen, zeeduizendpoten, slakken, insecten en insectenlarven. Met hun snavel op een kiertje vegen ze heen en weer door het ondiepe water (foto rechtsonder). Zo zeven ze het voedsel eruit. In het broedseizoen roeren en prikken ze in slik op zoek naar voedsel.

Van juli tot in november verzamelen de kluten zich in het Wadden- en Deltagebied. In zachte winters overwintert een klein deel. De rest trekt weg naar Zuidwest-Europa en Noordwest-Afrika. In februari / maart keren de kluten weer terug.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฃ๐˜ฆ๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ช๐˜ฏ๐˜จ, ๐˜๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜จ๐˜ฆ ๐˜๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ด, ๐˜š๐˜–๐˜๐˜–๐˜•

Soort van dag 128: segrijnslak

(8 mei 2023)

Weer eens tijd voor een weekdier en dit keer een landslak, namelijk de segrijnslak. In Nederland komen bijna honderd soorten huisjesslakken voor. Veel soorten zijn klein, zeldzaam en aan een bepaald leefgebied gebonden. De segrijnslak is vrij groot; alleen de wijngaardslak is van de in Nederland voorkomende soorten groter. Segrijnslakken komen door heel Nederland voor, m.n. in parken en tuinen in steden en dorpen. Ze zijn vooral โ€™s nachts actief, maar ze komen ook tevoorschijn na een regenbui.

Het huisje van een segrijnslak wordt tot vier cm groot, is vrij bol en heeft vier tot vijf windingen. Het huisje is geelbruin met donkere spiraalbanden en met lichte en donkere vlekken. Het woord โ€˜segrijnโ€™ verwijst naar het kleurpatroon dat lijkt op de (bewerkte) huid van roggen en haaien.

Net zoals alle slakken hebben segrijnslakken vier voelsprieten (zie foto bovenaan). Hiermee tasten ze de omgeving af. Op de twee grote voelsprieten zitten de ogen van de slak. Met de kleine voelsprieten kan de slak ruiken.

Segrijnslakken eten vooral jonge planten en scheuten. Daarom zijn ze niet echt geliefd bij tuinliefhebbers. Wij hebben ze ook in de tuin. Uit de moestuin verwijderen we ze en zetten we ze elders in de tuin. Op de hostaโ€™s en kwijnende planten laten we ze zitten. Verder is onze tuin zodanig ingericht dat de natuurlijke vijanden van de slakken het er naar de zin hebben. Op de website van Milieu Centraal vind je tips wat je tegen slakkenoverlast in je tuin kunt doen.

Natuurlijke vijanden zijn (naast mensen) ratten, egels, veldmuizen en verscheidene middelgrote vogelsoorten zoals gaaien en eksters. Sommige vogelsoorten zijn er bedreven in om het vlees uit het huisje te peuteren. Andere vogelsoorten kraken het huisje in hun snavel. Lijsters slaan de huisjes stuk op bijvoorbeeld een steen.

Bij langdurige droogte trekt de slak zich terug in zijn huisje en sluit het huisje af met een tijdelijk dekseltje van verhard slakkenslijm (epifragma; zie foto links onder). Ook โ€™s winters wordt het huisje met een epifragma afgesloten. De slak verblijft โ€˜s winters in een kuiltje in de grond of op een ander beschut plekje. Segrijnslakken kunnen meerdere jaren oud worden.

Segrijnslakken komen oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Met het transport van planten zijn ze naar onze contreien gekomen. Ook vandaag de dag zorgen mensen voor de verspreiding van slakken en hun eitjes via planten en plantenafval. Mensen hebben overigens ook bewust segrijnslakken verspreid. Ze worden namelijk net als wijngaardslakken als โ€˜escargotโ€™ gegeten. De eitjes van de segrijnslak worden ook gegeten (slakkenkaviaar). Het slijm van de segrijnslak wordt als slakkenslijm gebruikt in onder meer huidcrรจmes en hoestdrankjes.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜ž๐˜ช๐˜ฌ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ช๐˜ข, ๐˜๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ฅ๐˜จ๐˜ช๐˜ฅ๐˜ด ๐˜š๐˜ญ๐˜ข๐˜ฌ๐˜ฌ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฆ๐˜ฏ ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ด๐˜ด๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ด, ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฎ๐˜ฐ๐˜ฐ๐˜ฏ.๐˜ฐ๐˜ณ๐˜จ

Soort van dag 127: scherpe boterbloem

(7 mei 2023)

Het is niet alleen raapzaad dat de bermen geel kleurt. Nu staan ook de scherpe boterbloemen volop in bloei. Er komen in Nederland twaalf soorten boterbloemen voor. De twee meest algemene zijn de scherpe en de kruipende boterbloem. De scherpe heeft opgaande bloemstengels; de kruipende blijft laag en is een echte bodembedekker. De stengel van de scherpe is rolrond; die van de kruipende is geribbeld. Verder maakt de kruipende boterbloem uitlopers die wortelen op de knopen. De knolboterbloem lijkt ook wel wat op de scherpe boterbloem; hierbij zijn de kelkblaadjes teruggeslagen en de bloemstengels gegroefd. Tot het geslacht Ranunculus horen niet alleen de boterbloemen, maar ook speenkruid en de waterranonkels; deze laatste hebben witte kroonblaadjes.

De scherpe boterbloem wordt tot 90 cm hoog en vind je vooral in bermen en graslanden. Ze heeft geen voorkeur voor bepaalde bodems, als het maar niet te droog, niet te nat en niet te voedselarm is. Scherpe boterbloem vind je (in niet beweide graslanden) vaak tezamen met veldzuring, margriet en echte koekoeksbloem.

De bladeren zijn diep ingesneden. De rozetbladeren kunnen langs de nerven iets zwart aangelopen zijn. De bloemen hebben vijf kelk- en vijf kroonblaadjes. De plant bloeit van april tot in de herfst. Ze wordt door allerlei insecten bestoven. Eerst zijn de vruchtbeginsels rijp, daarna de vele meeldraden. Zo wordt zelfbestuiving voorkomen. Na de bevruchting ontstaan de dopvruchtjes met een kort krom snaveltje.

Bij regen gaan de bloemen in de zogenaamde slaapstand: de bloemen hangen naar beneden en zo blijven de stampers en meeldraden droog (foto links boven). Dit fenomeen zien we ook bij madeliefjes en pinksterbloemen. Zoโ€™n slaapstand biedt gelijk allerlei insecten een plek om te schuilen.

De naam โ€˜scherpeโ€™ boterbloem verwijst naar de scherpe smaak als je een stukje proeft op je tong. Spuug het wel uit, want alle boterbloemen zijn (licht) giftig. Vee vermijdt deze plant dan ook. In hooi gaat de giftige werking verloren.

Ik ben weer op zoek gegaan naar fotoโ€™s met bloembezoekers. Van rechtsboven met de klok mee: wenkvliegjes, schuimcicade, weidedoflijfjes (een vliegensoort) en (vermoedelijk) een soort zweefvlieg.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

๐˜‰๐˜ณ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฏ: ๐˜•๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ๐˜ด๐˜ฆ ๐˜ฐ๐˜ฆ๐˜ค๐˜ฐ๐˜ญ๐˜ฐ๐˜จ๐˜ช๐˜ด๐˜ค๐˜ฉ๐˜ฆ ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข, ๐˜•๐˜ข๐˜ต๐˜ถ๐˜ณ๐˜ฆ ๐˜›๐˜ฐ๐˜ฅ๐˜ข๐˜บ, ๐˜ง๐˜ญ๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ข๐˜ท๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ฆ๐˜ฅ๐˜ฆ๐˜ณ๐˜ญ๐˜ข๐˜ฏ๐˜ฅ.๐˜ฏ๐˜ญ